Dinsdag in de tweeëntwintigste week

Inleiding

Gevolg gevend aan de Apostolische exhortatie Evangelii Gaudium van Paus Franciscus, wil deze inleiding U deelgenoot maken aan de vreugde van het evangelie. Iedereen, niemand uitgezonderd, kan die vreugde ervaren door zijn hart open te stellen voor de genezende werking van Gods woord.

Het evangelie is eerst en vooral een uitnodiging om een antwoord te geven aan God die ons liefheeft en redt, door Hem te erkennen in de ander en door uit onszelf te treden om het goede te zoeken voor allen. Het evangelie reikt die eenheid en volheid van het menselijk leven aan, die de beste remedie is tegen alle vormen van kwaad.

Langs deze elektronische weg wordt U uitgenodigd om dagelijks het evangelie te lezen en even na te denken over de betekenis voor uw leven.

Overweging
Jezus heeft altijd geweigerd om de menselijke nieuwsgierigheid naar het wanneer en het hoe van een nieuw leven in Hem, te beantwoorden. De ‘dag des Heren’ is weliswaar een aangekondigde werkelijkheid, een gebeuren waaraan we ons mogen verwachten, maar waarbij we ons niets concreet kunnen voorstellen. W!e hebben geen enkele aanwijzing die ons toelaat een beeld te creëren van onze verrijzenis, en we hebben evenmin een idee van die andere realiteit: het eeuwige leven in Gods geborgenheid. Het enige wat we kunnen – en moeten – doen is vertrouwen op Gods belofte. De grote geloofssprong maken, vanuit de zekerheid dat we niets weten, maar alles te verhopen hebben. Het enige wat we wel weten, is dat we waakzaam moeten zijn. Zijn we dat ?

EERSTE LEZING                                                I Tess. 5, 1-6. 9-11

Onze Heer Jezus Christus is voor ons gestorven
opdat wij met Hem verenigd zouden leven.

Uit de eerste brief van de heilige apostel Paulus aan de christenen van Tessalonica

Het heeft geen zin, broeders en zusters,
u te schrijven over tijd en uur.
Gij weet zelf heel goed
dat de dag des Heren komt als een dief in de nacht.
Terwijl zij zeggen : ,Er heerst vrede en veiligheid’,
juist dan overvalt hen plotseling het verderf
zoals weeën een zwangere vrouw,
en zij zullen niet ontsnappen.
Maar gij, broeders en zusters, gij leeft niet in de duisternis
zodat de dag u als een dief zou verrassen.
Gij zijt allen kinderen van het licht,
kinderen van de dag.
Wij behoren niet aan de nacht en duisternis.
Laten wij dan ook niet slapen, als de anderen
maar waken en nuchter zijn.
Want God heeft ons niet bestemd om zijn toorn te ondergaan
maar om het heil te verwerven door onze heer Jezus Christus,
die voor ons gestorven is opdat wij,
wakend of reeds ontslapen, met Hem verenigd zouden leven.
Blijft daarom elkander bemoedigen en steunen,
zoals gij trouwens al doet.

TUSSENZANG                                     Ps. 27(26), 1, 4, 13-14

Ik reken er nog op tijdens mijn leven
de weldaden van de Heer te ervaren.

De Heer is mijn licht en mijn leidsman,
wie zou ik vrezen ;
de Heer is de schuts van mijn leven,
voor wie zou ik bang zijn ?

Eén ding slechts vraag ik de Heer,
meer zal ik niet wensen :
dat ik in Gods huis mag wonen
zolang als ik leef.
Dat ik de beminnelijkheid van de Heer mag ervaren,
zijn tempel weer met eigen ogen mag zien.

Ik reken er nog op tijdens mijn leven
de weldaden van de Heer te ervaren.
Zie uit naar de Heer en houd dapper stand,
wees moedig van hart en vertrouw op de Heer.

ALLELUIA                                                          Ps. 119(118),18

Alleluia.
Ontsluit mijn ogen om te aanschouwen, Heer,
de heerlijkheid van uw wet.
Alleluia.

EVANGELIE                                                     Lc. 4, 31-37

Ik weet wie Gij zijt : de Heilige Gods.

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens
Lucas

In die tijd ging Jezus naar Kafarnaüm, een stad in Galilea
en trad daar op de sabbat voor de mensen als leraar op.
Zij waren buiten zichzelf van verbazing over zijn leer,
omdat Hij sprak met gezag.

Eens bevond zich in de synagoge een man
die bezeten was door een onreine geest
en die luid begon te schreeuwen :
“Jezus van Nazaret,
wat hebben wij met elkaar te maken ?
“Zijt Ge gekomen om ons in het verderf te storten ?
“Ik weet wie Gij zijt : de Heilige Gods.”
Jezus voegde hem toe :
“Zwijg stil en ga van hem weg.”
De boze geest slingerde hem tussen de mensen
en ging van hem weg
zonder hem enig letsel te hebben toegebracht.
Ze stonden allen met verbazing geslagen en zeiden tot elkaar :
“Wat is dat voor een woord,
dat met gezag en macht aan de onreine geesten een bevel geeft
dat ze weggaan ?”
En zijn faam verspreidde zich over alle plaatsen van die streek.

De bijbeltekst in deze uitgave is ontleend aan De Nieuwe Bijbelvertaling, © Nederlands Bijbelgenootschap 2004/2007.
Overwegingen uit Liturgische suggesties voor de weekdagen.

Gepubliceerd door leopardoel

I am an 89-years old retired Johnson & Johnson researcher, who wants to spend the rest of his years to the spreading of the gospel in a daily blog.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: