Overweging
De Handelingen van de apostelen zijn heel oordeelkundig opgebouwd. In het eerste hoofdstuk reeds lezen we de opdracht te getuigen in Jeruzalem, in heel Judea, Samaria en tot het uiteinde der aarde. We begonnen in Jeruzalem. De kerkvervolging verspreidde de eerste christenen buiten Jeruzalem en Judea. Filippus ging naar Samaria, de half-heidenen en bekeerde daarna de eerste echte heiden, de Ethiopiër. De figuur van Paulus was vanaf het begin aanwezig. Nu volgt de bekering van de apostel der heidenen. Stap voor stap groeit de zending naar de heidenen toe. Dit is een grote doorbraak voor het christelijk geloof.

EERSTE LEZING                                                       Hand. 9, 1-20

Die man is mijn uitverkoren werktuig om mijn Naam uit te dragen onder de heidenen.

Uit de Handelingen van de Apostelen

In die dagen ging Saulus,
die in ziedende woede
de leerlingen van de Heer met de dood bedreigde,
naar de hogepriester
aan wie hij brieven vroeg voor de synagogen in Damascus,
om alle aanhangers van de nieuwe leer die hij daar zou vinden,
mannen zowel als vrouwen,
gevangen naar Jeruzalem te mogen voeren.
Toen hij op zijn tocht Damascus naderde
omstraalde hem plotseling een licht uit de hemel.
Hij viel ter aarde
en hoorde een stem die hem zei :
“Saul, Saul,
waarom vervolgt gij Mij ?”
Hij sprak :
“Wie zijt Gij Heer ?”
Hij antwoordde :
“Ik ben Jezus,
die gij vervolgt.
“Maar sta op en ga de stad in;
daar zal iemand u zeggen wat ge doen moet.”
Zijn reisgezellen stonden sprakeloos,
want zij hoorden wel de stem
maar zagen niemand.
Saulus stond van de grond op,
maar hoewel zijn ogen open waren zag hij niets.
Zij namen hem dus bij de hand
en brachten hem Damascus binnen.
Drie dagen lang kon hij niet zien
en at en dronk hij niet.
Nu woonde er in Damascus een leerling die Ananias heette
en tot hem sprak de Heer in een visioen :
“Ananias”
Hij antwoordde :
“Hier ben ik, Heer.”
De Heer vervolgde :
“Begeef u naar de Rechte Straat
en vraag in het huis van Judas naar Saulus van Tarsus ;
hij is juist in gebed.”
Deze zag reeds in een visioen
een man, Ananias, binnenkomen
en hem de handen opleggen opdat hij weer zou zien.
Maar Ananias wierp tegen :
“Heer, ik heb van velen gehoord
hoeveel kwaad die man
uw heiligen in Jeruzalem heeft aangedaan.
“Ook hier heeft hij van de hogepriesters volmacht
om allen die uw Naam aanroepen in boeien te slaan.”
De Heer beval hem :
“Ga,
want die man is mijn uitverkoren werktuig
om mijn Naam uit te dragen onder heidenen en koningen
en onder de zonen van Israël.
“Ik zal hem laten zien
hoeveel hij om mijn Naam moet lijden.”
Toen begaf Ananias zich naar het huis,
trad binnen
en legde Saulus de hanen op met de woorden :
“Saul, broeder,
de Heer heeft mij gezonden,
Jezus die u op de weg hierheen verschenen is,
opdat ge weer zien moogt
en vervuld moogt worden van de heilige Geest.”
Op hetzelfde ogenblik
vielen hem als het ware de schellen van de ogen.
Hij zag weer
en terstond liet hij zich dopen.
Hij nam voedsel tot zich
en kwam weer op krachten.
Enige tijd bleef hij bij de leerlingen in Damascus.
Terstond begon hij in de synagoge Jezus te prediken en zei :
“Deze is de Zoon Gods.”

TUSSENZANG                                                   Ps. 117(116), 1, 2

Gaat uit over heel de wereld
en verkondigt het Evangelie (Mc. 16,15).

Looft nu de Heer, alle naties der aarde,
huldigt de Heer, alle volken rondom ;
omdat Hij bij ons zijn goedheid getoond heeft ;
de trouw van de Heer houdt in eeuwigheid stand.

ALELUIA                                                             Joh 10, 27

Alleluia.
Mijn schapen luisteren naar mijn stem, zegt de Heer,
en Ik ken ze en ze volgen Mij.
Alleluia.

EVANGELIE                                                     Joh. 6, 52-59

Mijn vlees is echt voedsel en mijn bloed is echte drank.

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens
Johannes

In die dagen geraakten de Joden met elkaar in twist
en zeiden :
“Hoe kan Hij ons zijn vlees te eten geven ?”
Jezus sprak daarop tot hen:
“Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u,
als gij het vlees van de Mensenzoon niet eet
en zijn bloed niet drinkt,
hebt gij het leven niet in u.
“Wie mijn vlees eet en mijn bloed drinkt
heeft eeuwig leven
en Ik zal hem doen opstaan op de laatste dag.
“Want mijn vlees is echt voedsel
en mijn bloed is echte drank.
“Wie mijn vlees eet en mijn bloed drinkt
blijft in Mij en Ik in hem.
“Zoals Ik door de Vader die leeft gezonden ben
en leef door de Vader,
zo zal ook hij die Mij eet
leven door Mij.
“Dit is het brood, dat uit de hemel is neergedaald.
“Het is niet zoals bij de vaderen
die gegeten hebben en niettemin gestorven zijn :
wie dit brood eet, zal in eeuwigheid leven.”

Dit zei Jezus
bij zijn onderricht in de synagoge van Kafarnaüm.

De bijbeltekst in deze uitgave is ontleend aan De Nieuwe Bijbelvertaling, ©Nederlands Bijbelgenootschap 2004/2007.
Overwegingen uit Liturgische suggesties voor de weekdagen.