Inleiding
Gevolg gevend aan de Apostolische exhortatie Evangelii Gaudium van Paus Franciscus, wil deze inleiding U deelgenoot maken aan de vreugde van het evangelie. Iedereen, niemand uitgezonderd, kan die vreugde ervaren door zijn hart open te stellen voor de genezende werking van Gods woord.
Het evangelie is eerst en vooral een uitnodiging om een antwoord te geven aan God die ons liefheeft en redt, door Hem te erkennen in de ander en door uit onszelf te treden om het goede te zoeken voor allen. Het evangelie reikt die eenheid en volheid van het menselijk leven aan, die de beste remedie is tegen alle vormen van kwaad.
Langs deze elektronische weg wordt U uitgenodigd om dagelijks het evangelie te lezen en even na te denken over de betekenis voor uw leven. Het is vanaf 8 uur ‘s morgens steeds ter beschikking.
Overweging
Twee visies van Lucas komen in de lezing duidelijk naar voor. Vooreerst en andermaal het inzicht dat de vervolging de missionering in de hand heeft gewerkt. Vervolgens, na de officiële aanvaarding van de eerste heiden, gaat ook de missionering van de heidenen verder. Nog twee andere zaken zijn te bemerken. Antiochië is een grote belangrijke stad en zal een van de satellietsteden worden van waaruit initiatieven zelfstandig gepland worden. Toch blijft via Barnabas ook de band met de oergemeente in Jeruzalem goed behouden.
EERSTE LEZING Hand. 11, 19-26
Zij richtten zich ook tot de Grieken en verkondigden hun de Heer Jezus.
Uit de Handelingen van de Apostelen
In die dagen
trokken zij die vanwege de vervolging verspreid waren,
verder tot Fenicië, Cyprus en Antiochië toe,
terwijl zij het woord alleen maar aan de Joden predikten.
Maar er waren onder hen mannen uit Cyprus en Cyrene,
die na hun aankomst te Antiochië zich ook tot de Grieken richtten
en hun de Heer Jezus verkondigden.
De hand des Heren was met hen
zodat een groot aantal het geloof aannam
en zich tot de Heer bekeerde.
Het gerucht over hun optreden
kwam ook de kerk van Jeruzalem ter ore
en men vaardigde Barnabas af naar Antiochië.
Toen deze daar aankwam
en Gods genade zag
verheugde hij zich
en wekte allen op met hart en ziel de Heer trouw te blijven.
Hij was een goed man,
vol van de heilige Geest en geloof.
Veel mensen werden voor de Heer gewonnen.
Daarop vertrok hij naar Tarsus
om Saulus te gaan zoeken.
Toen hij hem gevonden had
bracht hij hem naar Antiochië.
Een vol jaar namen zij deel aan de bijeenkomsten in die gemeente
en gaven onderricht aan een grote menigte.
Het was in Antiochië
dat de leerlingen voor het eerst christenen werden genoemd.
TUSSENZANG Ps. 87(86), 1-3, 4-5, 6-7
Looft nu de Heer,
alle naties der aarde(Ps. 117(116), 1a).
of : Alleluia.
Zijn stad op de heilige bergen :
de Heer heeft haar lief.
De poorten van Sion veel meer
dan alle tenten van Jakob.
Hoe groots is het wat er van u wordt voorzegd,
Jeruzalem, stad van God !
Eens worden Egypte en Babel geteld
tot hen die de Heer vereren.
Ja, Filistijnen en Tyrus en Koes,
ook zij worden burgers van Sion.
Zij zullen dan zeggen : mijn moeder is zij,
uit haar zijn wij allen geboren.
En Hij zal het zelf verklaren,
de Allerhoogste, de Heer.
Hij zal in het boek der volkeren schrijven :
ook dezen horen daar thuis.
Dan zullen zij dansen en zingen :
de bron van ons leven zijt gij !
ALLELUIA
Alleluia.
Christus stond op uit het graf
en werd een Licht voor allen
die Hij vrijkocht in zijn bloed.
Alleluia.
EVANGELIE Joh. 10, 22-30
Ik en de Vader, Wij zijn één.
Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens
Johannes
in die tijd
werd te Jeruzalem het feest van de tempelwijding gevierd.
Het was winter
en Jezus hield zich op in de tempel, in de Zuilengang van Salomo.
De Joden kwamen in een kring om Hem heen staan
en zeiden tot Hem :
“Hoelang houdt Gij ons nog in spanning ?
“Als Gij de Messias zijt
zeg het ons dan ronduit.”
Jezus gaf hun ten antwoord :
“Ik heb het u gezegd
maar gij gelooft het niet.
“De werken die Ik in naam van mijn Vader doe,
zij leggen getuigenis over Mij af.
“Maar gij gelooft niet,
omdat gij niet tot mijn schapen behoort.
“Mijn schapen luisteren naar mijn stem
en Ik ken ze
en zij volgen Mij.
“Ik geef hun eeuwig leven ;
zij zullen in eeuwigheid niet verloren gaan
en niemand zal ze van Mij wegroven.
“Mijn Vader immers die ze Mij gegeven heeft
is groter dan allen ;
en niemand kan iets uit de hand van mijn Vader roven.
“Ik en de Vader, Wij zijn één.”
De bijbeltekst in deze uitgave is ontleend aan De Nieuwe Bijbelvertaling, © Nederlands Bijbelgenootschap 2004/2007.
Overwegingen uit Liturgische suggesties voor de weekdagen.