Inleiding

Gevolg gevend aan de Apostolische exhortatie Evangelii Gaudium van Paus Franciscus, wil deze inleiding U deelgenoot maken aan de vreugde van het evangelie. Iedereen, niemand uitgezonderd, kan die vreugde ervaren door zijn hart open te stellen voor de genezende werking van Gods woord.

Het evangelie is eerst en vooral een uitnodiging om een antwoord te geven aan God die ons liefheeft en redt, door Hem te erkennen in de ander en door uit onszelf te treden om het goede te zoeken voor allen. Het evangelie reikt die eenheid en volheid van het menselijk leven aan, die de beste remedie is tegen alle vormen van kwaad.

Langs deze elektronische weg wordt U uitgenodigd om dagelijks het evangelie te lezen en even na te denken over de betekenis voor uw leven. Het is vanaf 8 uur ‘s morgens steeds ter beschikking.

Overweging
Bij herhaling hoorden wede afgelopen weken hoe de catechese aanvankelijk vaak minimaal was.  Paulus blift normaal gezien niet zo lang ergens om te onderrichten. In Korinte echter wel. Deze ongewone handelswijze wordt bij Lucas verklaard door een visioen. Korinte zal een belangrijke christengemeente worden en Paulus moet zich daarvoor speciaal inzetten.
Alle kansen grijpen die geboden worden om het christelijk geloof aan te bieden én als een rondtrekkend prediker in het leven te staan. Zijn dat geen belangrijke oriëntaties voor onze tijd?

EERSTE LEZING                                            Hand. 18, 9-18

In deze stad behoren veel mensen Mij toe.

Uit de Handelingen van de Apostelen

Toen Paulus te Korinte verbleef
sprak de Heer in een nachtelijk visioen tot hem :
“Wees niet bevreesd
maar spreek, en zwijg niet.
“Ik ben met u
en niemand zal u aanraken om u kwaad te doen,
want in deze stad behoren veel mensen Mij toe.”
Anderhalf jaar bleef hij daar wonen
terwijl hij bij hen het woord Gods onderwees.
Onder het proconsulaat echter van Gallio in Achaïa
keerden de Joden zich als één man tegen Paulus
en brachten hem voor de rechtbank.
Zij verklaarden :
“Deze man tracht de mensen over te halen
tot onwettige godsverering.”
Paulus wilde juist iets zeggen
toen Gallio de Joden antwoordde:
“Als het ging over een of ander onrecht of ernstig misdrijf, Joden,
zou ik u vanzelfsprekend geduldig aanhoren.
“Maar zijn het twisten over een woord,
over namen en over die Wet van u,
dan moet gij zelf maar zien.
“Daarover wil ik geen rechter zijn.”
Hij joeg ze van zijn rechterstoel weg.
Nu wierpen allen zich op Sóstenes, de overste van de synagoge,
en gaven hem voor de rechterstoel een pak slaag.
Gallio trok er zich niets van aan.
Paulus bleef daar nog vele dagen,
nam toen afscheid van de broeders
en ging in gezelschap van Priscilla en Aquila scheep naar Syrië.
Eerst had hij in Kenchreë zijn hoofdhaar laten afknippen
want hij stond onder gelofte.

TUSSENZANG                                         Ps. 47(46), 2-3, 4-5, 6-7

Koning is God over heel de aarde.
of: Alleluia

Alle volkeren, klapt in de handen,
jubelt voor God met blij geroep.
Want groot is de Heer en alom geducht,
een machtig vorst over heel de aarde.

Volkeren levert Hij aan ons uit
en naties legt Hij aan onze voeten.
Hij kiest het erfdeel voor ons uit,
de trots van Jakob, zijn welbeminde.

God stijgt ten troon onder luid gejuich,
de Heer met geschal van bazuinen.
Zingt nu voor God, laat klinken uw zang,
voor onze koning een loflied !

ALLELUIA                                                         Joh. 16, 28

Alleluia.
Ik ben van de Vader uitgegaan
en in de wereld gekomen ;
weer verlaat Ik de wereld en ga naar de Vader.
Alleluia.

EVANGELIE                                                    Joh. 16, 20-23a

Uw vreugde zal niemand u kunnen ontnemen.

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens
Johannes

In die tijd zei Jezus tot zijn leerlingen :
“Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u :
gij zult wenen en weeklagen
terwijl de wereld zich zal verheugen.
“Gij zult bedroefd zijn,
maar uw droefenis zal in vreugde verkeren.
“Wanneer de vrouw gaat baren is zij bedroefd
omdat haar uur gekomen is ;
maar wanneer zij het kindje ter wereld heeft gebracht
denkt zij niet meer aan de pijn,
van blijdschap dat er een mens ter wereld is gekomen.
“Zo zijt ook gij nu wel bedroefd,
maar wanneer Ik u zal weerzien zal uw hart zich verheugen
en uw vreugde zal niemand u kunnen ontnemen.
“Op die dag zult gij Mij over niets ondervragen.”

De bijbeltekst in deze uitgave is ontleend aan De Nieuwe Bijbelvertaling, ©Nederlands Bijbelgenootschap 2004/2007.
Overwegingen uit Liturgische suggesties voor de weekdagen.