http://kerkengeloof.wordpress.com

Zevende Paaszondag

Openingswoord
Wanneer iemand die ons dierbaar is
uit ons leven verdwijnt
kunnen we ons heel verweesd en droevig voelen.
Bij de apostelen was het allicht niet anders.
Daarom bidt Jezus bij zijn afscheid voor hen
en Hij vertrouwt hen toe aan zijn Vader.
De handelingen vertellen hoe – na Jezus’ afscheid –
de apostelen, Maria en een groep mannen en vrouwen,
samenkomen en kracht zoeken in het gebed.
Laten wij hun voorbeeld volgen
en biddend uitzien naar de komst van Gods Geest,
de trooster en Helper.

EERSTE LEZING                                                          Hand.  1, 12-14
Zij bleven eensgezind volharden in het gebed.

Uit de Handelingen van de Apostelen

Nadat Jezus ten hemel was opgenomen,
keerden de apostelen van de Olijfberg naar Jeruzalem terug.
Deze berg ligt dichtbij Jeruzalem op sabbatsafstand.
Daar aangekomen, gingen zij naar de bovenzaal
waar ze verblijf hielden :
Petrus en Johannes, Jakobus en Andreas,
Filippus en Tomas, Bartolomeüs en Matteüs,
Jakobus, zoon van Alfeüs,
Simon de Ijveraar en Judas, de broer van Jakobus.
Zij allen bleven eensgezind volharden in het gebed
samen met de vrouwen,
met Maria, de moeder van Jezus, en met zijn broeders.

Antwoordpsalm                                                     Ps. 27(26), 1, 4, 7-8

Keervers
Ik reken erop in het land van de levenden
het heil van de Heer te aanschouwen.

De heer is mijn licht en mijn leidsman,
wie zou ik vrezen;
De Heer is de schuts van mijn leven,
voor wie zou ik bang zijn ?

Eén ding slechts vraag ik de Heer, meer zal ik niet wensen:
dat ik in Gods huis mag wonen zolang als ik leef.
Dat ik de beminnelijkheid van de Heer mag ervaren,
zijn tempel weer met eigen ogen mag zien.

Wil luisteren, Heer, naar mijn roepende stem,
heb medelijden en wil mij verhoren.
Tot U spreekt mijn hart, naar U zie ik op,
uw aanschijn, Heer, tracht ik te zien.

TWEEDE  LEZING                                                 1 Petr. 4, 13-16
Als men u hoont om de naam van Christus zult gij zalig zijn.

Uit de eerste brief van de heilige apostel Petrus

Dierbaren,

Verheugt u in de mate dat gij deel hebt aan het lijden van Christus;
dan zult gij juichen van blijdschap,
wanneer zijn heerlijkheid zich openbaart.
Prijst u gelukkig, als men u hoont om de naam van Christus:
het is een teken dat de geest der heerlijkheid,
die de Geest van God is,
op u rust.
Zorgt dat niemand van u te lijden heeft
als moordenaar of dief of boosdoener of aanbrenger.
Maar wie als christen lijdt, moet zich niet schamen,
maar God eren met die naam.

Vers voor het evangelie                                                   Joh. 4, 18

Alleluia.Ik zal u niet verweesd achterlaten, zegt de Heer,
Ik ga heen en Ik keer tot u terug,
en uw hart zal zich verblijden.
Alleluia.

EVANGELIE                                                                 Joh. 17, 1-11a
Vader, verheerlijk uw Zoon.

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens
Johannes

In die tijd sloeg Jezus zijn ogen ten hemel en zei:
“Vader, het uur is gekomen
“Verheerlijk uw Zoon, opdat de Zoon U verheerlijke.
“Gij hebt Hem immers macht gegeven over alle mensen
om eeuwig leven te schenken aan allen die Gij Hem gegeven hebt.
“En dit is het eeuwige leven, dat zij U kennen,
de enige ware God en Hem die Gij hebt gezonden: Jezus Christus.

“Ik heb U op aarde verheerlijkt
door het werk te volbrengen
dat Gij Mij hebt opgedragen te doen.
“Gij, Vader, verheerlijk Mij thans bij Uzelf
en geef Mij de heerlijkheid,
die Ik bijU had eer de wereld bestond.

“Ik heb uw Naam geopenbaard aan de mensen
die Gij Mij uit de wereld gegeven hebt.
“U behoorden ze toe;
Mij hebt Gij ze gegeven en zij hebben uw woord onderhouden.
“Nu weten zij dat al wat Gij Mij gegeven hebt, van U komt.
“Want de boodschap die Gij Mij hebt meegedeeld,
heb Ik hun meegedeeld,
en zij hebben ze aangenomen en naar waarheid erkend
dat Ik van U ben uitgegaan,
en zij hebben geloofd dat Gij Mij hebt gezonden.

“Ik bid voor hen.
“Niet voor de wereld bid Ik,
maar voor hen die Gij Mij gegeven hebt, omdat zij U toebehoren.
“al het mijne is van U  en het uwe is van Mij.
“Zo ben Ik in hen verheerlijkt.
“Ik blijf niet langer in de wereld, zij echter blijven in de wereld,
terwijl Ik naar U toe kom.”

De bijbeltekst in deze uitgave is ontleend aan De Nieuwe Bijbelvertaling, © Nederlands Bijbelgenootschap 2004/2007.
Overwegingen uit Liturgische suggesties voor de zondagen.

 

 

 

Gepubliceerd door leopardoel

I am a 90-years old retired Johnson & Johnson researcher, who wants to spend the rest of his years to the spreading of the gospel in a daily blog.

Geef een reactie

%d bloggers liken dit: