Zaterdag derde week door het jaar

Overweging
Na de parabels, biedt Marcus ons een reeks wonderverhalen. Ze spelen zich niet af voor een grote massa, maar alleen voor de leerlingen. Zij moeten leren, groeien in geloof en vertrouwen.
Op de vraag die Jezus hen stelt – ‘Waar zijn jullie bang voor ?’ – dienen ook wij een antwoord te geven. Op de moeilijke momenten die ons geloof kent, wanneer Jezus ons vraagt om voor Hem te blijven kiezen, willen we bidden: ‘Heer, als Gij het wilt, stap dan in mijn boot. Laten we samen verdergaan.’

EERSTE  LEZING                                                     II Sam.  12, 1-7a.10-17
Ik heb tegen de Heer gezondigd.

Uit het tweede boek Samuël

In die dagen zond de Heer de profeet Natan naar David.
Hij trad bij de koning binnen en sprak tot hem :
“Twee mannen, een rijke en een arme,
woonden in dezelfde stad.
“De rijke bezat heel veel schapen en runderen,
de arme maar één enkel lammetje, dat hij gekocht had.
“Hij had het in leven kunnen houden
en het was bij hem opgegroeid, tussen zijn kinderen ;
het dier at van zijn bord, het dronk uit zijn beker
en het sliep op zijn schoot ;
het was net zijn dochter.
“Eens kreeg de rijke man bezoek.
“Hij kon het niet over zich verkrijgen,
een schaap of rund uit zijn eigen kudde te nemen
en dat klaar te maken voor de reiziger
die bij hem was gekomen.
“Hij pakte het lam van de arme
en maakte dat klaar voor zijn gast.”

David was diep verontwaardigd over die man
en hij zei tot Natan :
“Zowaar de Heer leeft : de man die dat gedaan heeft
verdient de dood.
“En het lam moet hij vierdubbel vergoeden,
omdat hij er niet voor is teruggeschrokken
zo iets ergs te doen.”
Toen sprak Natan tot David :
“Die man, dat zijt gij !
“Zo spreekt de Heer, de God van Israël :
Het zwaard zal nooit meer wijken van uw huis,
omdat ge Mij hebt geminacht
en de vrouw van Uria de Hethiet tot vrouw hebt genomen.
“Zo spreekt de Heer :
Voorwaar, uit uw eigen huis
ga Ik rampspoed over u brengen ;
Ik zal, waar ge zelf bijstaat, uw vrouwen van u wegnemen
en ze geven aan iemand die u nastaat ;
op klaarlichte dag zal die met uw vrouwen gaan slapen.
“Gij hebt in het verborgene gehandeld,
maar Ik zal handelen ten aanschouwen van heel Israël
en op klaarlichte dag.”

Toen zei David tot Natan :
“Ik heb tegen de Heer gezondigd.”

Natan antwoordde :
“Dan heeft de Heer u deze zonde vergeven :
gij zult niet sterven.
“Maar omdat gij door deze daad
de vijanden van de Heer reden tot lasteren hebt gegeven,
zal wel het kind dat u geboren is moeten sterven.”

Daarop ging Natan naar huis
en de Heer sloeg het kind
dat de vrouw van Uria aan David geschonken had,
met een zware ziekte.
En David bad tot God voor de jongen ;
hij vastte streng en als hij zich terugtrok voor de nacht
legde hij zich op de grond te slapen.
De oudsten van het hof drongen er bij hem op aan
dat hij niet langer op de grond zou slapen,
maar hij wilde niet luisteren ;
hij weigerde ook met hen te eten.

TUSSENZANG                                            Ps. 51(50), 12-13, 14-15, 16-17

Schep in mij een zuiver hart, mijn God.

Schep in mij een zuiver hart, mijn God,
geef mij weer een vastberaden geest.
Wil mij niet verstoten van uw Aanschijn,
neem uw heilige Geest niet van mij weg.

Geef mij weer de weelde van uw zegen,
maak mij sterk in edelmoedigheid.
Dan zal ik de dwalenden uw wegen leren,
alle schuldigen terugvoeren tot U.

Houd mij ver van bloedschuld, God mijn redder,
dan bezingt mijn tong uw wijs beleid.
Heer, maak Gij mijn lippen los,
dat mijn mond uw lof kan zingen.

ALLELUIA                                                       Ps. 119(118), 88

Alleluia.
Wees mij barmhartig en laat mij leven, Heer,
dan blijf ik aan wat Gij verordent trouw.
Alleluia.

EVANGELIE                                                        Mc. 4, 35-41
Wie is Hij toch, dat zelfs wind en water Hem gehoorzamen ?

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Marcus

Op zekere dag, tegen het vallen van de avond,
sprak Jezus tot zijn leerlingen :
“Laten we oversteken.”
Zij stuurden het volk weg
en namen Hem mee zoals Hij daar in de boot zat ;
andere boten begeleidden Hem.
Er stak een hevige storm op
en de golven sloegen over de boot zodat hij al vol liep.
Intussen lag Jezus aan de achtersteven op het kussen te slapen.
Ze maakten Hem wakker en zeiden Hem :
“meester, raakt het U niet dat wij vergaan ?”
Hij stond op,
richtte zich met een dwingend woord tot de wind
en sprak tot het water :
“Zwijg stil !”
De wind ging liggen en het werd volmaakt stil.
Hij sprak tot hen :
“Waarom zijt ge zo bang ?
“Hoe is het mogelijk dat ge nog geen geloof bezit ?”
Zij werden door een grote vrees bevangen en vroegen elkaar :
“Wie is Hij toch, dat zelfs wind en water Hem gehoorzamen ?”

De bijbeltekst in deze uitgave is ontleend aan De Nieuwe Bijbelvertaling, © Nederlands Bijbelgenootschap 2004/2007.
Overwegingen uit Liturgische suggesties voor de weekdagen.

Gepubliceerd door leopardoel

I am an 89-years old retired Johnson & Johnson researcher, who wants to spend the rest of his years to the spreading of the gospel in a daily blog.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: