Zeventiende zondag door het jaar

Inleiding

Gevolg gevend aan de Apostolische exhortatie Evangelii Gaudium van Paus Franciscus, wil deze inleiding U deelgenoot maken aan de vreugde van het evangelie. Iedereen, niemand uitgezonderd, kan die vreugde ervaren door zijn hart open te stellen voor de genezende werking van Gods woord.

Het evangelie is eerst en vooral een uitnodiging om een antwoord te geven aan God die ons liefheeft en redt, door Hem te erkennen in de ander en door uit onszelf te treden om het goede te zoeken voor allen. Het evangelie reikt die eenheid en volheid van het menselijk leven aan, die de beste remedie is tegen alle vormen van kwaad.

Langs deze elektronische weg wordt U uitgenodigd om dagelijks het evangelie te lezen en even na te denken over de betekenis voor uw leven. Het is vanaf 8 uur ‘s morgens steeds ter beschikking.

Openingswoord
‘Is er voldoende te eten?’
Deze vraag kennen we.
We stellen ze regelmatig in ons leven van elke dag.
Maar Jezus stelt deze vraag met een diepere bedoeling.
Hij wéét dat er een goddelijke overvloed bestaat,
verder en dieper dan het concrete voedsel.
We zijn hier samengekomen
om de honger van ons hart te stillen,
en om bij Jezus voedsel te zoeken.
Hij leert ons vandaag dat Gods goedheid onuitputtelijk is.

EERSTE LEZING                                           2 Kon. 4, 42-44

Zij zullen eten en overhouden.

Uit het tweede boek Koningen

In die dagen kwam er iemand uit Baäl-Salisa.
In zijn tas bracht hij voor de man Gods, Elisa, als eerstelingen
twintig gerstebroden en wat vers koren mee.

Elisa zei:
“Geef dit te eten aan de mensen.”

Zijn dienaar antwoordde:
“Hoe kan ik dat nu voorzetten aan honderd man?”

Maar de profeet herhaalde:
“Geef het volk te eten.
“Want zo spreekt de Heer:
Zij zullen eten en overhouden.”

Nu zette de dienaar het de mensen voor.
Zij aten en hielden nog over
zoals de Heer gezegd had.

Antwoordpsalm                           Ps. 145(144), 10-11, 15-16, 17-18

Keervers
Gij opent uw hand, Heer, en verzadigt ons.

Uw werken zullen U prijzen, Heer,
uw vromen zullen U loven.
Zij roemen de glorie van uw heerschappij,
uw macht verkondigen zij.

De ogen van allen zien hoopvol naar U,
Gij geeft hun te rechter tijd spijs.
Gij opent uw hand voor alles wat leeft,
voldoet aan al hun verlangens.

De Heer is rechtvaardig op al zijn wegen,
en heilig in al wat Hij doet.
Nabij is de Heer voor elk die Hem aanroept,
voor elk die oprecht tot Hem bidt.

TWEEDE LEZING                                              Ef. 4, 1-6

Eén lichaam, één Heer, één geloof, één doop.

Uit de brief van de heilige apostel Paulus aan de christenen van
Efeze

Broeders en zusters,

Ik, de gevangene in de Heer, vraag u met aandrang:
leidt een leven dat beantwoordt
aan de roeping die gij van God ontvangen hebt,
in alle deemoed en zachtheid, in lankmoedigheid,
liefdevol elkaar verdragend.

Beijvert u
de eenheid van de Geest te behouden door de band van de
vrede:
één lichaam en één Geest,
zoals gij ook geroepen zijt tot een en dezelfde hoop,
waarvoor Gods roeping borg staat.
Eén Heer, één geloof, één doop.
Eén God, en Vader van allen,
die is boven allen, en met allen, en in allen.

Vers voor het evangelie                                    Lc. 7, 16

Alleluia.
Een groot profeet is onder ons opgestaan
en God heeft genadig neergezien op zijn volk.
Alleluia.

EVANGELIE                                                        Joh. 6, 1-15

Hij liet aan de aanzittenden zoveel uitreiken als ze maar wilden.

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens
Johannes

In die tijd begaf Jezus zich
naar de overkant vanhet meer van Galilea, bij Tiberias.
Een grote menigte volgde Hem
omdat zij de tekenen zagen die Hij aan de zieken deed.
Jezus ging de berg op
en zette zich daar met zijn leerlingen neer.
Het was kort voor Pasen, het feest van de joden.

Toen Jezus zijn ogen opsloeg
en zag dat er een grote menigte naar Hem toekwam,
vroeg Hij aan Filippus:
“Hoe moeten wij brood kopen om deze mensen te laten eten?”
-Dit zei Hij om hem op de proef te stellen,
want zelf wist Hij wel wat Hij ging doen.-

Filippus antwoordde Hem:
“Wil ieder ook maar een klein stukje krijgen,
dan is voor tweehonderd tienlingen brood nog te weinig.”

Een van de leerlingen,
Andreas, de broer van Simon Petrus,
merkte op:
“Er is hier wel een jongen met vijf gerstebroden en twee vissen,
maar wat betekent dat voor zo’n aantal?”
Jezus echter zei:
“Laat de mensen gaan zitten.”
Er was daar namelijk veel gras.
Zij gingen dan zitten;
het aantal mensen bedroeg ongeveer vijfduizend.

Toen nam Jezus de broden
en na het dankgebed gesproken te hebben,
liet Hij ze uitdelen onder de mensen die daar zaten,
alsmede de vissen, zoveel men maar wilde.
Toen ze verzadigd waren, zei Hij tot zijn leerlingen:
“Haalt nu de overgebleven brokken op
om niets verloren te laten gaan.”
Zij haalden ze op
en vulden van de vijf gerstebroden twaalf manden met brokken,
die door de mensen na het eten overgelaten waren.

Toen de mensen het teken zagen dat Hij had gedaan, zeiden ze:
“Dit is stellig de profeet die in de wereld moet komen.”
Daar Jezus begreep
dat zij zich van Hem meester wilden maken
om Hem mee te voeren en tot koning uit te roepen,
trok Hij zich weer in het gebergte terug,
geheel alleen.

De bijbeltekst in deze uitgave is ontleend aan De Nieuwe Bijbelvertaling, © Nederlands Bijbelgenootschap 2004/2007.
Overwegingen uit Liturgische suggesties voor de zondagen.

Gepubliceerd door leopardoel

I am a 90-years old retired Johnson & Johnson researcher, who wants to spend the rest of his years to the spreading of the gospel in a daily blog.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: