Inleiding

Gevolg gevend aan de Apostolische exhortatie Evangelii Gaudium van Paus Franciscus, wil deze inleiding U deelgenoot maken aan de vreugde van het evangelie. Iedereen, niemand uitgezonderd, kan die vreugde ervaren door zijn hart open te stellen voor de genezende werking van Gods woord.

Het evangelie is eerst en vooral een uitnodiging om een antwoord te geven aan God die ons liefheeft en redt, door Hem te erkennen in de ander en door uit onszelf te treden om het goede te zoeken voor allen. Het evangelie reikt die eenheid en volheid van het menselijk leven aan, die de beste remedie is tegen alle vormen van kwaad.

Langs deze elektronische weg wordt U uitgenodigd om dagelijks het evangelie te lezen en even na te denken over de betekenis voor uw leven. Het is vanaf 8 uur ‘s morgens steeds ter beschikking.

Overweging
Het verhaal van de boodschap aan Maria loopt parallel met het evangelie van gisteren, maar vertoont enkele betekenisvolle verschillen. Gisteren het plechtige en statige interieur van de tempel, het somptueuze decor van Jeruzalem als achtergrond. Vandaag: het onbeduidende Galilea, zelfs niet gekend in het Oude Testament. Misprezen kleine provincie omdat gelovigen en heidenen er samen wonen. De nederigheid en armoede van Gods mensgeworden Zoon tekenen zich hier af.
In het jawoord van Maria krijgt de heilsgeschiedenis een beslissende wending. Durven wij ons overgeven aan Gods plan?

EERSTE LEZING          Jes. 7, 10-14

Zie, de maagd zal ontvangen.

Uit de Profeet Jesaja

In die dagen sprak Jesaja tot Achaz :
“Vraag de Heer, uw God, om een teken,
hetzij hoog aan de hemel of diep in de hel.”
Maar Achaz atwoordde :
“Ik vraag niet om een teken ;
ik wil de Heer niet op de proef stellen.”
En Jesaja sprak :
“Luister dan, huis van David,
is het u niet genoeg mensen te ergeren,
dat gij ook mijn God tot ergernis wilt zijn ?
“Daarom geeft de Heer u ook ongevraagd een teken :
Zie, de maagd zal ontvangen en een zoon baren,
en zij zal hem noemen ,Immanuël’ : ,God-met-ons’.”

TUSSENZANG           Ps. 24(23), 1-2, 3-4ab, 5-6

De Heer van de hemelse machten,
Hij is de Koning der Glorie.

Aan God hoort de aarde en al wat er op is,
de aardschijf en al wat daar woont ;
want Hij heeft haar op het water gegrondvest,
haar vastgelegd op de zee.

Wie zal beklimmen de berg van de Heer,
wie in zijn heiligdom staan?
Die rein is van handen en zuiver van hart,
zijn zinnen niet zet op wat kwaad is.

Hij zal door de Heer gezegend worden,
beloond door God, zijn verlosser.
Zo doet het geslacht dat zich richt tot Hem,
dat staat voor het aanschijn van Jakobs God.

ALLELUIA

(Alleluia.)
Sleutel van David,
Gij opent de poorten van het hemelse rijk :
kom en verlos wie geboeid
en in duisternis gevangen zit.
(Alleluia.)

EVANGELIE                   Lc. 1, 26-38

Gij zult zwanger worden en een zoon ter wereld brengen.

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens
Lucas

In die tijd
werd de engel Gabriël van Godswege gezonden
naar een stad in Galilea, Nazaret,
tot een maagd die verloofd was met een man die Jozef heette,
uit het huis van David ;
de naam van de maagd was Maria.
Hij trad bij haar binnen en sprak :
“Verheug u, Begenadigde, de Heer is met u,
Gij zijt de gezegende onder de vrouwen.”
Zij schrok van dat woord
en vroeg zich af wat die groet toch wel kon betekenen.
Maar de engel zei tot haar :
“Vrees niet, Maria, want gij hebt genade gevonden bij God.
“Zie, gij zult zwanger worden en een zoon ter wereld brengen
en gij moet Hem de naam Jezus geven.
“Hij zal groot zijn
en Zoon van de Allerhoogste genoemd worden.
“God de Heer zal Hem de troon van zijn vader David schenken
en Hij zal in eeuwigheid koning zijn over het huis van Jakob
en aan zijn koningschap zal nooit een einde komen.”
Maria echter sprak tot de engel :
“Hoe zal dit geschieden daar ik geen man beken ?”
Hierop gaf de engel haar ten antwoord :
“De heilige Geest zal over u komen
en de kracht van de Allerhoogste zal u overschaduwen ;
daarom ook zal wat ter wereld wordt gebracht,
heilig genoemd worden, Zoon van God.
“Weet dat zelfs Elisabeth, uw bloedverwante,
in haar ouderdom een zoon heeft ontvangen
en, ofschoon zij onvruchtbaar heette,
is zij nu in haar zesde maand ;
want voor God is niets onmogelijk.”
Nu zei Maria :
“Zie de dienstmaagd des Heren;
mij geschiede naar uw woord.”
En de engel ging van haar heen.

De bijbeltekst in deze uitgave is ontleend aan De Nieuwe Bijbelvertaling,©Nederlands Bijbelgenootschap 2004/2007.
Overwegingen uit Liturgische suggesties voor de weekdagen.