Woensdag H. Franciscus van Assisi

Inleiding

Gevolg gevend aan de Apostolische exhortatie Evangelii Gaudium van Paus Franciscus, wil deze inleiding U deelgenoot maken aan de vreugde van het evangelie. Iedereen, niemand uitgezonderd, kan die vreugde ervaren door zijn hart open te stellen voor de genezende werking van Gods woord.

Het evangelie is eerst en vooral een uitnodiging om een antwoord te geven aan God die ons liefheeft en redt, door Hem te erkennen in de ander en door uit onszelf te treden om het goede te zoeken voor allen. Het evangelie reikt die eenheid en volheid van het menselijk leven aan, die de beste remedie is tegen alle vormen van kwaad.

Langs deze elektronische weg wordt U uitgenodigd om dagelijks het evangelie te lezen en even na te denken over de betekenis voor uw leven. Het is vanaf 8 uur ‘s morgens steeds ter beschikking.

Overweging
Naast Ezra is Nehemia een grote figuur in de restauratie van het Jeruzalem na de ballingschap. Hij is een hofbeambte van de koning van Perzië. Wellicht is het mede dank zij hem dat officiële stukken terechtkwamen in de boeken Ezra-Nehemia. Hier krijgt hij de (opdracht) toelating naar Juda te gaan om de stad en de muren te herbouwen.

EERSTE LEZING               Neh. 2, 1-8

Moge de Koning mij naar Juda zenden,
om de stad van mijn vaderen weer op te bouwen.

Uit het Boek Nehemia

Het gebeurde in de maand Nisan
van het twintigste regeringsjaar van koning Artachsata.
De wijn stond op tafel ;
ik, Nehemia, nam de wijn en reikte hem de koning aan.
Nooit had ik mij bedroefd getoond in zijn tegenwoordigheid,
maar nu zei de Koning mij :
“Waarom kijk je zo treurig ?
Ziek ben je niet, dus moet er iets zijn
dat je treurig stemt.”
Ik ontstelde hevig
en zei tot de koning :
“De koning leve in eeuwigheid !
“Hoe zou ik er niet treurig uitzien,
nu de stad,
de plaats waar mijn voorvaderen begraven liggen,
een woestenij is geworden en haar poorten
door het vuur verteerd zijn ?”
Daarop vroeg de koning :
“Wat is je verlangen ?”
Ik bad tot de God des hemels
en zei tot de koning :
“Als het de koning behaagt
en als uw dienaar genade gevonden heeft in uw ogen,
moge u mij naar Juda zenden,
naar de stad waar mijn vaderen begraven liggen,
om haar weer op te bouwen.”
De koningin zat naast de koning.
De koning vroeg :
“Hoe lang duurt de reis en wanneer kom je terug ?”
Ik noemde hem een termijn ;
de koning stemde daarmee in
en gaf mij verlof te vertrekken.
Toen zei ik tot de koning :
“Als het de koning behaagt,
moge hij mij brieven meegeven
zodat zij mij op mijn reis naar Juda doortocht verlenen.
“En ook een brief voor Asaf, de koninklijke houtvester,
dat hij me boomstammen moet leveren
om er balken van te maken
voor de poorten van de tempelburcht,
voor de stadsmuur en voor een huis voor mijzelf.”
Omdat mijn God mij genadig was,
voldeed de koning aan mijn verzoek.

TUSSENZANG                Ps. 137(136), 1-2, 3, 4-5, 6

Moge mijn tong in mijn mond blijven kleven
als ik aan u niet meer denk.

Wij zaten aan Babylons stromen en weenden
denkend aan Sion ;
en aan de wilgen die daar staan
hingen de citers.

Onze ontvoerders vroegen gezangen,
onze verdrukkers een vrolijk lied :
zingt ons van Sion !

Zouden wij dan van de Heer kunnen zingen
hier in dit vreemde land ?
Als ik, Jeruzalem, u ooit vergeet
moge mijn hand verlammen ;

Moge mijn tong in mijn mond blijven kleven
als ik aan u niet meer denk ;
Als ik Jeruzalem zou willen ruilen
voor wat plezier.

ALLELUIA              Kol. 3, 16a, 17c

Alleluia.
Het woord van Christus
moge in volle rijkdom onder u wonen ;
dankt God de Vader door Hem.
Alleluia.

EVANGELIE                Lc. 9, 57-62

Ik zal U volgen, waar Gij ook heen gaat.

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens
Lucas

In die tijd zei iemand tot Jezus :
“Ik zal U volgen, waar Gij ook heen gaat.”
Jezus sprak tot hem :
“De vossen hebben holen en de vogels hun nesten,
maar de Mensenzoon
heeft niets waar Hij zijn hoofd op kan laten rusten.”
Tot een ander sprak Hij :
“Volg Mij.”
Deze vroeg :
“Heer,
laat mij eerst teruggaan om mijn vader te begraven.”
Jezus zei tot hem :
“Laat de doden hun doden begraven;
maar gij,
ga heen en verkondig het Rijk Gods.”
Weer een ander zei :
“Ik zal U volgen Heer,
maar laat mij eerst afscheid nemen van mijn huisgenoten.”
Tot hem sprak Jezus :
“Wie de hand aan de ploeg slaat
maar omziet naar wat achter hem ligt,
is ongeschikt voor het Rijk Gods.”

De bijbeltekst in deze uitgave is ontleend aan De Nieuwe Bijbelvertaling, © Nederlands Bijbelgenootschap 2004/2007.
Overwegingen uit Liturgische suggesties voor de weekdagen.

 

Gepubliceerd door leopardoel

I am a 90-years old retired Johnson & Johnson researcher, who wants to spend the rest of his years to the spreading of the gospel in a daily blog.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: