Inleiding

Gevolg gevend aan de Apostolische exhortatie Evangelii Gaudium van Paus Franciscus, wil deze inleiding U deelgenoot maken aan de vreugde van het evangelie. Iedereen, niemand uitgezonderd, kan die vreugde ervaren door zijn hart open te stellen voor de genezende werking van Gods woord.
Het evangelie is eerst en vooral een uitnodiging om een antwoord te geven aan God die ons liefheeft en redt, door Hem te erkennen in de ander en door uit onszelf te treden om het goede te zoeken voor allen. Het evangelie reikt die eenheid en volheid van het menselijk leven aan, die de beste remedie is tegen alle vormen van kwaad.
Langs deze elektronische weg wordt U uitgenodigd om dagelijks het evangelie te lezen en even na te denken over de betekenis voor uw leven. Het is vanaf 8 uur ‘s morgens steeds ter beschikking.

Openingswoord

Wij gedenken in deze nacht vol dankbaarheid
dat Gods verlangen om dicht bij ons te zijn,
gestalte heeft gekregen in Jezus, onze Redder.
Het geboorteverhaal bevat in de kiem
alles wat Jezus zei en deed
en nog altijd zegt en doet in mensen van onze tijd:
eenvoud, trouw,
dienst aan God en medemensen.
Moge dit feest ons geloof en onze hoop versterken
en ons hart vervullen met nieuwe vreugde.

EERSTE LEZING         Jes. 52, 7-10

Alle grenzen der aarde hebben het heil van onze God aanschouwd.

Uit de profeet Jesaja

Hoe lieflijk op de bergen de voeten van de vreugdebode,
die vrede meldt,
goed nieuws verkondigt,
die heil komt melden,
die zegt tot Sion: Uw God regeert!
Hoort!
Uw torrenwachters verheffen hun stem,
zij jubelen tegelijk
want zij zien, oog in oog,
de terugkeer van de Heer naar Sion.

Barst los in jubel, allen samen,
puinen van Jeruzalem,
want de Heer heeft zijn volk getroost;
Hij heeft Jeruzalem verlost.
De Heer heeft zijn heilige arm ontbloot
voor de ogen van alle volkeren;
en alle grenzen der aarde
hebben het heil van onze God aanschouwd.

Antwoordpsalm                                 Ps. 98(97), 1, 2-3ab, 3cd-4, 5-6

Keervers
Geheel de aarde aanschouwde
wat onze God voor ons deed.

Zingt voor de Heer een nieuw gezang
omdat Hij wonderen deed.
Zijn hand deed zich krachtig gelden,
de macht van zijn heilige arm.

De Heer openbaarde zijn heil,
gerechtigheid toonde Hij aan de volken.
Hij bleef zijn erbarmen indachtig,
zijn trouw jegens Israëls huis.

Geheel de aarde aanschouwde
wat onze God voor ons deed.
Verheerlijkt de Heer, alle landen,
weest blij, verheugt u en zingt.

Zingt voor de Heer bij de citer,
met citer en psalterspel.
Lat schallen trompet en bazuin
en danst voor de Heer, uw koning.


TWEEDE LEZING                                                  
Hebr. 1, 1-6

God tot ons gesproken door de Zoon.

Uit de brief aan de Hebreeën

Broeders en zusters,

Nadat God eertijds
vele malen en op velerlei wijzen
tot onze vaderen gesproken had door de profeten,
heeft Hij nu, op het einde der tijden
tot ons gesproken door de Zoon,
die Hij erfgenaam gemaakt heeft van al wat bestaat
en door wie Hij het heelal heeft geschapen.
Hij is de afstraling van Gods heerlijkheid
en het evenbeeld van zijn wezen.
Hij houdt alles in stand door zijn machtig woord.
En na de reiniging der zonden te hebben voltrokken
heeft Hij zich neergezet
ter rechterzijde van de majesteit in den hoge,
ver verheven boven de engelen,
zoals Hij hen ook overtreft
in de waardigheid die zijn deel is geworden.
Heeft God ooit tot een engel gezegd :
“Gij zijt mijn Zoon ;
Ik heb U heden verwekt ?” Of :
“Ik zal een vader voor Hem zijn en Hij zal mijn zoon zijn ?”
Wanneer Hij evenwel
de Eerstgeborene opnieuw de wereld binnenleidt, zegt Hij :
“Alle engelen Gods moeten Hem hulde brengen.”

Vers voor het evangelie

Alleluia.
Wij staan in het volle licht van deze heilige dag:
komt, laten we de Heer aanbidden.
Want heden daalde een groot licht op aarde neer.
Alleluia.

EVANGELIE                                         Joh. 1, 1-18

Het Woord is vlees geworden en heeft onder ons gewoond.

Begin van het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens
Johannes

In het begin was het Woord
en het Woord was bij God
en het Woord was God.
Dit was in het begin bij God.
Alles is door Hem geworden
en zonder Hem is niets geworden
van wat geworden is.
In Hem was leven
en dat leven was het licht der mensen.
En het licht schijnt in de duisternis
maar de duisternis nam het niet aan.
Er trad een mens op, een gezondene van God ;
zijn naam was Johannes.
Deze kwam tot getuigenis,
om te getuigen van het Licht
opdat allen door hem tot geloof zouden komen.
Niet hij was het Licht
maar hij moest getuigen van het Licht.
Het ware Licht,
dat iedere mens verlicht,
kwam in de wereld.
Hij was in de wereld ;
de wereld was door Hem geworden
en toch erkende de wereld Hem niet.
Hij kwam in het zijne,
maar de zijnen aanvaardden Hem niet.
Aan allen echter die Hem wel aanvaardden,
aan hen die in zijn Naam geloven
gaf Hij het vermogen
kinderen van God te worden ;
Zij zijn niet uit bloed
noch uit begeerte van het vlees
of de wil van een man,
maar uit God geboren.
Het Woord is vlees geworden
en heeft onder ons gewoond.
Wij hebben zijn heerlijkheid aanschouwd,
zulk een heerlijkheid
als de Eniggeborene van de Vader ontvangt,
vol genade en waarheid.
Wij hebben Johannes’ getuigenis over Hem toe hij uitriep :
“Deze was het van wie ik zei :
Hij die achter mij komt is vóór mij,
want Hij was eerder dan ik .”
Van zijn volheid hebben wij allen ontvangen ;
genade op genade.
Werd de Wet door Mozes gegeven,
de genade en waarheid kwamen door Jezus Christus.
Niemand heeft ooit God gezien ;
de Eniggeboren God
die in de schoot van de Vader is,
Hij heeft Hem doen kennen.

De bijbeltekst in deze uitgave is ontleend aan De Nieuwe Bijbelvertaling,©Nederlands Bijbelgenootschap 2004/2007.
Overwegingen uit Liturgische suggesties voor de zondagen.