Dertiende zondag door het jaar

Inleiding

Gevolg gevend aan de Apostolische exhortatie Evangelii Gaudium van Paus Franciscus, wil deze inleiding U deelgenoot maken aan de vreugde van het evangelie. Iedereen, niemand uitgezonderd, kan die vreugde ervaren door zijn hart open te stellen voor de genezende werking van Gods woord.

Het evangelie is eerst en vooral een uitnodiging om een antwoord te geven aan God die ons liefheeft en redt, door Hem te erkennen in de ander en door uit onszelf te treden om het goede te zoeken voor allen. Het evangelie reikt die eenheid en volheid van het menselijk leven aan, die de beste remedie is tegen alle vormen van kwaad.

Langs deze elektronische weg wordt U uitgenodigd om dagelijks het evangelie te lezen en even na te denken over de betekenis voor uw leven. Het is vanaf 8 uur ‘s morgens steeds ter beschikking.

Openingswoord

‘God heeft de mens geschapen voor de onsterfelijkheid’,
zo klinkt het straks in het boek Wijsheid.
Het zijn uitdagende woorden.
Kunnen we ze bevatten?
Kunnen we echt geloven
dat Gods wens tot leven het laatste woord zal hebben?
In Jezus Christus heeft God zijn macht over de dood getoond.
Jezus zegt niet alleen tegen het dochtertje van Jaïrus
‘Talita koemi’, ‘Sta op’.
Hij zegt het ook tegen ons, wanneer wij dreigen in te slapen
en het ware leven uit het oog verliezen.

EERSTE LEZING                                             Wijsh. 1, 13-15; 2, 23-24

Door de afgunst van de duivel kwam de dood in de wereld

Uit het boek Wijsheid

Niet God heeft de dood gemaakt
en Hij schept geen behagen in de ondergang van de levenden.
Hij heeft toch alles geschapen om te leven:
gezond zijn de schepselen van de aarde,
geen dodelijk vergif wordt in hen gevonden
en de onderwereld heeft geen macht op aarde,
want de gerechtigheid is onsterfelijk!

God heeft immers de mens geschapen voor de onsterfelijkheid,
Hij heeft hem gemaakt tot een afspiegeling van zijn eigen wezen.
Maar door de afgunst van de duivel kwam de dood in de wereld,
en hij wordt ondergaan door zijn aanhangers.

Antwoordpsalm                                   Ps. 30(29), 2 en 4, 5-6, 11.12a.13b

Keervers
U zal ik loven, Heer, want Gij hebt mij bevrijd.

U zal ik loven, Heer, want Gij hebt mij bevrijd,
Gij hebt mijn vijanden niet laten zegevieren.
Heer, uit het dodenrijk hebt Gij mijn ziel verlost,
Gij hebt mij losgemaakt van die ten grave dalen.

Bezingt de Heer dan met mij, al zijn vromen,
en dankt zijn Naam die hoog verheven is.
Zijn toorn duurt kort, maar zijn genade levenslang,
de avond brengt geween, de ochtend blijdschap.

Heer, luister en ontferm U over mij,
mijn God, sta mij terzijde met uw hulp.
Gij hebt mijn rouwklacht in een vreugdedans veranderd.
U zal ik loven, Heer mijn God, in eeuwigheid.

TWEEDE LEZING                                  2 Kor. 8, 7.9.13-15

Uw overvloed kome uw naaste ten goede.

Uit de tweede brief van de heilige apostel Paulus aan de christenen van Korinte

Broeders en zusters,

Gij munt reeds in zoveel opzichten uit:
in geloof, welsprekendheid, wetenschap,
in ijver op alle gebied,
in uw liefde voor ons;
laat dan ook dit liefdewerk uitmuntend slagen!

Want de liefdedaad van onze Heer Jezus Christus
hoef ik u niet in herinnering te brengen:
hoe Hij om uwentwil arm is geworden, terwijl Hij rijk was,
opdat gij rijk zoudt worden door zijn armoede.

Het is niet de bedoeling
dat gij door anderen te ondersteunen uzelf in verlegenheid
brengt.
Er moet een zeker evenwicht tot stand komen.
Voor het ogenblik
vult uw overvloed hun gebrek aan,
een ander maal
zal hun overvloed uw gebrek verhelpen.

Zo ontstaat het evenwicht waarvan de Schrift spreekt:
“Hij die veel had verzameld,
had niet te veel,
en hij die weinig had verzameld,
kwam toch niet te kort.”

Vers voor het evangelie                                       2 Tim. 1, 10b

Alleluia.
Onze Heiland, Jezus Christus, heeft de dood vernietigd
en onvergankelijk leven doen aanlichten
door het evangelie.
Alleluia.

EVANGELIE                                                            Mc. 5, 21-43

Meisje, Ik zeg u, sta op.

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens
Marcus

In die tijd, toen Jezus weer met de boot overgestoken was,
stroomde veel volk bij hem samen.
Terwijl Hij zich aan de oever van het meer bevond,
kwam er een zekere Jaïrus, de overste van de synagoge.
Toen hij Jezus zag, viel hij Hem te voet
en smeekte Hem met aandrang:
“Mijn dochtertje kan elk ogenblik sterven,
kom toch haar de handen opleggen
opdat ze mag genezen en leven.”
Jezus ging met hem mee.
Een dichte menigte vergezelde Hem en drong van alle kanten nop.

Er was een vrouw bij die al twaalf jaar aan bloedvloeiing leed.
Zij had veel te verduren gehad van een hele reeks dokters
en haar gehele vermogen uitgegeven,
maar zonder er baat bij te vinden;
integendeel, het was nog erger met haar geworden.
Omdat zij over Jezus gehoord had,
drong zij zich in de menigte naar voren
en raakte zijn mantel aan.
Want ze zei bij zichzelf:
“Als ik slechts zijn kleren kan aanraken,
zal ik genezen zijn.”
Terstond hield de bloeding op
en werd ze aan haar lichaam gewaar
dat ze van haar kwaal genezen was.

Op hetzelfde ogenblik was Jezus zich bewust
dat er een kracht van Hem was uitgegaan;
Hij keerde zich te midden van de menigte om en vroeg:
“Wie heeft mijn kleren aangeraakt?”

Zijn leerlingen zeiden Hem:
“Gij ziet dat de menigte van alle kanten opdringt en Gij vraagt:
Wie heeft Mij aangeraakt?”

Maar Hij liet zijn blik rondgaan om te zien wie dat gedaan had.
Wetend wat er met haar gebeurd was,
kwam de vrouw zich angstig en bevend voor Hem neerwerpen
en bekende Hem de hele waarheid.
Toen sprak Jezus tot haar:
“Dochter, uw geloof heeft u genezen.
“Ga in vrede en wees van uw kwaal verlost.”

Hij was nog niet uitgesproken of men kwam
uit het huis van de overste van de synagoge met de boodschap:
“Uw dochter is gestorven.
“Waartoe zoudt ge de Meester nog langer lastig vallen?”
Jezus ving op wat er bericht werd
en zei tot de overste van de synagoge:
“Wees niet bang maar blijft geloven.”
Hij liet niemand met zich meegaan
behalve Petrus, Jakobus en Johannes, de broer van Jakobus.
Toen zij aan het huis van de overste kwamen,
zag Hij het rouwmisbaar
van mensen die luid weenden en weeklaagden.
Hij ging naar binnen en zei tot hen:
“Waarom dit misbaar en geween?
“Het kind is niet gestorven maar slaapt.”
Doch zij lachten Hem uit.
Maar Jezus stuurde ze allemaal naar buiten en ging
met zijn metgezellen en de vader en moeder van het kind
het vetrek binnen waar het kind lag.
Hij pakte de hand van het kind en zei tot haar:
“Talita koemi”;
wat vertaald betekent:
Meisje, sta op.
Onmiddellijk stond het meisje op en liep rond
want het was twaalf jaar.
En ze stonden stom van verbazing.
Hij legde hun nadrukkelijk op
dat niemand het te weten mocht komen, en voegde er aan toe
dat men haar te eten moest geven.

De bijbeltekst in deze uitgave is ontleend aan De Nieuwe Bijbelvertaling, © Nederlands Bijbelgenootschap 2004/2007.
Overwegingen uit Liturgische suggesties voor de zondagen.

 

Gepubliceerd door leopardoel

I am a 90-years old retired Johnson & Johnson researcher, who wants to spend the rest of his years to the spreading of the gospel in a daily blog.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: