Gevolg gevend aan de Apostolische exhortatie Evangelii Gaudium van Paus Franciscus, wil deze inleiding U deelgenoot maken aan de vreugde van het evangelie. Iedereen, niemand uitgezonderd, kan die vreugde ervaren door zijn hart open te stellen voor de genezende werking van Gods woord.

Het evangelie is eerst en vooral een uitnodiging om een antwoord te geven aan God die ons liefheeft en redt, door Hem te erkennen in de ander en door uit onszelf te treden om het goede te zoeken voor allen. Het evangelie reikt die eenheid en volheid van het menselijk leven aan, die de beste remedie is tegen alle vormen van kwaad.

Langs deze elektronische weg wordt U uitgenodigd om dagelijks het evangelie te lezen en even na te denken over de betekenis voor uw leven. Het is vanaf 8 uur ‘s morgens steeds ter beschikking.

Overweging

Het zijn geen twee welomschreven soorten mensen waarover de eerste lezing het heeft. De grens tussen de kinderen van God en de anderen loopt door ons eigen hart. Er zijn momenten in ons leven waarop we kinderen van God zijn, net zoals er situaties zijn waarin we meer kinderen van het kwaad lijken te zijn. Voor het eerste danken we de Heer, voor het tweede vragen we om zijn vergeving. Kinderen van God zijn we wanneer we beantwoorden aan twee criteria: de liefde en de gerechtigheid. Jezus vraagt ons te leven vanuit deze twee eenvoudige woorden: liefde en gerechtigheid.

EERSTE LEZING                                                  I Joh. 5, 14-21

God luistert naar ons als wij Hem iets vragen.

Uit de eerste brief van de heilige apostel Johannes

Vrienden,

Ons vertrouwen op God geeft ons de zekerheid
dat Hij naar ons luistert
als wij Hem iets vragen overeenkomstig zijn wil.
En als wij weten dat Hij naar al ons vragen luistert
mogen wij er ook zeker van zijn
dat onze gebeden al zijn verhoord.
Als iemand zijn broeder een zonde ziet bedrijven
die niet voert tot de dood
moet hij voor zijn broeder bidden
en God zal hem in leven houden, dat wil zeggen,
als zijn zonde hem niet doodt.
Want er is een zonde die voert tot de dood;
hiervoor geldt mijn aansporing om te bidden niet.
Maar hoewel elke verkeerde daad zonde is
brengt niet elke zonde de dood.
Wij weten dat een kind van God niet zondigt ;
de Zoon van God behoedt hem
en de boze heeft geen vat op hem.
Wij weten dat wij bij God horen
terwijl de hele wereld in de macht van de boze ligt.
Wij weten dat de Zoon van God gekomen is
en dat Hij ons inzicht gegeven heeft
om de waarachtige God te kennen,
en wij zijn in de waarachtige God
want wij zijn in Jezus Christus, zijn Zoon.
Dit is de ware God, dit is eeuwig leven !
Kinderen, wacht u voor valse goden.

TUSSENZANG                                          Ps. 149, 1-2, 3-4, 5, 6a, 9b

Onze Heer, die zijn volk bemint,
omkranst de verdrukte met zegekransen.

of : Alleluia.

Zingt voor de Heer een nieuw gezang,
zijn lof weerklinke te midden der zijnen.
Israël juiche zijn Schepper toe,
laat Sions zonen hun koning begroeten.

Looft zijn Naam in een heilige dans,
bespeelt voor Hem harp en citer.
Want onze Heer, die zijn volk bemint,
omkranst de verdrukte met zegekransen.

Jubelt dus, heiligen, om uw triomf,
viert feest in uw legerplaatsen.
Voltrek aan hen het vonnis van God,
de taak die zijn vromen tot eer strekt.

ALLELUIA    

Alleluia.
De luister van deze dag is een licht om ons heen ;
komt allen de Heer aanbidden, gij volkeren en naties,
want vandaag verscheen een groot licht op aarde.
Alleluia  

EVANGELIE                                                Joh. 2, 1-12

Jezus maakt te Kana een begin met de tekenen en openbaart zijn heerlijkheid.

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens
Johannes

Op de derde dag was er een bruiloft te Kana in Galilea,
waarbij de moeder van Jezus aanwezig was.
Jezus en zijn leerlingen
waren eveneens op die bruiloft uitgenodigd.
Toen de wijn opraakte
zei de moeder van Jezus tot Hem :
“Ze hebben geen wijn meer.”
Jezus zei tot haar :
“Vrouw, is dat soms uw zaak ?
“Nog is mijn uur niet gekomen.”
Zijn moeder sprak tot de bedienden :
“Doet maar wat Hij u zeggen zal.”
Nu stonden daar volgens het reinigingsgebruik der Joden
zes stenen kruiken,
elk met een inhoud van twee of drie metreten.
Jezus zei hun :
“Doet die kruiken vol water.”
Zij vulden ze tot bovenaan toe.
Daarop zei Hij hun :
“Schept er nu wat uit
en brengt dat aan de tafelmeester.”
Dat deden ze,
en zodra de tafelmeester het water proefde
dat in wijn verandert was
-hij wist niet waar die wijn vandaan kwam,
maar de bedienden die het water geschept hadden
wisten het wel –
riep hij de bruidegom en zei hem :
“Iedereen zet eerst de goede wijn voor
en wanneer men eenmaal goed gedronken heeft de .mindere.
“U hebt de goede wijn tot nu toe bewaard.”
Zo maakte Jezus te Kana in Galilea een begin met de tekenen
en openbaarde zijn heerlijkheid.
En zijn leerlingen geloofden in Hem.
Daarna daalde Hij af naar Kafárnaüm,
Hijzelf en zijn moeder,
de broeders en zijn leerlingen ;
maar zij bleven daar slechts enkele dagen;

De bijbeltekst in deze uitgave is ontleend aan De Nieuwe Bijbelvertaling, ©Nederlands Bijbelgenootschap 2004/2007.
Overwegingen uit Liturgische suggesties voor de weekdagen.