Woensdag in de negenentwintigste week door het jaar

Inleiding

Gevolg gevend aan de Apostolische exhortatie Evangelii Gaudium van Paus Franciscus, wil deze inleiding U deelgenoot maken aan de vreugde van het evangelie. Iedereen, niemand uitgezonderd, kan die vreugde ervaren door zijn hart open te stellen voor de genezende werking van Gods woord.

Het evangelie is eerst en vooral een uitnodiging om een antwoord te geven aan God die ons liefheeft en redt, door Hem te erkennen in de ander en door uit onszelf te treden om het goede te zoeken voor allen. Het evangelie reikt die eenheid en volheid van het menselijk leven aan, die de beste remedie is tegen alle vormen van kwaad.

Langs deze elektronische weg wordt U uitgenodigd om dagelijks het evangelie te lezen en even na te denken over de betekenis voor uw leven.

Overweging
Waar de zonde heeft gewoekerd, daar werd de genade mateloos. Indien dit waar is, zou men op een domme wijze wel eens kunnen concluderen: laat ons dan maar zondigen. “Dat verhoede God!”, zegt Paulus. Eens waart gij slaaf van de zonde, maar nu zijt ge bevrijd en dient ge de gerechtigheid.  Ge hebt de keuze: ofwel dient gij de zonde en dat loopt uit op de dood, ofwel dient Gij God. Hem gehoorzamen leidt tot gerechtigheid.

EERSTE LEZING                                 Rom. 6, 12-18

Biedt uzelf God aan als mensen
die uit de dood ten leven zijt opgestaan.

Uit de brief van de heilige apostel Paulus aan de christenen van Rome

Broeders en zusters,

Laat de zonde niet heersen in uw sterfelijk lichaam,
gehoorzaamt haar niet ;
stelt uw ledematen niet in haar dienst
als werktuigen van ongerechtigheid.
Biedt uzelf God aan
als mensen die uit de dood ten leven zijt opgestaan.
Offert Hem uw ledematen
als werktuigen in dienst der gerechtigheid.
De zonde mag niet over u heersen,
want gij staat niet onder de wet maar onder de genade.
Betekent dit dat het ons vrij staat te zondigen
omdat wij niet meer onder de wet leven maar onder de genade ?
Dat verhoede God !
Het is immers duidelijk
dat gij die meester als slaven moet gehoorzamen
in wiens dienst gij u als slaven stelt :
ofwel gij dient de zonde
– en dit loopt uit op de dood –
ofwel gij dient God,
– en Hem gehoorzamen leidt tot gerechtigheid.
Maar gij zijt, God zij gedankt, geen slaven meer van de zonde :
van harte hebt gij u onderworpen
aan de beginselen van de leer die u is overgeleverd.
Zo zijt gij bevrijd van de heerschappij der zonde
en dienaars geworden van de gerechtigheid.

TUSSENZANG                 Ps. 124(123), 1-3, 4-6, 7-8

Wij werden gered door de Naam van de Heer.

Was de Heer niet met ons geweest,
zo mag Israël zeggen ;
was de Heer niet met ons geweest
toen allen zich tegen ons keerden ;
dan zouden wij levend verslonden zijn,
verzengd door de gloed van hun woede.

Dan had de vloed ons verzwolgen,
de bergstroom ons meegesleurd ;
dan waren wij reddeloos ondergegaan
in schuimende waterkolken.
De Heer zij geloofd, Hij gaf ons niet prijs,
ontrukte de prooi aan hun tanden.

Wij zijn als een vogel nog juist gevlucht,
ontsnapt aan het net van de jagers.
Het net van de vogelaar is gescheurd,
wij zijn er uit los gekomen.
Wij werden gered door de Naam van de Heer,
die hemel en aarde gemaakt heeft.

ALLELUIA                                      Ps. 119(118), 36a, 29b

Alleluia.
Mijn hart zij gericht op wat gij verordent, Heer;
geef mij uw wet als gids.
Alleluia.

EVANGELIE                  Lc. 12, 39-48

Van ieder aan wie veel is gegeven, zal veel worden geëist.

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens
Lucas

In die tijd zei Jezus tot zijn leerlingen :
“Begrijpt dit wel :
als de eigenaar van het huis wist
op welk uur de dief zou komen,
zou hij in zijn huis niet laten inbreken.
“Weest ook gij bereid,
omdat de Mensenzoon komt
op het uur waarop gij het niet verwacht.”
Petrus vroeg Hem nu :
“Heer, bedoelt Gij deze gelijkenis voor ons of voor iedereen ?”
De Heer sprak :
“Wie zou die trouwe en verstandige beheerder wel zijn,
die de heer over zijn dienstvolk zal aanstellen
om hun op de gestelde tijd hun rantsoen koren te geven ?
“Gelukkig de knecht
die de heer bij zijn aankomst daarmee bezig vindt.
“Waarlijk, Ik zeg u :
hij zal hem aanstellen over alles wat hij bezit.
“Maar zegt die knecht bij zichzelf :
Mijn heer blijft nog wel een poosje weg,
en begint hij de knechten en dienstmeisjes te slaan,
en gaat hij zich te buiten aan spijs en drank,
dan zal de heer van die knecht komen
op een dag dat hij hem niet verwacht
en op een uur dat hij niet kent ;
hij zal hem met het zwaard straffen
en hij zal hem zo het lot doen ondergaan van de ontrouwen.
“De knecht die de wil van zijn heer kende,
maar geen beschikkingen trof noch handelde volgens diens wil,
zal zwaar getuchtigd worden.
“Wie echter in onwetendheid
dingen heeft gedaan die tuchtiging verdienen,
zal slechts licht gestraft worden.
“Van ieder aan wie veel is gegeven zal veel worden geëist ;
en van hem aan wie veel is toevertrouwd
zal des te meer worden gevraagd.”

De bijbeltekst in deze uitgave is ontleend aan De Nieuwe Bijbelvertaling, © Nederlands Bijbelgenootschap 2004/2007.
Overwegingen uit Liturgische suggesties voor de weekdagen.

Gepubliceerd door leopardoel

I am a 90-years old retired Johnson & Johnson researcher, who wants to spend the rest of his years to the spreading of the gospel in a daily blog.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: