Tweede week van Pasen Dinsdag

Eerste Lezing                                                        Hand. 4, 32-37
Eén van hart en één van ziel

Uit de Handelingen van de Apostelen
  

De menigte die het geloof had aangenomen  was één van hart en één van ziel  en er was niemand die iets van zijn bezittingen  zijn eigendom noemde;  integendeel, zij bezaten alles gemeenschappelijk.  Met kracht en klem legden de apostelen getuigenis af  van de verrijzenis van de Heer Jezus  en rijke genade rustte op hen allen.  Er was geen enkele noodlijdende onder hen,  omdat allen die landerijen of huizen bezaten deze verkochten  en de opbrengst ervan meebrachten  om aan de voeten van de apostelen te leggen.  Aan ieder werd daarvan uitgedeeld naar zijn behoefte.  Zo bezat Jozef, een leviet uit Cyprus,  die van de apostelen de bijnaam Barnabas had gekregen,  – dit betekent: zoon van vertroosting –  een akker die hij verkocht  en waarvan hij het geld meebracht  om het aan de voeten van de apostelen neer te leggen.

Tussenzang                                                Ps. 93 (92), 1ab, 1c-2,5
De Heer is koning, met luister omkleed.
Alleluia
De Heer is koning, met luister omkleed,
met macht heeft de Heer zich omgord.

Zo vast als de aarde, onwankelbaar,
zo vast staat uw troon door de eeuwen,
van eeuwigheid, God, zijt Gij!

Betrouwbaar is alles wat Gij betuigt,
uw huis zij heilig in lengte van dagen.

Alleluia                                              Rom. 6, 9

Alleluia.
Christus, eenmaal van de doden verrezen
sterft niet meer;
de dood heeft geen macht meer over Hem.
Alleluia

Evangelie                                       Joh.  3,7-15

Nooit is er iemand naar de hemel opgeklommen, tenzij Hij die uit de hemel is neergedaald, de Mensenzoon.

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Johannes
 

In die tijd zei Jezus tot Nikodémus:  “Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u:  gij moet opnieuw geboren worden.  “De wind blaast waarheen hij wil:  gij hoort wel zijn gesuis  maar weet niet waar hij vandaan komt, en waar hij heengaat;  zo is het met ieder die geboren is uit de Geest.”  Nikodémus gaf Hem ten antwoord:  “Hoe kan dat geschieden?”  Daarop zei Jezus weer:  “Gij zijt een leraar van Israël en weet dat niet eens?  “Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u:  Wij spreken over wat Wij weten,  en Wij getuigen van wat Wij gezien hebben  maar onze getuigenis aanvaardt gij niet.  Wanneer ge zelfs niet gelooft  als Ik u spreek over dingen die op aarde reeds bekend zijn,  hoe zult ge dan geloven  als Ik u spreek over dingen die nog in de hemel verborgen zijn?  “Nooit is er iemand naar de hemel opgeklommen,  tenzij Hij die uit de hemel is neergedaald,  de Mensenzoon.  “En deze Mensenzoon moet omhoog worden geheven,  zoals Mozes eens de slang omhoog hief in de woestijn,  opdat eenieder die gelooft  in Hem eeuwig leven zal hebben.”

De bijbeltekst in deze uitgave is ontleend aan De Nieuwe Bijbelvertaling, © Nederlands Bijbelgenootschap 2004/2007.

Gepubliceerd door leopardoel

I am a 90-years old retired Johnson & Johnson researcher, who wants to spend the rest of his years to the spreading of the gospel in a daily blog.

Geef een reactie

%d bloggers liken dit: