Vierendertigste zondag door het jaar CHRISTUS, KONING VAN HET HEELAL

Inleiding

Gevolg gevend aan de Apostolische exhortatie Evangelii Gaudium van Paus Franciscus, wil deze inleiding U deelgenoot maken aan de vreugde van het evangelie. Iedereen, niemand uitgezonderd, kan die vreugde ervaren door zijn hart open te stellen voor de genezende werking van Gods woord.

Het evangelie is eerst en vooral een uitnodiging om een antwoord te geven aan God die ons liefheeft en redt, door Hem te erkennen in de ander en door uit onszelf te treden om het goede te zoeken voor allen. Het evangelie reikt die eenheid en volheid van het menselijk leven aan, die de beste remedie is tegen alle vormen van kwaad.

Langs deze elektronische weg wordt U uitgenodigd om dagelijks het evangelie te lezen en even na te denken over de betekenis voor uw leven. Het is vanaf 8 uur ‘s morgens steeds ter beschikking.

Openingswoord
We sluiten het kerkelijke jaar af met een Christusfeest.
Hij die met Gods Geest werd gezalfd,
nodigt ons telkens uit op de weg van de liefde.
Wij mogen ons bij Hem aansluiten.
Nooit stelt Hij ons teleur.
Als Verlosser en verrezen Heer
verdient Hij onze hoogste achting.
We willen Hem dan ook eren als onze koning,
de enige die de machten van dood en duisternis
eens volledig zal overwinnen.

EERSTE LEZING                 Ez. 34, 11-12.15-17

Gij zijt mijn schapen, Ik zal recht doen aan het ene dier tegenover het andere.

Uit de profeet Ezechiël

Zo spreekt God de Heer:

“Ik zoek mijn kudde op en bezoek mijn eigen schapen.
“Zoals een herder omziet naar zijn kudde,
en zich onder zijn schapen begeeft wanneer ze verstrooid zijn,
zo zal Ik omzien naar mijn schapen
en ze in veiligheid brengen, hoe ver ze ook afgedwaald zijn
ten gevolge van mist en nevel.

“Ik zal mijn schapen weiden, Ik zelf zal ze laten rusten,
– spreekt God de Heer –
“Het vermiste schaap ga Ik zoeken,
het verdwaalde breng Ik terug,
het gewonde verbind Ik,
het zieke geef Ik weer kracht
en het gezonde en sterke blijf Ik verzorgen.
“Ik zal ze laten weiden zoals het behoort.
“En gij, mijn schapen – zo spreekt God de Heer -:
Ik zal recht doen aan het ene dier tegenover het ander,
tegenover ram en bok.”

Antwoordpsalm             Ps. 23(22), 1-2a, 2b-3, 5, 6

Keervers
De Heer is mijn herder, niets kom ik tekort.

De Heer is mijn herder, niets kom ik tekort;
Hij laat mij weiden op groene velden.

Hij brengt mij aan water, waar ik kan rusten,
Hij geeft mij weer frisse moed.
Mijn schreden leidt Hij langs rechte paden
omwille van zijn Naam.

Gij nodigt mij aan uw tafel
tot ergernis van mijn bestrijders.
Met olie zalft Gij mijn hoofd,
mijn beker is overvol.

Voorspoed en zegen verlaten mij nooit,
elke dag van mijn leven.
Het huis van de Heer zal mijn woning zijn
voor alle komende tijden.

TWEEDE LEZING              1 Kor. 15, 20-26.28

Hij zal het koningschap aan God de Vader overdragen, dan zal God zijn
alles in allen.

Uit de eerste brief van de heilige apostel Paulus aan de christenen van Korinte

Broeders en zusters,

Christus is opgestaan uit de doden
als eersteling van hen die ontslapen zijn.
Want omdat door een mens de dood is gekomen,
komt door een mens ook de opstanding van de doden.
Zoals allen sterven in Adam,
zo zullen ook allen in Christus herleven.
Maar ieder in zijn eigen rangorde:
als eerste en voornaamste Christus,
vervolgens bij zijn komst,
zij die Christus toebehoren;
daarna komt het einde,
wanneer Hij het koningschap
aan God de Vader zal overdragen,
na alle heerschappijen en alle machten en krachten
te hebben onttroond.

Want het is vastgesteld
dat Hij het koningschap zal uitoefenen,
tot Hij al zijn vijanden onder zijn voeten heeft gelegd.
En de laatste vijand die vernietigd wordt, is de dood.
En wanneer alles aan Hem onderworpen is,
zal ook de Zoon zelf zich onderwerpen aan degene,
die het al aan Hem onderwierp.
Dan zal God zijn
alles in allen.

Vers voor het evangelie               Mc. 11, 9-10

Alleluia.
Gezegend de komende in de naam van de Heer,
geprezen het komende koninkrijk van onze vader David.
Alleluia.

EVANGELIE                         Mt. 25, 31-46

Hij zal plaats nemen op zijn troon van glorie en Hij zal hen in twee groepen scheiden.

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens
Matteüs

In die tijd zei Jezus tot zijn leerlingen:

“Wanneer de Mensenzoon komt in zijn heerlijkheid
en vergezeld van alle engelen,
dan zal Hij plaats nemen op zijn troon van glorie.
“Alle volken zullen vóór Hem bijeengebracht worden
en Hij zal ze in twee groepen scheiden,
zoals de herder een scheiding maakt
tussen schapen en bokken.
“De schapen zal Hij plaatsen aan zijn rechterhand,
maar de bokken aan zijn linker.

“Dan zal de Koning tot die aan zijn rechterhand zggen:
Komt, gezegenden van mijn Vader,
en ontvangt het Rijk dat voor u gereed is
vanaf de grondvesting der wereld.
“Want Ik had honger en gij hebt Mij te eten gegeven,
Ik had dorst en gij hebt Mij te drinken gegeven,
Ik was vreemdeling en gij hebt Mij opgenomen.
“Ik was naakt en gij hebt Mij gekleed,
Ik was ziek en gij hebt Mij bezocht,
Ik was in de gevangenis en gij hebt Mij bezocht.

“Dan zullen de rechtvaardigen Hem antwoorden en zeggen:
Heer, wanneer hebben wij U hongerig gezien
en U te eten gegeven,
of dorstig en U te drinken gegeven?
“En wanneer zagen wij U als vreemdeling
en hebben U opgenomen,
of naakt en hebben U gekleed ?
“En wanneer zagen wij U ziek of in de gevangenis
en zijn U komen bezoeken ?

“De Koning zal hun ten antwoord geven:
Voorwaar, Ik zeg u:
al wat gij gedaan hebt
voor een van deze geringsten van mijn broeders,
hebt gij voor Mij gedaan.

“En tot die aan zijn linkerhand zal Hij dan zeggen:
Gaat weg van Mij, vervloekten, in het eeuwig vuur
dat bereid is voor de duivel en zijn trawanten.
“Want Ik had honger en gij hebt Mij niet te eten gegeven.
“Ik had dorst en gij hebt Mij niet te drinken gegeven.
“Ik was vreemdeling, en gij hebt Mij niet opgenomen,
naakt en gij hebt Mij niet gekleed.
“Ik was ziek en in de gevangenis
en gij zijt Mij niet komen bezoeken.

“Dan zullen ook zij antwoorden en zeggen:
Heer, wanneer hebben wij U hongerig gezien of dorstig
of als vreemdeling of naakt of ziek
of in de gevangenis,
en hebben wij niet voor U gezorgd ?

“Daarop zal Hij hun antwoorden:
Voorwaar, Ik zeg u:
al wat gij niet voor een van deze geringsten hebt gedaan,
hebt gij ook voor Mij niet gedaan.
“En dezen zullen heengaan naar de eeuwige straf,
maar de rechtvaardigen naar het eeuwig leven.”

De bijbeltekst in deze uitgave is ontleend aan De Nieuwe Bijbelvertaling, © Nederlands BijbelgenootschDe bijbeltekstap 2004/2007.
Overwegingen uit Liturgische suggesties voor de zondagen.

Gepubliceerd door leopardoel

I am a 90-years old retired Johnson & Johnson researcher, who wants to spend the rest of his years to the spreading of the gospel in a daily blog.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: