Inleiding

Gevolg gevend aan de Apostolische exhortatie Evangelii Gaudium van Paus Franciscus, wil deze inleiding U deelgenoot maken aan de vreugde van het evangelie. Iedereen, niemand uitgezonderd, kan die vreugde ervaren door zijn hart open te stellen voor de genezende werking van Gods woord.

Het evangelie is eerst en vooral een uitnodiging om een antwoord te geven aan God die ons liefheeft en redt, door Hem te erkennen in de ander en door uit onszelf te treden om het goede te zoeken voor allen. Het evangelie reikt die eenheid en volheid van het menselijk leven aan, die de beste remedie is tegen alle vormen van kwaad.

Langs deze elektronische weg wordt U uitgenodigd om dagelijks het evangelie te lezen

en even na te denken over de betekenis voor uw leven. Het is vanaf 8 uur ‘s morgens steeds ter beschikking.

Overweging 

‘Om ons op de been te houden en standvastig te doen volharden in onze opzet, moeten we hetzelfde doen als mensen die op ijs lopen. Zij houden elkaar bij de hand vast, of ondersteunen elkaar onder de arm. Als iemand uitglijdt, zorgt de ander dat hij niet valt en omgekeerd steunt de een de ander ook, wanneer die op zijn beurt dreigt uit te glijden. Ons leven op aarde is als lopen over het ijs, want telkens weer doen zich aanleidingen voor om te wankelen en te vallen’.
(Franciscus van Sales, Conferenties, p. 36)

EERSTE LEZING                                                             Hebr. 7, 25-8, 6

Eens voor al heeft onze hogepriester een offer opgedragen
toen Hij zichzelf ten offer bracht.

Uit de brief aan de Hebreeën

Broeders en zusters,

Christus is in staat hen
die door zijn tussenkomst God naderen,
voor altijd te redden
daar Hij altijd leeft om voor hen te pleiten.
Zulk een hogepriester hadden wij ook nodig :
een die heilig is, schuldeloos, onbesmet,
afgescheiden van de zondaars,
hoog verheven boven de hemelen.
Hij hoeft ook niet zoals de hogepriesters,
elke dag opnieuw eerst voor zijn eigen zonden offers op te dragen
en daarna voor die van het volk,
want dit heeft Hij eens voor al gedaan
toen Hij zichzelf ten offer bracht.
De wet stelt als hogepriester mensen aan, met zwakheid behept ;
maar de eed die uitgesproken is ná de wetgeving
wijst de Zoon aan, die volmaakt is in eeuwigheid.

De kern van ons betoog is nu
dat wij zulk een hogepriester hebben.
Gezeten ter rechterzijde van de troon der majesteit in de hemel
bedient Hij het waarachtige heiligdom,
de tent die is opgeslagen door de Heer en niet door een mens.
Iedere hogepriester heeft tot taak gaven en offers op te dragen ;
daarom moet ook Deze iets hebben om te offeren.
Verbleef Hij op aarde, dan was Hij niet eens priester,
daar er al priesters aanwezig zijn
die de door de wet voorgeschreven gaven offeren,
hoewel deze priesters dienst verrichten in een heiligdom
dat slechts een kopie
en een schaduw is van de hemelse werkelijkheid.
Toen Mozes de tent ging vervaardigen
werd hem dan ook van Godswege gezegd :
“Zorg dat gij alles maakt volgens het model
dat u op de berg is getoond.”
In feite echter
is de bediening die Jezus is ten deel gevallen veel verhevener,
evenals het verbond waarvan Hij de middelaar is
en de beloften waarop het berust.

TUSSENZANG                                      Ps. 40(39), 7-8a, 8b-9, 10, 17

Ik kom, Heer, om uw wil te doen.

Geschenk en offerande hebt Gij nooit verlangd,
maar wel hebt Gij mijn oren voor uw stem geopend.
Gij vraagt geen brandoffer, geen zoenoffer van mij ;
dus zei ik : ja, ik kom, zoals van mij geschreven staat :

Uw wil te doen, mijn God, dat is mijn vreugde,
uw wet is in mijn hart gegrift.
In de bijeenkomsten heb ik gerechtigheid gepredikt,
mijn lippen niet gesloten, Heer, Gij weet het.
Laat hen juichen en verheugd zijn, die U zoeken,
en roepen : glorie aan de Heer, die uitzien naar uw hulpl.

ALLELUIA                                  Ps. 119(118), 36a, 29b

Alleluia.
Mijn hart zij gericht op wat Gij verordent, Heer ;
geef mij uw wet als gids.
Alleluia.

EVANGELIE                                              Mc. 3, 7-12

De onreine geesten schreeuwden : Gij zijt de zoon van God.
Maar Hij verbood hun nadrukkelijk Hem bekend te maken.

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens
Marcus

In die tijd trok Jezus met zijn leerlingen weg
in de richting van het meer,
maar een grote volksmenigte uit Galilea ging Hem achterna.
Er kwamen ook vele mensen uit Judea, Jeruzalem, Iduméa,
uit het Overjordaanse
en uit de streek rond Tyrus en Sidon tot Hem,
omdat ze hoorden wat Hij allemaal deed.
Hij droeg zijn leerlingen op
te zorgen dat er een bootje voor Hem bij de hand was,
als voorzorg tegen het opdringen van de menigte.
Want Hij had er velen genezen,
met het gevolg dat allen die aan kwalen leden
op Hem aandrongen om Hem aan te raken.
Zelfs de onreine geesten vielen
als zij Hem zagen,
voor Hem neer en schreeuwden :
“Gij zijt de Zoon van God.”
Maar Hij verbood hun nadrukkelijk Hem bekend te maken.

De bijbeltekst in deze uitgave is ontleend aan De Nieuwe Bijbelvertaling, © Nederlands Bijbelgenootschap 2004/2007.
Overwegingen uit Liturgische suggesties voor de weekdagen.