Gevolg gevend aan de Apostolische exhortatie Evangelii Gaudium van Paus Franciscus, wil deze inleiding U deelgenoot maken aan de vreugde van het evangelie. Iedereen, niemand uitgezonderd, kan die vreugde ervaren door zijn hart open te stellen voor de genezende werking van Gods woord.

Het evangelie is eerst en vooral een uitnodiging om een antwoord te geven aan God die ons liefheeft en redt, door Hem te erkennen in de ander en door uit onszelf te treden om het goede te zoeken voor allen. Het evangelie reikt die eenheid en volheid van het menselijk leven aan, die de beste remedie is tegen alle vormen van kwaad.

Langs deze elektronische weg wordt U uitgenodigd om dagelijks het evangelie te lezen en even na te denken over de betekenis voor uw leven.

Overweging

Na de verdeeldheid zal Paulus nu één voor één andere thema’s aanraken, onder meer de ontucht. Korinte was wel berucht voor zijn losse zeden, maar dit, zegt Paulus, gaat toch wel alle perken te buiten. We hebben hier een eerste geval van excommunicatie in de Kerk. Iemand wordt uit de Kerk gestoten, maar ten diepste als remedie, als hoop op ommekeer: ‘tot redding van zijn geest op de dag des Heren’. Paulus gebruikt tevens de symboliek van het paasfeest waarbij de joden alle sporen van zuurdesem uit hun huizen verwijderen.

EERSTE LEZING                       I Kor. 5, 1-8

Doet het oude zzurdeeg weg,
want ons paaslam is geslacht : christus zelf.

Uit de eerste brief van de heilige apostel Paulus aan de christenen
van Korinte 

Broeders en zusters,

Men hoort algemeen spreken van ontucht onder u
en wel van de soort
die zelfs bij de heidenen niet voorkomt :
dat iemand leeft met de vrouw van zijn vader.
En gij verheft u nog boven anderen?
Waarom zijt gij niet in de rouw gegaan?
Dan zou de man die zo iets heeft bedreven,
uit uw midden verwijdert zijn.
Ik voor mij,
hoewel lichamelijk afwezig maar in de geest aanwezig,
heb reeds – als was ik bij u – het vonnis geveld
over hem die dat heeft durven doen.
En het luidt :
in de naam van de Heer Jezus moeten wij bijeenkomen,
gij en ik in de geest,
samen met de kracht van onze Heer Jezus,
en die man uitleveren aan de satan,
tot ondergang van zijn lichaam
maar tot redding van zijn geest
op de dag des Heren.
Uw zelfvoldaanheid staat u niet fraai.
Ge weet toch dat een beetje zuurdeeg genoeg is
om het hele deeg zuur te maken ?
Doet het oude zuurdeeg weg om vers deeg te worden;
ge moet immers zijn als ongezuurde paasbroden,
want ook ons paaslam is geslacht :
Christus zelf.
Wij moeten ons feest niet vieren met het oude zuurdeeg,
met het bederf van slechtheid en ontucht
maar met het zuivere brood van reinheid en waarheid.

TUSSENZANG                   Ps. 5, 5-6, 7, 12

Geleid mij langs veilige wegen,
maak effen het pad dat ik ga.

Met aandrang wend ik mij, Heer, tot U,
reeds vroeg in de morgen hoort Gij mijn stem,
reeds vroeg mijn hoop en verlangen.
Gij zijt toch geen God die onrecht verdraagt,
bij U kan geen booswicht vertoeven.

Geen zondaar kan U in de ogen zien,
Gij haat hen die onrecht bedrijven.
Die leugentaal spreken vernietigt Gij,
Gij gruwt van bloeddorst en wreedheid ;

Maar zegent hen die zich wenden tot U
en maakt hen voor altijd gelukkig.
Wees Gij hun beschermer en schenk hen uw troost
omdat zij uw Naam beminnen.

ALLELUIA                 cf. Hand. 16, 14b

Alleluia.
Maak ons ontvankelijk, Heer,
en dat wij ons richten naar het woord van uw Zoon.
Alleluia.                                                                               

EVANGELIE                    Lc. 6, 6-11

Men hield Jezus in het oog
of Hij op sabbat een genezing zou verrichten.

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens
Lucas

Het gebeurde op een sabbat,
toen Jezus de synagoge binnenging om daar te onderrichten,
dat er een man aanwezig was
met een verschrompelde rechterhand.
De schriftgeleerden en Farizeeën hielden Jezus in het oog
of Hij op sabbat een genezing zou verrichten,
om iets te vinden waarvan zij Hem zouden kunnen beschuldigen.
Maar Hij wist wat ze dachten
en zei tot de man met de verschrompelde hand :
“Sta op en kom in het midden.”
De man stond op en trad naderbij.
Daarop sprak Jezus tot de Farizeeën :
“Ik vraag u :
is het niet eerder geoorloofd op sabbat goed te doen dan kwaad,
iemand te redden dan te laten omkomen ?”
Toen liet Hij zijn blik rondgaan over hen allen en zei tot de man :
“Steek uw hand uit.”
Hij deed het, en zijn hand was weer gezond.
Toen waren ze buiten zichzelf van woede
en ze bespraken met elkaar wat ze tegen Jezus konden doen.

De bijbeltekst in deze uitgave is ontleend aan De Nieuwe Bijbelvertaling, ©Nederlands Bijbelgenootschap 2004/2007.
Overwegingen uit Liturgische suggesties voor de weekdagen.