Vrijdag Vierendertigste week door het jaar

Overweging
Vandaag en morgen lezen we uit het apocalyptisch deel van Daniël. De twee lezingen maken één geheel uit. Vandaag is er het visioen; morgen de uitleg. Het is voor ons niet zo belangrijk al deze dieren en horens te identificeren in historische koningen. De bedoeling van de auteur is al te duidelijk. Hij leeft ten tijde van de vervolging van Antiochus IV en van de Makkabeeënopstand. Hij wil het beproefde volk bemoedigen door de redding van Godswege aan te kondigen. Welke woorden spreken wij tot mensen die beproefd worden?

EERSTE  LEZING                                          Dan. 7, 2-14 of 7, 2-3.9-14
Met de wolken des hemels
zag ik iemand aankomen die op een Mensenzoon geleek.

Uit de profeet Daniël

In die dagen sprak Daniël:
“In mijn nachtelijk visioen zag ik
dat de vier winden des hemels
de grote zee in beroering brachten
en vier grote dieren eruit opstegen.
En terwijl ik bleef toekijken
zag ik dat er tronen werden geplaatst
en een Hoogbejaarde zich neerzette;
zijn gewaad was wit als sneeuw
en zijn hoofdhaar blank als wol.
Zijn troon bestond uit vlammen,
de wielen ervan uit laaiend vuur.
Een stroom van vuur welde op en vloeide voor Hem uit.
Duizend maal duizenden dienden Hem
en tienduizend maal tienduizenden stonden vóór Hem.
Het gerechtshof zette zich neer en de boeken werden geopend.
Toen zag ik dat het vierde beest
vanwege de grootspraak van de horen
gedood werd, en zijn kadaver aan het vuur werd prijsgegeven
en zo vernietigd werd.
Ook de overige dieren werden beroofd van hun macht,
maar ze werden voor een korte tijd in leven gelaten.
In mijn nachtelijk visioen zag ik toen
met de wolken des hemels iemand aankomen
die op een Mensenzoon geleek.
Hij ging naar de Hoogbejaarde en werd voor Hem geleid.
Toen werd Hem heerschappij gegeven,
luister en koninklijke macht;
alle volken, stammen en talen brachten Hem hun hulde.
Zijn heerschappij is een eeuwige heerschappij
die nooit vergaat,
zijn koninkrijk gaat nooit te gronde.”

TUSSENZANG                                     Dan. 3, 75, 76, 77, 78, 79, 80, 81

Looft de Heer, prijst en verheft Hem eeuwig.

Looft Hem, bergen en heuvels,
al wat daar groeit, prijst de Heer.

Looft de Heer, alle bronnen,
zeeën en stromen, prijst Hem.

Looft de Heer, al wat leeft in het water,
vogels des hemels, prijst Hem.

Looft Hem, wilde en tamme dieren,
prijst en verheft Hem eeuwig.

ALLELUIA                                                        Joh. 14, 5


Alleluia.
Ik ben de weg, de waarheid en het leven, zegt de Heer ;
niemand komt tot de Vader tenzij door Mij.

Alleluia.

EVANGELIE                                             Lc. 21, 29-33
Wanner ge al deze dingen ziet
weet dan dat het Rijk Gods nabij is.
Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Lucas
.

In die tijd maakte Jezus een vergelijking
en zei tot zijn leerlingen:
“Kijkt naar de vijgenboom en naar alle andere bomen:
zodra ze uitlopen weet ge vanzelf, als ge dat ziet,
dat de zomer in aantocht is.
Zo ook, wanneer ge al deze dingen ziet,
weet dan dat het Rijk Gods nabij is.
Voorwaar, Ik zeg u:
dit geslacht zal niet voorbijgaan vóór dit alles geschied is.
Hemel en aarde zullen voorbijgaan
maar mijn woorden zullen niet voorbijgaan.”

De bijbeltekst in deze uitgave is ontleend aan De Nieuwe Bijbelvertaling, © Nederlands Bijbelgenootschap 2004/2007.
Overweging uit Liturgische suggesties voor de weekdagen.

Gepubliceerd door leopardoel

I am a 90-years old retired Johnson & Johnson researcher, who wants to spend the rest of his years to the spreading of the gospel in a daily blog.

Geef een reactie

%d bloggers liken dit: