Inleiding

Gevolg gevend aan de Apostolische exhortatie Evangelii Gaudium van Paus Franciscus, wil deze inleiding U deelgenoot maken aan de vreugde van het evangelie. Iedereen, niemand uitgezonderd, kan die vreugde ervaren door zijn hart open te stellen voor de genezende werking van Gods woord.

Het evangelie is eerst en vooral een uitnodiging om een antwoord te geven aan God die ons liefheeft en redt, door Hem te erkennen in de ander en door uit onszelf te treden om het goede te zoeken voor allen. Het evangelie reikt die eenheid en volheid van het menselijk leven aan, die de beste remedie is tegen alle vormen van kwaad.

Langs deze elektronische weg wordt U uitgenodigd om dagelijks het evangelie te lezen en even na te denken over de betekenis voor uw leven. Het is vanaf 8 uur ‘s morgens steeds ter beschikking.

Overweging

Op zijn manier zegt de brief van Johannes hetzelfde als de brief van Paulus aan de Romeinen. Het initiatief is bij God. Hij heeft ons eerst liefgehad. In Jezus heeft God die liefde getoond. God heeft zijn Zoon gezonden. In het evangelie zien we Jezus aan het werk. Hij geeft gestalte aan Gods liefde. Liefde gaat uit naar de ander. Zij voelt mededogen, maar ze handelt ook. Jezus onderricht omdat de mensen Gods boodschap niet kennen. Jezus spijzigt hen omdat ze hongerig zijn. Zijn boodschap gaat naar de totale mens: naastenliefde moet ook blijken in daden. Iets om over na te denken, zowel voor mij persoonlijk als voor de gemeenschap waartoe ik behoor.

EERSTE LEZING                1 Joh. 3, 11-21

Wij zijn overgegaan van de dood naar het leven, omdat wij onze broeders liefhebben.

Uit de eerste brief van de heilige apostel Johannes

Vrienden,

Dit is de boodschap
die gij vanaf het begin gehoord hebt :
dat wij elkaar moeten beminnen.
Wij mogen niet zijn zoals Kaïn
die een kind van de boze was en zijn broeder vermoordde.
En waarom vermoordde hij hem?
Omdat zijn eigen daden slecht waren
en die van zijn broeder goed.
Broeders,
weest niet verwonderd als de wereld u haat.
Wij zijn overgegaan van de dood naar het leven;
wij weten het
omdat wij onze broeders liefhebben.
De mens zonder liefde is nog in het gebied van de dood.
Ieder die zijn broeder haat
is een moordenaar,
en gij weet
dat geen moordenaar eeuwig leven in zich heeft.
Wat liefde is
hebben wij geleerd van Christus :
Hij heeft zijn leven voor ons gegeven.
Dus zijn ook wij verplicht ons leven te geven voor onze broeders.
Hoe kan de  goddelijke liefde blijven in een mens
die geld genoeg heeft
en toch zijn hart sluit voor de nood van zijn broeder?
Kinderen,
wij moeten niet liefhebben met woorden en leuzen
maar met concrete daden.
Dat is onze maatstaf;
daardoor krijgen wij de zekerheid
dat wij thuishoren bij de waarachtige God.
Dan mogen wij ook voor zijn aanschijn ons geweten geruststellen
ook als het ons veroordeelt,
want God is groter dan ons hart en Hij weet alles.
Dierbare vrienden,
daar ons geweten ons dus niet hoeft te veroordelen
mogen wij vrijmoedig met God omgaan.

Tussenzang                   Ps. 100(99), 2, 3, 4, 5

Juicht voor de Heer, alle landen.

Juicht voor de Heer, alle landen,
dient met blijdschap de Heer.
Treedt onbezorgd voor zijn Aanschijn.

Waarlijk, de Heer is God.
Hij is de Schepper en Meester,
wij zijn kudde, zijn volk.

Trekt met een lied door zijn poorten,
komt in zijn voorhof met zang.
Zegent zijn Naam en eert Hem.

Hij is ons goed gezind.
Eindeloos is zijn erbarmen,
trouw van geslacht op geslacht.

ALLELUIA                  Joh. 1, 14 en 12b

Alleluia.
Het Woord is vlees geworden
en heeft onder ons gewoond.
Aan allen die Hem aanvaarden
gaf Hij het vermogen
om kinderen van God te worden.
Alleluia.

EVANGELIE              Joh. 1, 43-51

Gij zijt de Zoon van God, Gij zijt de Koning van Israël.

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens
Johannes

In die tijd,
toen Jezus naar Galilea wilde vertrekken
trof Hij Filippus aan en zei tot hem:
“Volg Mij.”
Deze Filippus was van Betsaïda,
de stad van Andreas en Petrus.
Filippus ontmoette Natanaël en zei tot hem :
“Degene over wie Mozes in de Wet geschreven heeft
en ook de profeten,
Hem hebben wij ngevonden :
Jezus, de zoon van Jozef, uit Nazaret.”
Natanaël smaalde :
“Uit Nazaret, kan daar iets goeds vandaan komen ?”
Waarop Filippus antwoordde :
“Kom dan kijken.”
Jerzus zag Natanaël naar zich toekomen
en zei, doelend op hem :
“Dat is waarlijk een Israëliet in wie geen bedrog is!”
Natanaël zei tot Hem :
“Hoe kent Gij mij ?”
Jezus gaf hem ten antwoord :
“Voordat Filippus u riep
zag Ik u onder de vijgeboom zitten.”
Toen zei Natanaël tot Hem :
“Rabbi,
Gij zijt de Zoon Gods,
Gij zijt de Koning van Israël.”
Jezus antwoordde :
“Omdat Ik u zei dat Ik u onder de vijgeboom zag gelooift ge?
Gij zult grotere dingen zien dan deze.”
En Hij voegde er aan toe :
“Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u :
gij zult de hemel open zien
en de engelen Gods zien opstijgen en neerdalen
in dienst van de Mensenzoon.”

De bijbeltekst in deze uitgave is ontleend aan De Nieuwe Bijbelvertaling, ©Nederlands Bijbelgenootschap 2004/2007.
Overwegingen uit Liturgische suggesties voor de weekdagen.