Woensdag H. Jozef, arbeider

Eerste lezing                                             Hand. 15, 1-6
Een strijdvraag wordt voorgelegd aan de apostelen en de oudsten in Jeruzalem.

Uit de Handelingen van de Apostelen
.

In die dagen waren er enige mensen die van Judea waren gekomen
en aan de broeders de leer verkondigden:
“Indien ge u niet naar Mozaïsch gebruik laat besnijden,
kunt ge niet gered worden.”
Toen hierover strijd ontstond
en Paulus en Barnabas
in een felle woordenwisseling met hen raakten,
droeg men Paulus en Barnabas
en enkele andere leden van de gemeente op
met deze strijdvraag
naar de apostelen en oudsten in Jeruzalem te gaan.
Nadat hun door de gemeente uitgeleide was gedaan
reisden zij door Fenícië en Samaría,
waar ze alle broeders grote vreugde bereidden
door te vertellen van de bekering der heidenen.
Bij hun aankomst te Jeruzalem
werden zij ontvangen door de gemeente,
de apostelen en de oudsten,
en zij verhaalden alles
wat God met hun medewerking tot stand had gebracht.
Maar enige gelovigen,
afkomstig uit de partij der Farizeeën,
stonden op en verklaarden
dat men hen moest besnijden
en hun moest opleggen de Wet van Mozes te onderhouden.
De apostelen en de oudsten kwamen dus bijeen
om de zaak te bezien.

Tussenzang                                   Ps. 122(121), 1-2, 3-4a, 4b-5

Hoe blij was ik, toen men mij riep:
wij trekken naar Gods huis!
Alleluia

Hoe blij was ik, toen men mij riep:
wij trekken naar Gods huis!
Nu mag mijn voet, Jeruzalem,
uw poorten binnen treden.

Jeruzalem, ommuurde stad,
zo dicht opeen gebouwd:
naar u trekken de stammen op,
de stammen van Gods volk.

Zij gaan naar Israëls gebruik
de Naam van God vereren.
Daar staan de zetels van het recht,
de troon van Davids huis.

Alleluia                                                                   Joh. 10, 27

Alleluia.
Mijn schapen luisteren naar mijn stem, zegt de Heer,
en Ik ken ze en ze volgen Mij.
Alleluia.

Evangelie                                           Joh. 15, 1-8
Wie in Mij blijft terwijl Ik blijf in hem die draagt veel vrucht.

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Johannes
.

In die tijd zei Jezus tot zijn leerlingen:
“Ik ben de ware wijnstok
en mijn Vader is de wijnbouwer.
Elke rank aan Mij die geen vrucht draagt
snijdt Hij af;
en elke die wel vrucht draagt
zuivert Hij, opdat zij meer vrucht mag dragen.
Gij zijt al rein
dank zij het woord dat Ik tot u gesproken heb.
Blijft in Mij
dan blijf Ik in u.
Zoals de rank geen vrucht kan dragen uit zichzelf
maar alleen als zij blijft aan de wijnstok,
zo gij evenmin als gij niet blijft in Mij.
Ik ben de wijnstok, gij de ranken.
Wie in Mij blijft terwijl Ik blijf in hem
die draagt veel vrucht,
want los van Mij kunt gij niets.
Als iemand niet in Mij blijft
wordt hij weggeworpen als de rank en verdort;
men brengt ze bij elkaar, gooit ze in het vuur en ze verbranden.
Als gij in Mij blijft en mijn woorden in u blijven,
vraagt dan wat gij wilt en gij zult het krijgen.
Hierdoor wordt mijn Vader verheerlijkt
dat gij rijke vruchten draagt;
zo zult gij mijn leerlingen zijn.”

De bijbeltekst in deze uitgave is ontleend aan De Nieuwe Bijbelvertaling, © Nederlands Bijbelgenootschap 2004/2007.

Gepubliceerd door leopardoel

I am a 90-years old retired Johnson & Johnson researcher, who wants to spend the rest of his years to the spreading of the gospel in a daily blog.

Geef een reactie

%d bloggers liken dit: