Vierde week van Pasen Maandag

Eerste Lezing                                                                              Hand. 11, 1-18
God heeft ook aan de heidenen de bekering ten leven geschonken.

Uit de Handelingen van de Apostelen
 

In die dagen hoorden de apostelen en de broeders in Judea  dat ook de heidenen het woord van God hadden aangenomen.  Toen Petrus dan in Jeruzalem kwam,  maakten de gelovigen uit de besnijdenis hem het verwijt:  “Gij hebt het huis van onbesnedenen betreden  en gij hebt met hen gegeten.”  Nu begon Petrus hun een geregeld verslag te geven:  “Ik was  – zo zei hij –  in de stad Joppe aan het bidden  toen ik in een geestverrukking een visioen zag:  een voorwerp, in de vorm van een groot laken,  dat aan de vier punten uit de hemel werd neergelaten,  daalde uit de hemel en kwam tot vlak bij mij.  “Ik keek ernaar met gespannen aandacht  en zag viervoetige dieren,  wilde beesten, kruipende dieren en vogels.  “Bovendien hoorde ik een stem die tot mij zei:  Komaan Petrus, slacht en eet.  “Maar ik zei:  Dat in geen geval, Heer,  want nooit kwam er iets onheiligs of onreins in mijn mond. “Maar de stem uit de hemel liet zich een tweede maal horen  en gaf mij ten antwoord:  Beschouw niet als onheilig  wat God rein heeft verklaard.  “Dit gebeurde tot drie keer toe  en toen werd alles weer naar de hemel opgetrokken.  “Terstond daarop  vervoegde zich drie mannen bij het huis waar we verbleven;  ze waren uit Caesarea naar mij toegezonden.  “De Geest beval mij  zonder bedenken met hen mee te gaan.  “Ook deze zes broeders gingen met mij mee  en wij traden het huis van die man binnen.  “Hij vertelde ons  hoe hij een engel in zijn huis had zien staan die zei:  Zend iemand naar Joppe  om Simon, bijgenaamd Petrus, te halen.  “Die zal u zeggen  op welke wijze gij en heel uw huis redding kunt vinden.  “Juist was ik begonnen met spreken  toen de heilige Geest op hen neerkwam  zoals in het begin ook op ons.  “Toen dacht ik terug aan het woord van de Heer,  hoe Hij gezegd had:  Johannes doopte met water  maar gij zult gedoopt worden met de heilige Geest.  “Indien God hun nu dezelfde gave gegeven heeft als aan ons  die reeds geloofden in de Heer Jezus Christus,  hoe zou ik dan in staat geweest zijn God tegen te houden?”  Toen zij dat gehoord hadden  waren zij gerustgesteld  en zij verheerlijkten God met de woorden:  “Zo heeft God dan ook aan de heidenen  de bekering ten leven geschonken.”

Tussenzang                                    Ps. 42(41), 2-3;Ps. 43(42), 3, 4

Mijn ziel heeft dorst naar God, de God die leeft.
Alleluia

Zoals een hert de beekjes zoekt,
zo zoekt mijn geest naar U, mijn God.
Mijn ziel heeft dorst naar God, de God die leeft,
zal ik Hem ooit bereiken en zijn Aanschijn zien?

Zend mij uw licht, uw steun om mij te leiden,
om mij te voeren naar uw berg en in uw tent.
Dan ga ik naar uw altaar, God die blijdschap geeft,
en loof U bij de citer, God, mijn God.

Alleluia                                                                  Joh. 10,14

Alleluia.
Ik ben de goede herder, zegt de Heer.
Ik ken de mijnen en de mijnen kennen Mij.
Alleluia

Evangelie                                                           Joh. 10,1-10
Ik ben de deur van de schapen.

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Johannes
 

In die tijd zei Jezus:  “Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u:  wie niet door de deur  maar langs een andere weg de schaapskooi binnengaat,  hij is een dief en een rover.  Maar wie door de deur binnengaat  is de herder van de schapen.  Hem doet de deurwachter open.  De schapen luisteren naar zijn stem;  hij roept de schapen bij hun naam en leidt ze naar buiten.  En als hij al zijn schapen naar buiten heeft gebracht  trekt hij voor hen uit,  terwijl zij hem volgen omdat zij zijn stem kennen.  Een vreemde echter zullen ze niet volgen;  integendeel, zij zullen van hem wegvluchten  omdat ze de stem van vreemden niet kennen.”  Deze gelijkenis vertelde Jezus hun,  maar zij begrepen niet wat Hij hun wilde zeggen.  Een andere keer zei Jezus hun:  “Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u:  Ik ben de deur van de schapen.  Allen die vóór Mij zijn gekomen  zijn dieven en rovers,  maar de schapen hebben niet naar hen geluisterd.  Ik ben de deur.  Als iemand door Mij binnengaat  zal hij worden gered;  hij zal in- en uitgaan en weide vinden.  De dief komt alleen maar om te stelen,  te slachten en te vernietigen.  Ik ben gekomen opdat zij leven zouden bezitten,  en wel in overvloed.”

De bijbeltekst in deze uitgave is ontleend aan De Nieuwe Bijbelvertaling, © Nederlands Bijbelgenootschap 2004/2007.

Gepubliceerd door leopardoel

I am a 90-years old retired Johnson & Johnson researcher, who wants to spend the rest of his years to the spreading of the gospel in a daily blog.

Geef een reactie

%d bloggers liken dit: