Dertigste zondag door het jaar

Inleiding

Gevolg gevend aan de Apostolische exhortatie Evangelii Gaudium van Paus Franciscus, wil deze inleiding U deelgenoot maken aan de vreugde van het evangelie. Iedereen, niemand uitgezonderd, kan die vreugde ervaren door zijn hart open te stellen voor de genezende werking van Gods woord.

Het evangelie is eerst en vooral een uitnodiging om een antwoord te geven aan God die ons liefheeft en redt, door Hem te erkennen in de ander en door uit onszelf te treden om het goede te zoeken voor allen. Het evangelie reikt die eenheid en volheid van het menselijk leven aan, die de beste remedie is tegen alle vormen van kwaad.

Langs deze elektronische weg wordt U uitgenodigd om dagelijks het evangelie te lezen en even na te denken over de betekenis voor uw leven.

Openingswoord
Geloven heeft te maken met liefde.
Hoe kan je gelovig zijn
en niet proberen om mensen lief te hebben?
Wie gelovig is vindt een bron van liefde
bij God en Jezus.
Van hen zeggen wij:
zij zijn één en al liefde voor ons.
Aan hun liefde mogen wij ons spiegelen.
Laten wij hier putten
aan de liefdesbron die Zij voor ons zijn.
Openen wij ons hart voor het woord van Jezus,
onze grote voorganger in de liefde.
Dat Hij nu tot ons komt,
ondanks onze zwakheid in de liefde.

EERSTE LEZING                            Ex. 22, 20-26

Als gij weduwen en wezen onrecht aandoet, zal mijn toorn tegen u losbarsten.

Uit het boek Exodus

Zo spreekt de Heer:

“Gij moet een vreemdeling niet slecht behandelen
en hem het leven niet moeilijk maken,
want ge hebt zelf als vreemdeling in Egypte gewoond.

“Weduwen en wezen zult ge geen onrecht aandoen.
“Als ge hun te kort doet en als hun klagen tot Mij opstijgt,
dan zal Ik gehoor geven aan hun klagen.
“Mijn toorn zal losbarsten en met het zwaard zal Ik u doden:
uw vrouwen worden weduwen, uw kinderen wezen.

“Als gij aan iemand van mijn volk geld leent,
aan een noodlijdende in uw omgeving,
gedraag u dan niet als een geldschieter.
“Ge moet geen rente van hem eisen.
“Als gij iemands mantel in pand neemt,
dan moet ge die vóór zonsondergang aan hem teruggeven.
“Hij heeft niets anders om zich mee toe te dekken,
het is de beschutting van zijn blote lichaam,
hij moet erin slapen.
“Roept hij tot Mij om hulp, dan zal Ik hem verhoren,
want Ik ben vol medelijden.”

Antwoordpsalm                 Ps. 18(17), 2, 3-4, 47 en 51ab

Keervers
Heer, U heb ik lief, mijn sterkte zijt Gij.

Heer, U heb ik lief, mijn sterkte zijt Gij,
mijn toevlucht, mijn burcht, mijn bevrijder.

Mijn God, de rots waar ik toevlucht vind,
mijn schild, mijn behoud en bescherming.
Wanneer ik de Heer aanroep, Hij zij geprezen,
dan doet geen vijand mij kwaad.,

De Heer zij geprezen, gezegend mijn rots,
verheerlijkt zij God, mijn verlosser.
Want Gij hebt uw koning de zege geschonken,
uw gunsten bewezen aan uw gezalfde.

TWEEDE LEZING                     I Tess. 1,5c-10

Gij hebt u van de afgoden bekeerd om God te dienen en zijn Zoon uit de hemel te verwachten.

Uit de eerste brief van de heilige apostel Paulus aan de christenen van Tessalonica

Broeders en zusters,

Gij weet hoe ons optreden bij u is geweest.
Het was gericht op uw heil.
En gij van uw kant
zijt navolgers geworden van ons en van de Heer,
toen gij het woord hebt aangenomen
onder allerlei beproevingen
en toch met vreugde van de heilige Geest.

Gij zijt een voorbeeld geworden voor alle gelovigen
in Macedonië en in Achaïa.
Ja, van Tessalonica uit
heeft het woord van de Heer weerklonken,
en niet enkel in Macedonië en Achaïa;
allerwegen is uw geloof in God bekend geworden.
Wij hoeven niets meer te zeggen,
zij vertellen zelf wel hoe wij bij u zijn gekomen
en hoe wij door u zijn ontvangen;
hoe gij u van de afgoden tot God hebt bekeerd
om de levende en waarachtige God te dienen,
en uit de hemel zijn Zoon te verwachten
die Hij uit de dood heeft opgewekt,
Jezus, die ons redt van de komende toorn.

Vers voor het evangelie             Joh. 14, 23

Alleluia.
Als iemand Mij liefheeft, zal hij mijn woord onderhouden;
mijn Vader zal hem liefhebben
en Wij zullen tot hem komen.
Alleluia.

EVANGELIE                     Mt. 22, 34-40

Gij zult de Heer uw God beminnen en uw naaste als uzelf.

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens
Matteüs

In die tijd kwamen de Farizeeën bijeen, toen zij vernamen
dat Jezus de Sadduceeën de mond gesnoerd had.

En een van hen, een wetgeleerde,
vroeg Jezus om Hem op de proef te stellen:
“Meester, wat is het voornaamste gebod in de Wet?”

Hij antwoordde hem:
“Gij zult de Heer uw God beminnen met geheel uw hart,
geheel uw ziel en geheel uw verstand.
“Dit is het voornaamste en eerste gebod.
“Het tweede, daarmee gelijkwaardig:
Gij zult uw naaste beminnen als uzelf.
“Aan deze twee geboden hangt heel de Wet en de Profeten.”

De bijbeltekst in deze uitgave is ontleend aan De Nieuwe Bijbelvertaling, © Nederlands BijbelgenootschDe bijbeltekstap 2004/2007.
Overwegingen uit Liturgische suggesties voor de zondagen.

 

Gepubliceerd door leopardoel

I am a 90-years old retired Johnson & Johnson researcher, who wants to spend the rest of his years to the spreading of the gospel in a daily blog.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: