Vierde zondag in de veertigdagentijd

Inleiding

Gevolg gevend aan de Apostolische exhortatie Evangelii Gaudium van Paus Franciscus, wil deze inleiding U deelgenoot maken aan de vreugde van het evangelie. Iedereen, niemand uitgezonderd, kan die vreugde ervaren door zijn hart open te stellen voor de genezende werking van Gods woord.

Het evangelie is eerst en vooral een uitnodiging om een antwoord te geven aan God die ons liefheeft en redt, door Hem te erkennen in de ander en door uit onszelf te treden om het goede te zoeken voor allen. Het evangelie reikt die eenheid en volheid van het menselijk leven aan, die de beste remedie is tegen alle vormen van kwaad.

Langs deze elektronische weg wordt U uitgenodigd om dagelijks het evangelie te lezen en even na te denken over de betekenis voor uw leven. Het is vanaf 8 uur ‘s morgens steeds ter beschikking.

Openingswoord
We zijn onderweg naar Pasen,
het feest van de overwinning van het licht en het leven.
Ook vandaag horen we over licht in de duisternis.
Israël moet in ballingschap,
maar ook de terugkeer wordt aangekondigd.
In het evangelie wordt ons aangezegd
dat Jezus niet komt om te oordelen maar om te redden,
te genezen en te helen.
Hij brengt ons tot waarheid en doet ons naar het licht gaan.
Hijzelf is Gods grote geschenk aan de mens.
Laten we ons hart openen
om Gods goede gave te ontvangen.

EERSTE LEZING                                            2 Kron. 36, 14-16.19-23

De toorn en het medelijden van de Heer worden duidelijk door de ballingschap en de bevrijding van het volk.

Uit het tweede Boek Kronieken

In die dagen maakten al de voornaamsten en het volk
zich herhaaldelijk schuldig aan de gruweldaden van de heidenen
en ontheiligden de tempel van Jeruzalem
die aan de Heer gexwijd was.
En de Heer, de God van hun voorvaderen,
stuurde almaar gezanten naar hun toe,
want Hij had medelijden met zijn volk en met zijn woning.
Maar zij verachtten Gods gezanten,
spotten met hun boodschap
en maakten zich vrolijk over de profeten
zodat tenslotte de toorn van de Heer
wel genadeloos moest losbarsten over het volk.
De koning van de Chaldeeën liet de tempel in brand steken
en de muur van Jeruzalem afbreken
en alle paleizen liet hij platbranden
zodat alle kostbaarheden verloren gingen.
Allen die aan het zwaard ontkomen waren,
liet hij in ballingschap wegvoeren naar Babel
waar zij hem en zijn zonen als slaven moesten dienen
tot het Perzische rijk aan de macht kwam.
Zo ging de voorspelling in vervulling
die de Heer bij monde van Jeremia gedaan had:
“Zolang het land zijn sabbatjaren niet vergoed gekregen heeft,
zal het braak blijven liggen: zeventig jaar lang.”

In het eerste regeringsjaar van Cyrus, de koning van Perzië,
ging de voorspelling in vervulling
die de Heer bij monde van Jeremia gedaan had:
de Heer wekte de geest op van Cyrus, de koning van Perzië.
Deze liet in heel zijn koninkrijk
de volgende boodschap afkondigen
en ook schriftelijk verspreiden:
“Zo spreekt Cyrus, de koning van Perzië:
De Heer, de God van de hemel,
heeft mij alle koninkrijken van de aarde geschonken.
Hij heeft mij opgedragen
voor Hem te Jeruzalem in Juda een tempel te bouwen:
laten allen onder u die tot het volk van de Heer behoren,
onder de hoede van de Heer, hun God,
terugkeren naar Jeruzalem.”

Antwoordpsalm                                               Ps.  137(136), 1-2, 3, 4-5, 6

Keervers
Moge mijn tong in mijn mond blijven kleven
als ik aan u niet meer denk.

Wij zaten aan Babylons stromen en weenden,
dachten aan Sion terug;
En aan de wilgen om ons heen
hingen wij onze harpen.

Daar wensten zij die ons hadden ontvoerd,
onze gezangen te horen.
vrolijkheid eisten onze verdrukkers:
“Zingt ons van Sion een lied!”

Zouden wij dan van de Heer kunnen zingen
hier in dit vreemde land?
Als ik u, Jeruzalem, ooit vergeet,
moge mijn hand verlammen.

Moge mijn tong in mijn mond blijven kleven,
als ik aan u niet meer denk;
Als ik niet meer in Jeruzalem zie
de oorsprong van al mijn vreugde.

TWEEDE LEZING                                                     Ef. 2, 4-10

Hoewel wij dood waren door onze zonden, danken wij aan zijn genade onze redding.

Uit de brief van de heilige apostel Paulus aan de christenen van Efeze

Broeders en zusters,

God die rijk is aan erbarming,
heeft wegens de grote liefde waarmee Hij ons heeft liefgehad,
ons met Chritus ten leven gewekt,
hoewel wij dood waren door onze zonden;
aan zijn genade dankt gij uw redding.
En Hij heeft ons samen met Hem doen opstaan
en zetelen in de hemelen, in Christus Jezus,
om de naderbij komende eeuwen
de overgrote rijkdom van zijn genade te tonen
door zijn goedheid jegens ons in Christus Jezus.

Ja, aan die genade dankt gij uw heil, door het geloof;
niet aan uzelf: Gods gave is het;
niet aan uw prestaties, niemand mag zich verhovaardigen.
Gods werk zijn wij,
geschapen in Christus Jezus
om in ons leven de goede daden te realiseren
die God voor ons al bereid heeft.

Vers voor het evangelie                                         Joh. 3, 16

Lof en eer zij U, Heer Jezus.
Zozeer heeft God de wereld liefgehad
dat Hij zijn eniggeboren Zoon heeft gegeven,
opdat al wie in Hem gelooft, eeuwig leven zal hebben.
Lof en eer zij U, Heer Jezus.

EVANGELIE                                                       Joh. 3, 14-21

God heeft zijn Zoon gezonden opdat de wereld door Hem zou worden gered.

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens
Johannes

In die tijd sprak Jezus tot Nikodemus:
“De Mensenzoon moet omhoog worden geheven
zoals Mozes eens de slang omhoog hief in de woestijn,
opdat eenieder die gelooft,
in Hem eeuwig leven zal hebben.
“Zozeer immers heeft God de wereld liefgehad
dat Hij zijn eniggeboren Zoon heeft gegeven,
opdat al wie in Hem gelooft, niet verloren zal gaan
maar eeuwig leven zal hebben.
“God heeft zijn Zoon
niet naar de wereld gezonden om de wereld te oordelen,
maar omdat de wereld door Hem zou worden gered.
“Wie in Hem gelooft, wordt niet geoordeeld,
maar wie niet gelooft, is al veroordeeld,
omdat hij niet heeft geloofd in de Naam
van de eniggeboren Zoon Gods.

“Hierin bestaat het oordeel:
het licht is in de wereld gekomen,
maar de mensen beminden de duisternis meer dan het licht,
omdat hun daden slecht waren.
“Ieder die slecht handelt, heeft afschuw van het licht
en gaat niet naar het licht toe
uit vrees dat zijn werken openbaar gemaakt zullen worden.
“Maar wie de waarheid doet, gaat naar het licht,
opdat van zijn daden moge blijken dat zij in God zijn gedaan.”

De bijbeltekst in deze uitgave is ontleend aan De Nieuwe Bijbelvertaling, © Nederlands Bijbelgenootschap 2004/2007.
Overwegingen uit Liturgische suggesties voor de zondagen.

Gepubliceerd door leopardoel

I am a 90-years old retired Johnson & Johnson researcher, who wants to spend the rest of his years to the spreading of the gospel in a daily blog.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: