Negenentwintigste zondag door het jaar

Inleiding

Gevolg gevend aan de Apostolische exhortatie Evangelii Gaudium van Paus Franciscus, wil deze inleiding U deelgenoot maken aan de vreugde van het evangelie. Iedereen, niemand uitgezonderd, kan die vreugde ervaren door zijn hart open te stellen voor de genezende werking van Gods woord.

Het evangelie is eerst en vooral een uitnodiging om een antwoord te geven aan God die ons liefheeft en redt, door Hem te erkennen in de ander en door uit onszelf te treden om het goede te zoeken voor allen. Het evangelie reikt die eenheid en volheid van het menselijk leven aan, die de beste remedie is tegen alle vormen van kwaad.

Langs deze elektronische weg wordt U uitgenodigd om dagelijks het evangelie te lezen en even na te denken over de betekenis voor uw leven.

Openingswoord
‘Moet je belastingen betalen aan een bezetter?’
Men wil Jezus vastzetten met een valse vraag.
Maar Hij geeft een geniaal antwoord:
“Geef aan de keizer wat de keizer toekomt
en aan God wat aan God toekomt.”
In deze viering willen we aan God geven wat Hem toekomt:
woorden van dank en erkenning
en de gave van onze inzet.
Hier komen wij samen als broers en zussen.
Hier ontvangen wij verse moed
om onze zending als christenen op te nemen.

EERSTE LEZING                       Jes. 45, 1.4-6

Ik heb Cyrus bij zijn rechterhand genomen om de volkeren voor hem neer te werpen.

Uit de profeet Jesaja

Zo spreekt de Heer
tot Cyrus, zijn gezalfde,
die Hij bij zijn rechterhand heeft genomen
om de volkeren voor hem neer te werpen,
om koningen de gordels van de lenden te trekken,
om deuren voor hem open te stoten
en geen poort gesloten te laten:

“Het was omwille van mijn dienaar Jakob
en om Israël, mijn uitverkorene,
dat Ik u bij uw naam heb geroepen
en u een eretitel heb gegeven,
alhoewel gij Mij niet kende.
“Ik ben de Heer, en niemand anders !
“Buiten Mij is er geen God.
“Ik heb u omgord zonder dat gij Mij kende,
zodat allen het nu kunnen weten,
die van het oosten en die van het westen;
Ik ben de Heer, en niemand anders!”

Antwoordpsalm              Ps. 96(95), 1 en 3, 4-5, 7-8, 9-10a en c

Keervers
Huldigt de Heer om zijn glorie en macht.

Zingt voor de Heer een nieuw gezang,
zingt voor de Heer alle landen.
Meldt aan de naties zijn heerlijkheid,
zijn wondere daden aan alle volken.

Want machtig en onvolprezen is Hij
en meer te duchten dan alle goden.
De goden der volken zijn maaksels van mensen,
maar Hij is de Schepper van het heelal.

Huldigt die Heer, alle stammen en volken,
huldigt de Heer om zijn glorie en macht.
Huldigt de Heer om de roem van zijn Naam.
Brengt Hem uw offer en treedt in zijn voorhof.

Gaat Hem aanbidden in heilig gewaad.
Beeft voor de Heer, alle mensen op aarde.
Zegt tot elkander: “De Heer regeert!”
De volken bestuurt Hij met billijkheid.

TWEEDE LEZING                 1 Tess. 1, 1-5b

Wij gedenken uw geloof, uw liefde en hoop.

Uit de eerste brief van de heilige apostel Paulus aan de christenen
van Tessalonica

Van Paulus, Silvánus en Timóteüs
aan de christengemeente van Tessalonica,
die is in God de Vader en de Heer Jezus Christus.
Genade voor u en vrede!

Wij zeggen God dank voor u allen,
telkens wanneer wij uw naam noemen in onze gebeden.
Onophoudelijk gedenken wij
voor het aanschijn van God, onze Vader,
uw werkdadig geloof, uw onvermoeibare liefde
en uw standvastige hoop op onze Heer Jezus Christus.
Wij weten, broeders en zusters, dat God u liefheeft
en dat gij door Hem zijt uitverkoren,
want wij hebben u het evangelie verkondigd,
niet alleen met woorden
maar met kracht en heilige Geest en volle overtuiging.

Vers voor het evangelie             Fil. 2, 15d-16d

Alleluia.
Gij schittert als sterren in het heelal,
houdt vast aan het woord dat leven geeft.
Alleluia.

EVANGELIE                     Mt. 22, 15-21

Geeft aan de keizer wat de keizer toekomt, en aan God wat God toekomt.

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens
Matteüs

In die tijd gingen de Farizeeën onder elkaar beraadslagen
hoe ze Jezus in zijn eigen woorden konden vangen.
Zij stuurden hun leerlingen met de Herodianen op Hem af
met de vraag:
“Meester, wij weten dat Gij oprecht zijt
en de weg van God in oprechtheid leert;
Gij stoort U aan niemand,
want Gij ziet de mensen niet naar de ogen.
“Zeg ons daarom:
Wat dunkt U, is het geoorloofd
belasting te betalen aan de keizer of niet ?”

Maar Jezus doorzag hun valsheid en zei:
“Waarom probeert gij Mij te vangen, gij huichelaars ?
“Laat Mij de belastingmunt eens zien.”
Zij hielden Hem een geldstuk voor.
Hij vroeg hun:
“Van wie is deze beeldenaar en het opschrift?”
Zij antwoordden:
“Van de keizer.”
Daarop sprak Hij tot hen:
“Geeft dan aan de keizer wat de keizer toekomt,
en aan God wat God toekomt.”

De bijbeltekst in deze uitgave is ontleend aan De Nieuwe Bijbelvertaling, © Nederlands BijbelgenootschDe bijbeltekstap 2004/2007.
Overwegingen uit Liturgische suggesties voor de zondagen.

Gepubliceerd door leopardoel

I am a 90-years old retired Johnson & Johnson researcher, who wants to spend the rest of his years to the spreading of the gospel in a daily blog.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: