Vrijdag – Tweede week door het jaar

Inleiding

Gevolg gevend aan de Apostolische exhortatie Evangelii Gaudium van Paus Franciscus, wil deze inleiding U deelgenoot maken aan de vreugde van het evangelie. Iedereen, niemand uitgezonderd, kan die vreugde ervaren door zijn hart open te stellen voor de genezende werking van Gods woord.

Het evangelie is eerst en vooral een uitnodiging om een antwoord te geven aan God die ons liefheeft en redt, door Hem te erkennen in de ander en door uit onszelf te treden om het goede te zoeken voor allen. Het evangelie reikt die eenheid en volheid van het menselijk leven aan, die de beste remedie is tegen alle vormen van kwaad.

Langs deze elektronische weg wordt U uitgenodigd om dagelijks het evangelie te lezen en even na te denken over de betekenis voor uw leven. Het is vanaf 8 uur ‘s morgens steeds ter beschikking.

Overweging
‘Christus was een vriend voor alle mensen, zonder uitzondering. Allen die, waar ook ter wereld, Christus liefhebben, vormen samen één grote gemeenschap die Hem in onderlinge vriendschap wil navolgen. Vanuit die verbondenheid kunnen zij bijdragen aan de genezing van de wonden waaraan de mensheid lijdt. Zonder zich op te dringen, kunnen zij de wereldwijde solidariteit bevorderen, waarbij geen enkel volk en geen enkele mens wordt uitgesloten. Soms is deze gemeenschap in onderlinge vriendschap heel zichtbaar,  bijvoorbeeld tijdens internationale ontmoetingen. Maar zulke gebeurtenissen zijn er maar af en toe. Toch kun je overal op aarde een klein deeltje van deze gemeenschap, hoe armzalig ook, terugvinden. Het is onmogelijk om je geloof helemaal alleen te beleven. Geloof begint altijd met een ervaring van gemeenschap, met het besef dat Christus de bron is van een onbegrensde eenheid. Plaatselijke gemeenschappen, parochies, gebedsgroepen, kerken zijn bedoeld om voortdurend te groeien in vriendschap! Het moeten plaatsen worden waar men elkaar een warm welkom geeft en elkaar ondersteunt, met aandacht voor kleine en zwakke mensen, voor vreemdelingen en voor hen die onze idealen niet delen’.
(Frère Alois, Taizé 2014)

EERSTE  LEZING                    I Sam. 24, 3-21

De Heer beware mij ervoor dat ik de hand zou slaan
aan hem die zijn gezalfde is.

Uit het eerste Boek Samuël

In die dagen koos Saul
drieduizend uitgelezen manschappen uit heel Israël
en hij ging op zoek naar David en zijn mannen,
ten oosten van de steenbokrotsen.
Op zijn weg kwam hij bij de schaapskooien.
Daar is een spelonk
en Saul ging die binnen om zich af te zonderen.
Maar achter in die spelonk zaten David en zijn mannen !
De mannen zeiden tot David :
“Dit is het ogenblik dat de Heer bedoelde toen Hij u zei :
Ik lever uw vijand aan u over.
“Doe met hem wat gij wilt.”
Toen stond David op en zonder dat Saul iets merkte
sneed hij een slip van diens mantel af.
Zijn hart bonsde
omdat hij de slip van Sauls mantel had afgesneden.
daarop zei hij tot zijn mannen :
“De Heer beware mij ervoor
dat ik mij zou vergrijpen aan mijn heer, de gezalfde van God,
dat ik de hand zou slaan aan hem
die de gezalfde van de Heer is.”
Met deze woorden hield David zijn mannen in bedwang
en liet niet toe dat zij zich op Saul wierpen.
Intussen was Saul opgestaan ;
hij verliet de spelonk om zijn weg te vervolgen.
Toen ging ook David de spelonk uit en riep Saul na :
“Mijn Heer en koning !”
Saul keek om en David boog zich neer tot op de grond
om hem zijn hulde te betuigen.
Hij zei tot Saul :
“Waarom luistert u toch naar de praatjes van de mensen
als zou David uw ongeluk willen ?
“U ziet nu met uw eigen ogen
dat de Heer u in de spelonk aan mij had overgeleverd.
“Ze wilden u doden,
maar ik heb u gespaard en gezegd :
Ik vergrijp mij niet aan mijn heer,
want hij is de gezalfde van God.
“Kijk, mijn vader,
kijk naar de slip van uw mantel die ik in mijn hand heb.
“Dat ik de slip van uw mantel heb kunnen afsnijden
en u niet heb gedood
moet voor u toch een duidelijk bewijs zijn
dat ik geen boze of opstandige bedoelingen heb.
“Ik heb niets tegen u misdaan
en toch hebt u het op mijn leven gemunt.
“De Heer moge oordelen,
wie van ons beiden in zijn recht staat,
en de Heer moge mij wreken op u :
ik zal niet de hand aan u slaan.
“Het oude spreekwoord zegt :
Van boosheid gaat boosheid uit.
“Ik zal niet de hand aan u slaan.
“Tegen wie trekt de koning van Israël eigenlijk uit?
“Achter wie zit u eigenlijk aan ?
“Het gaat toch maar om een dode hond of een vlo!
“De Heer zal rechter zijn en oordelen,
wie van ons beiden in zijn recht staat ;
Hij moge toezien, mijn zaak verdedigen
en mij recht verschaffen tegen u.”
Toen David dit gezegd had, riep Saul :
“Is dat jouw stem, mijn zoon David ?”
En Saul begon luid te schreien.
En hij zei tot David :
“Gij zijt rechtschapen, ik niet,
want terwijl ik u kwaad doe, behandelt gij me goed.
“Vandaag hebt gij getoond dat ge het goed met mij voorhebt.
“De Heer had mij aan u overgeleverd
en toch hebt ge me niet gedood.
“Wie laat ooit zijn vijand ongedeerd heengaan,
als hij hem in handen krijgt ?
“De Heer zal u belonen
om hetgeen ge vandaag voor mij gedaan hebt.
“Nu weet ik dat gij koning wordt
en dat de koninklijke macht over Israël
in uw handen zal blijven.”

TUSSENZANG                     Ps. 57(56), 2, 3-4, 6, 11

Wees mij genadig, god, wees mij genadig.

Wees mij genadig, God, wees mij genadig,
bij U zoek ik mijn heil.
Ik houd mij schuil onder uw vleugels
totdat het onheil wijkt.

Ik roep tot God, de Allerhoogste,
tot God, die voor mij zorgt ;
dat Hij mij redding zendt vanuit de hemel
en mijn vervolgers smadelijk verjaagt.

Vertoon U in den hoge, God, in majesteit,
uw glorie strale over heel de aarde.
Omdat uw medelijden wijd is als de hemel,
uw troon tot aan de wolken reikt.

ALLELUIA                                                                  Ps. 119(118), 18

Alleluia.
Ontsluit mijn ogen om te aanschouwen, Heer,
de heerlijkheid van uw wet.
Alleluia.

EVANGELIE                Mc. 3, 13-19

Jezus riep tot zich die Hij zelf wilde ; en zij kwamen bij hem.

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Marcus

In die tijd ging Jezus de berg op
en riep tot zich die Hij zelf wilde ;
en zij kwamen bij Hem.
Hij stelde er twaalf aan om Hem te vergezellen
en door Hem uitgezonden te worden om te prediken,
met de macht de duivels uit te drijven.
Hij wees dus deze twaalf aan ;
Simon, die Hij de naam Petrus gaf ;
verder Jakobus, de zoon van Zebedeüs
en Johannes, de broer van Jakobus,
aan wie Hij de naam Boanérges gaf, wat betekent :
zonen van de donder ;
vervolgens Andreas, Filippus, Bartolomeüs, Matteüs,
Tomas, Jakobus, de zoon van Alfeüs,
Taddeüs, Simon de IJveraar
en Judas Iskariot, die Hem overgeleverd heeft.

De bijbeltekst in deze uitgave is ontleend aan De Nieuwe Bijbelvertaling, ©Nederlands Bijbelgenootschap 2004/2007.
Overwegingen uit Liturgische suggesties voor de weekdagen.

Gepubliceerd door leopardoel

I am an 89-years old retired Johnson & Johnson researcher, who wants to spend the rest of his years to the spreading of the gospel in a daily blog.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: