Inleiding

Gevolg gevend aan de Apostolische exhortatie Evangelii Gaudium van Paus Franciscus, wil deze inleiding U deelgenoot maken aan de vreugde van het evangelie. Iedereen, niemand uitgezonderd, kan die vreugde ervaren door zijn hart open te stellen voor de genezende werking van Gods woord.

Het evangelie is eerst en vooral een uitnodiging om een antwoord te geven aan God die ons liefheeft en redt, door Hem te erkennen in de ander en door uit onszelf te treden om het goede te zoeken voor allen. Het evangelie reikt die eenheid en volheid van het menselijk leven aan, die de beste remedie is tegen alle vormen van kwaad.

Langs deze elektronische weg wordt U uitgenodigd om dagelijks het evangelie te lezen en even na te denken over de betekenis voor uw leven. Het is vanaf 8 uur ‘s morgens steeds ter beschikking.

Openingswoord
Nog maar enkele weken geleden waren we getuige
van Jezus’ geboorte en van zijn kindertijd.
Vandaag treedt Hij ons, na zijn doopsel door Johannes,
als een volwassen man tegemoet.
Hij stelt een eerste teken
waarin zijn diepste identiteit aan het licht komt.
Op een bruiloft en in een pijnlijke situatie
– er is geen wijn meer – brengt Hij opnieuw vreugde.
Vandaag zijn wij de getuigen en de omstaanders
tot wie gezegd wordt: ‘Doe maar wat Hij u zeggen zal’.
Zo kan ook in ons midden een uur aanbreken van vreugde,
door de wijn van de Liefde
die ons leven warmte en kleur geeft.

EERSTE LEZING                                               Jes. 62, 1-5

De bruidegom verheugt zich over de bruid.

Uit de profeet Jesaja

Omwille van Sion mag ik niet zwijgen,
te wille van Jeruzalem mij niet stilhouden.
Want als de zon zal haar gerechtigheid stralen,
haar heil branden als een fakkel.
De volkeren zullen uw gerechtigheid aanschouwen,
alle koningen uw glorie zien
en men zal u een nieuwe naam geven,
een naam door de Heer bedacht.
In de hand van de Heer zult gij een flonkerende kroon zijn,
in de hand van uw God een koninklijke diadeem.

Gij zult niet meer heten: “de Verlatene”,
uw land niet meer: “Woestenij”;
maar gij zult heten: “Mijn Welbehagen”,
uw land: “Gehuwde”.
Want in u heeft de Heer zijn behagen gesteld
en uw land wordt Hem ten huwelijk gegeven.

Zoals een jongen zijn meisje trouwt,
zal Hij die u opbouwt, u trouwen;
en zoals een bruidegom zich verheugt in zijn bruid,
zal uw God zich verheugen in u.

Antwoordpsalm                                Ps. 96(95), 1-2a, 2b-3, 7-8a, 9-10a en c

Keervers
Meldt aan de volken Gods wondere daden.

Zingt voor de Heer een nieuw gezang,
zingt voor de Heer, alle landen.
Zingt voor de Heer en verheerlijkt zijn Naam.

Verkondigt zijn heil alle dagen.
Meldt aan de naties Gods heerlijkheid,
zijn wondere daden aan alle volken.

Huldigt de Heer, alle stammen en volken,
huldigt de Heer om zijn glorie en macht,
huldigt de Heer om de roem van zijn Naam.

Gaat Hem aanbidden in heilig gewaad.
Beeft voor de Heer, alle mensen op aarde,
zegt tot elkander: “De Heer regeert!
De volken bestuurt Hij met billijkheid”.

TWEEDE LEZING                                            1 Kor. 12, 4-11

Een en dezelfde Geest deelt aan ieder zijn gaven uit zoals Hij het wil.

Uit de eerste brief van de heilige apostel Paulus aan de christenen
van Korinte

Broeders en zusters,

Er zijn verschillende gaven maar slechts één Geest.
Er zijn veel vormen van dienstverlening
maar slechts één Heer.
Er zijn allerlei soorten werk
maar er is slechts één God
die alles in allen tot stand brengt.

Maar aan ieder van ons
wordt de openbaring van de Geest meegedeeld
tot welzijn van allen.
Aan de een wordt door de Geest een woord van wijsheid gegeven,
aan een ander een woord van kennis krachtens dezelfde Geest,
aan een derde door dezelfde Geest het geloof.
Aan weer anderen schenkt de ene Geest gaven
om ziekten te genezen, om wonderen te doen,
de gave van profetie,
de onderscheiding van geesten,
velerlei taal of de vertolking ervan.

Maar alles is het werk van een en dezelfde Geest,
die aan ieder zijn gaven uitdeelt zoals Hij het wil.

Vers voor het evangelie                                               2 Tess. 2, 14

Alleluia.
God heeft ons geroepen door de verkondiging van het evangelie,
om de heerlijkheid van onze Heer Jezus Christus te verwerven.
Alleluia.

EVANGELIE                                                  Joh. 2, 1-12

Zo maakte Jezus te Kana in Galilea een begin met de tekenen.

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens
Johannes

In die tijd was er een bruiloft te Kana in Galilea,
waarbij de moeder van Jezus aanwezig was.
Jezus en zijn leerlingen
waren eveneens op die bruiloft uitgenodigd.

Toen de wijn opraakte,
zei de moeder van Jezus tot Hem:
“Ze hebben geen wijn meer.”
Jezus zei tot haar:
“Vrouw, is dat soms uw zaak?
“Nog is mijn uur niet gekomen.”
Zijn moeder sprak tot de bedienden:
“Doet maar wat Hij u zeggen zal.”

Nu stonden daar volgens het reinigingsgebruik der joden
zes stenen kruiken,
elk met een inhoud van ongeveer honderd liter.
Jezus zei hun:
“Doet die kruiken vol water.”
Zij vulden ze tot bovenaan toe.
Daarop zei Hij hun:
“Schept er nu wat uit
en brengt dat aan de tafelmeester.”
Dat deden ze.
De tafelmeester proefde van het water
dat in wijn veranderd was.
Hij wist niet waar die wijn vandaan kwam,
maar de bedienden die het water geschept hadden,
wisten het wel.
Zodra hij geproefd had
riep hij de bruidegom en zei hem:
“Iedereen zet eerst de goede wijn voor
en wanneer men eenmaal goed gedronken heeft, de mindere.
“U hebt de goede wijn tot nu toe bewaard.”

Zo maakte Jezus te Kana in Galilea een begin met de tekenen
en openbaarde zijn heerlijkheid.
En zijn leerlingen geloofden in Hem.

Daarna daalde Hij af naar Kafarnaüm,
Hijzelf en zijn moeder,
de broeders en zijn leerlingen;
maar zij bleven daar slechts enkele dagen.

De bijbeltekst in deze uitgave is ontleend aan De Nieuwe Bijbelvertaling, © Nederlands Bijbelgenootschap 2004/2007.
Overwegingen uit Liturgische suggesties voor de zondagen.