Tiende zondag door het jaar

Inleiding

Gevolg gevend aan de Apostolische exhortatie Evangelii Gaudium van Paus Franciscus, wil deze inleiding U deelgenoot maken aan de vreugde van het evangelie. Iedereen, niemand uitgezonderd, kan die vreugde ervaren door zijn hart open te stellen voor de genezende werking van Gods woord.

Het evangelie is eerst en vooral een uitnodiging om een antwoord te geven aan God die ons liefheeft en redt, door Hem te erkennen in de ander en door uit onszelf te treden om het goede te zoeken voor allen. Het evangelie reikt die eenheid en volheid van het menselijk leven aan, die de beste remedie is tegen alle vormen van kwaad.

Langs deze elektronische weg wordt U uitgenodigd om dagelijks het evangelie te lezen en even na te denken over de betekenis voor uw leven. Het is vanaf 8 uur ‘s morgens steeds ter beschikking.

Openingswoord
‘Waar ben je?’ vraagt God aan de mens, aan ieder van ons.
Wij willen ons niet verstoppen, zoals Adam,
maar zijn naar deze eucharistie gekomen
omdat we bij de Heer willen zijn,
omdat wij Hem willen vinden
waar Hij zich laat vinden:
in zijn mensgeworden Woord.
Laten wij ons hart klaarmaken
om te luisteren naar de Verrezen Heer,
en ons met zijn Geestkracht laten voeden.

EERSTE LEZING                                                 Gen. 3, 9-15

Ik sticht vijandschap tussen uw kroost en het kroost van de vrouw.

Uit het boek Genesis

Nadat Adam van de boom gegeten had,
riep de Heer God de mens en vroeg hem: “waar zijt gij?”

Hij antwoordde:
“Ik hoorde uw donder in de tuin
en toen werd ik bang, omdat ik naakt ben;
daarom heb ik mij verborgen.”

Maar de Heer God zei:
“Wie heeft u verteld dat gij naakt zijt?
“Hebt ge soms gegeten van de boom die Ik u verboden heb?”

De mens antwoordde:
“De vrouw die Gij mij als gezellin gegeven hebt,
zij heeft mij van die boom gegeven
en toen heb ik gegeten.”

Daarop vroeg de Heer God aan de vrouw:
“Hoe hebt gij dat kunnen doen?”

De vrouw zei:
“De slang heeft mij verleid en toen heb ik gegeten.”

De Heer God zei toen tot de slang:
“Omdat ge dit gedaan hebt, zijt gij vervloekt
onder alle tamme dieren en onder alle wilde beesten!
“Op uw buik zult ge kruipen en stof zult ge vreten,
alle dagen van uw leven!
“Vijandschap sticht Ik tussen u en de vrouw,
tussen uw kroost en het hare.
“Het zal uw kop bedreigen
en gij zijn hiel!”

Antwoordpsalm                               Ps. 130(129), 1-2, 3-4, 5-6ab, 7-8

Keervers
De Heer is steeds barmhartig,
zijn genade onbeperkt.

Uit de diepte roep ik, Heer,
luister naar mijn stem.
Wil aandachtig horen
naar mijn smeekgebed.

Als Gij zonden blijft gedenken,
Heer, wie houdt dan stand?
Maar bij U vind ik vergeving,
daarom zoekt mijn hart naar U.

Op de Heer stel ik mijn hoop,
op zijn woord vertrouw ik.
Gretig zie ik naar Hem uit
meer dan wachters naar de ochtend.

Want de Heer is steeds barmhartig,
zijn genade onbeperkt.
Hij zal Israël verlossen
van zijn ongerechtigheid.

TWEEDE LEZING                                      2 Kor. 4, 13-5, 1

Wij geloven en daarom spreken wij.

Uit de tweede brief van de heilige apostel Paulus aan de christenen van Korinte

Broeders en zusters,

Wij bezitten die geest van geloof waarvan de Schrift zegt:
“Ik heb geloofd,
daarom heb ik gesproken.”
Ook wij geloven en daarom spreken wij.
Want wij weten
dat Hij die de Heer Jezus van de doden heeft opgewekt,
ook ons evenals Jezus ten leven zal wekken
om ons tot zich te voeren, samen met u.
Want alles gebeurt voor u:
de genade moet zich in velen vermenigvuldigen
zodat steeds meer mensen dank brengen aan God,
tot eer van zijn Naam.

Neen, wij geven de moed niet op.
Al gaan wij ook ten onder naar de uitwendige mens,
on innerlijk leven vernieuwt zich van dag tot dag.
De lichte kwelling van een ogenblik
bezorgt ons een alles overtreffende,
altijddurende volheid van glorie.
Wij houden het oog gericht,
niet op het zichtbare
maar op het onzichtbare;
wat wij zien gaat voorbij,
de onzichtbare dingen duren eeuwig.

Wij weten het immers:
als de tent die onze aardse woning is, wordt neergehaald,
heeft God voor ons een gebouw gereed in de hemel,
een onvergankelijk, niet door mensenhand vervaardigd huis.

Vers voor het evangelie                                    Joh. 12, 31b-32

Alleluia.
Nu wordt de vorst van deze wereld buitengeworpen,
zegt de Heer,
en wanneer Ik van de aarde zal zijn omhooggeheven,
zal Ik allen tot Mij trekken.
Alleluia.

EVANGELIE                                                       Mc. 3, 20-35

Het einde van Satan is gekomen.

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens
Marcus

In die tijd ging jezus naar huis
en weer stroomde zoveel volk samen
dat zij niet eens gelegenheid hadden om te eten.
Toen zijn verwanten dit hoorden,
trokken zij er op uit om Hem mee te nemen,
want men zei dat Hij niet meer bij zijn verstand was.
De schriftgeleerden die uit Jeruzalem gekomen waren,
zeiden dat Beëlzebub in Hem huisde
en dat Hij door middel van de vorst van de duivels
de duivels uitdreef.

Jezus riep hen bij zich en sprak tot hen in gelijkenissen:
“Hoe kan de ene satan de andere uitdrijven?
“Wanneer een rijk innerlijk verdeeld is,
kan dat rijk geen stand houden.
“Wanneer een huis innerlijk verdeeld is,
zal dat huis geen stand kunnen houden.
“En wanneer de satan opstaat tegen zichzelf en verdeeld is,
kan hij geen stand houden, maar is zijn einde gekomen.
“Bovendien,
niemand kan binnendringen in het huis van een sterke
om zijn huisraad te roven
als hij niet eerst die sterke heeft gebonden.
“Dan pas kan hij zijn huis leeghalen.
“Voorwaar, Ik zeg u:
alle zonden zullen aan de mensen vergeven worden,
ook alle godslasteringen die zij uitgesproken hebben,
maar als iemand lastert tegen de heilige Geest,
krijgt hij in eeuwigheid geen vergiffenis;
hij is bezwaard met een eeuwig blijvende zonde.”
Dit omdat zij gezegd hadden:
“Er huist een onreine geest in Hem”.

Eens kwamen zijn moeder en zijn broeders,
en terwijl zij buiten bleven staan,
stuurden ze iemand naar Hem tot om Hem te roepen.
Er zat veel volk om Hem heen, dat het bericht doorgaf:
“Uw moeder en uw broeders daarbuiten vragen naar U.”

Hij gaf hun ten antwoord:
“Wie is mijn moeder,
wie zijn mijn broeders?”
En terwijl Hij zijn blik liet gaan
over de mensen die in een kring om Hem heen zaten, zei Hij:
“Ziehier mijn moeder en mijn broeders.
“Want mijn broeder en mijn zuster en mijn moeder zijn zij
die de wil van God volbrengen.”

De bijbeltekst in deze uitgave is ontleend aan De Nieuwe Bijbelvertaling, © Nederlands Bijbelgenootschap 2004/2007.
Overwegingen uit Liturgische suggesties voor de zondagen.

Gepubliceerd door leopardoel

I am a 90-years old retired Johnson & Johnson researcher, who wants to spend the rest of his years to the spreading of the gospel in a daily blog.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: