Gevolg gevend aan de Apostolische exhortatie Evangelii Gaudium van Paus Franciscus, wil deze inleiding U deelgenoot maken aan de vreugde van het evangelie. Iedereen, niemand uitgezonderd, kan die vreugde ervaren door zijn hart open te stellen voor de genezende werking van Gods woord.

Het evangelie is eerst en vooral een uitnodiging om een antwoord te geven aan God die ons liefheeft en redt, door Hem te erkennen in de ander en door uit onszelf te treden om het goede te zoeken voor allen. Het evangelie reikt die eenheid en volheid van het menselijk leven aan, die de beste remedie is tegen alle vormen van kwaad.

Langs deze elektronische weg wordt U uitgenodigd om dagelijks het evangelie te lezen en even na te denken over de betekenis voor uw leven. Het is vanaf 8 uur ‘s morgens steeds ter beschikking.

Overweging

Ezechiël is onverbiddelijk in het aanklagen van Israëls zonde en ontrouw. Hij heeft het moeilijk met de vergelding van het kwaad der voorvaderen. Een generatie die God eert, zal niet boeten voor de zonden van de voorvaderen. Net zo min als een zondige generatie niet gespaard zal blijven omwille van de goede daden van de voorvaderen. Elke mens wordt door God beoordeeld naar het goede en het kwade dat hij deed, ongeacht of zijn voorouders het goede of het kwade deden. Hoe gebruik ik de vrijheid die God mij gaf om te kiezen voor het goede of het kwade?

EERSTE LEZING                              Ez. 18, 1-10. 13b. 30-32

Ieder van u zal Ik oordelen naar zijn eigen gedragingen.

Uit de Profeet Ezechiël

Het woord van de Heer werd aldus tot mij gericht :
“Hoe komt gij erbij,
op het land Israël dat spreekwoord toe te passen :
De vaders eten zure druiven, de zonen krijgen slechte tanden ?
“Zowaar Ik leef – zo luidt het woord van God de Heer :
Niemand zal dit spreekwoord meer mogen gebruiken in Israël !
“Werkelijk : alle mensen zijn voor Mij gelijk
en de zoon is Mij even goed als de vader.
“Alleen de mens die zonde bedrijft : hij zal sterven !
“Als iemand rechtvaardig is en handelt volgens wet en recht,
als hij geen offermaal houdt op de bergen
en niet zijn ogen opheft naar de afgoden van het volk Israël,
als hij niet de vrouw van zijn naaste onteert
en geen gemeenschap heeft
met een vrouw die haar maandelijkse onreinheid heeft,
als hij niemand verdrukt,
de schuldenaar zijn onderpand teruggeeft en geen roof pleegt,
als hij zijn brood met de hongerige deelt
en de naakte aan kleding helpt,
als hij niet tegen rente uitleent,
geen toeslag aanneemt,
zich van onrecht verre houdt
en in een geschil een eerlijke uitspraak doet,
als hij wandelt volgens mijn geboden
en mijn verordeningen nauwgezet in acht neemt,
dan is zo iemand rechtvaardig en zal hij zeker in leven blijven,
-dat zegt God de Heer -.
“Maar wanneer die man nu een zoon verwekt
die een schurk is en een bloedvergieter
en die een van de genoemde dingen helaas wel doet ?
“Zal zo een dan in leven blijven ?
“Neen, dat zal hij niet.
“Hij heeft al die afschuwelijkheden bedreven
en hij zal zeker sterven.
“Zijn bloed komt op hem neer.

“Ieder van u zal Ik oordelen naar zijn eigen gedragingen,
volk van Israël !
– zo spreekt God de Heer -.
“Bekeert u en wendt u af van al uw wandaden,
want anders zoudt gij terecht ten val komen.
“Werpt al die wandaden
die gij hebt bedreven,
van u af ;
geeft uzelf eennieuw hart en een nieuwe geest !
“Waarom zoudt gij willen sterven, volk van Israël ?
“Ik vind toch immers geen behagen
in de dood van iemand die sterven moet,
– zo zegt God, de Heer.
“Bekeert u dus en blijft in leven !”

TUSSENZANG                          Ps. 51(50), 12-13, 14-15, 18-19

Schep in mij een zuiver hart, mijn god.

Schep in mij een zuiver hart, mijn god,
geef mij weer een vastberaden geest.
Wil mij niet verstoten van uw Aanschijn,
neem uw heilige Geest niet van mij weg.

Geef mij weer de weelde van uw zegen,
maak mij sterk in edelmoedigheid.
Dan zal ik de dwalenden uw wegen leren,
alle schuldigen terugvoeren tot U.

In geschenken hebt Gij geen behagen,
wat ik U ook bied, Gij wilt het niet.
Wat ik offer, God, is mijn boetvaardigheid,
een vermorzeld en vernederd hart wijst Gij niet af.

ALLELUIA                                                   Ps. 95(94), 8ab

Alleluia.
Luistert heden naar de stem van de Heer
en weest niet halsstarrig.
Alleluia

EVANGELIE                                                    Mt. 19, 13-15

Laat de kinderen begaan,
want aan hen die zijn zoals zij behoort het Rijk der hemelen.

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens
Matteüs

In die tijd werden er kleine kinderen bij Jezus gebracht,
opdat Hij hun de handen zou opleggen
en een gebed over hen spreken.
Maar bars wezen de leerlingen ze af.
Jezus echter zei :
“Laat die kinderen toch begaan
en verhindert ze niet bij Mij te komen.
“Want aan hen die zijn zoals zij
behoort het Rijk der hemelen.”
En nadat Hij hun de handen had opgelegd
vertrok Hij vandaar.

De bijbeltekst in deze uitgave is ontleend aan De Nieuwe Bijbelvertaling, © Nederlands Bijbelgenootschap 2004/2007.
Overwegingen uit Liturgische suggesties voor de weekdagen.