Gevolg gevend aan de Apostolische exhortatie Evangelii Gaudium van Paus Franciscus, wil deze inleiding U deelgenoot maken aan de vreugde van het evangelie. Iedereen, niemand uitgezonderd, kan die vreugde ervaren door zijn hart open te stellen voor de genezende werking van Gods woord.

Het evangelie is eerst en vooral een uitnodiging om een antwoord te geven aan God die ons liefheeft en redt, door Hem te erkennen in de ander en door uit onszelf te treden om het goede te zoeken voor allen. Het evangelie reikt die eenheid en volheid van het menselijk leven aan, die de beste remedie is tegen alle vormen van kwaad.

Langs deze elektronische weg wordt U uitgenodigd om dagelijks het evangelie te lezen en even na te denken over de betekenis voor uw leven. Het is vanaf 8 uur ‘s morgens steeds ter beschikking.

Overweging
De geschiedenis van de jonge Kerk is het verhaal van onze huidige Kerk. Het conflict in Antiochië bedreigt de eenheid en (dus) de universaliteit van de Kerk. Wij hebben het vandaag vaak over de malaise die onze Kerk doormaakt. We kijken machteloos toe hoe er onenigheid ontstaat tussen christenen die hechten aan gebruiken uit een niet zo ver verleden en christenen die vinden dat het in en met de Kerk niet snel genoeg vooruit gaat. Denken we vandaag na over de nederigheid waarmee Paulus zoekt naar een evenwicht tussen uitersten. Beseffend dat hij een diensttaak opneemt in de Kerk, weet hij dat hij deze slechts dan kan waarmaken wanneer hij in eenheid leeft met alle anderen die een diensttaak opnemen.

EERSTE LEZING                                              Gal. 2, 1-2.7-14 

Zij erkenden de mij geschonken genade.

Uit de brief van de heilige apostel Paulus aan de Galaten

Broeders en zusters,

Ik ben naar Jeruzalem gegaan,
samen met Barnabas,
en ik nam ook Titus mee.
God had te kennen gegeven dat ik moest gaan.
Ik legde hun -dat wil zeggen, de mannen van aanzien –
in besloten vergadering het evangelie voor
dat ik onder de heidenen verkondig.
Ik wilde er zeker van zijn
dat ik niet voor niets had gewerkt of zou werken.

Zij, van hun kant, zagen in
dat aan mij het evangelie was toevertrouwd voor de heidenen,
juist zoals aan Petrus het evangelie was toevertrouwd
voor de Joden.
Want Hij
die Petrus gesterkt had voor het apostelschap onder de Joden,
had mij kracht gegeven om apostel te zijn bij de heidenvolken.
Zij erkenden dus de mij geschonken genade
en zij
-dat wil zeggen Jakobus, Kefas en Johannes, die steunpilaren –
reikten Barnabas en mij de hand
als teken van gemeenschap :
wij zouden naar de heidenen gaan,
zij naar de Joden.
Maar wij moesten wel hun armen blijven gedenken,
wat ik dan ook van harte gedaan heb.
Maar toen Kefas in Antiochië kwam
heb ik mij openlijk tegen hem verzet,
want het ongelijk was duidelijk aan zijn kant.
Eerst at hij gewoon met de heidenchristenen mee,
maar toen sommige mensen van Jakobus gekomen waren,
begon hij zich terug te trekken en zich afzijdig te houden
uit vrees voor de mannen van de besnijdenis.
De andere Joodse christenen deden aan dit spel mee ;
zelfs Barnabas liet zich door hun veinzerij meeslepen.
Toen ik zag dat hun gedrag
niet strookte met de waarheid van het evangelie,
zei ik tegen Kefas waar allen bij waren :
“Als jij, een geboren Jood,
leeft als een heiden en niet als een Jood,
met welk recht
kun je dan de heidenen dwingen om te leven als Joden ?”

TUSSENZANG                                                 Ps. 116, 117(116), 1, 2

Gaat uit over de hele wereld
en verkondigt het evangelie aan heel de schepping
of : Alleluia.

Looft nu de Heer, alle naties der aarde,
huldigt de Heer, alle volken rondom.

Omdat Hij bij ons zijn goedheid getoond heeft;
de trouw van de Heer houdt in eeuwigheid stand.

ALLELUIA                                                          Mt. 11, 25

Alleluia.
Ik prijs U, Vader, Heer van hemel en aarde,
omdat Gij deze dingen
hebt geopenbaard aan kinderen.
Alleluia.

EVANGELIE                                                       Lc. 11, 1-4

Heer, leer ons bidden.

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens
Lucas

Op een keer was Jezus ergens aan het bidden.
Toen Hij ophield zei een van zijn leerlingen tot Hem :
“Heer,
leer ons bidden,
zoals Johannes het ook aan zijn leerlingen geleerd heeft.”
Hij sprak tot hen :
“Wanneer ge bidt, zegt dan :
Vader, uw Naam worde geheiligd,
uw Rijk kome.
“Geef ons iedere dag ons dagelijks brood,
en vergeef ons onze zonden,
want ook wijzelf vergeven aan ieder die ons iets schuldig is.
“En leid ons niet in bekoring.”

De bijbeltekst in deze uitgave is ontleend aan De Nieuwe Bijbelvertaling, ©Nederlands BijbelgenootschDe bijbeltekstap 2004/2007.
Overwegingen uit Liturgische suggesties voor de weekdagen.