Inleiding

Gevolg gevend aan de Apostolische exhortatie Evangelii Gaudium van Paus Franciscus, wil deze inleiding U deelgenoot maken aan de vreugde van het evangelie. Iedereen, niemand uitgezonderd, kan die vreugde ervaren door zijn hart open te stellen voor de genezende werking van Gods woord.

Het evangelie is eerst en vooral een uitnodiging om een antwoord te geven aan God die ons liefheeft en redt, door Hem te erkennen in de ander en door uit onszelf te treden om het goede te zoeken voor allen. Het evangelie reikt die eenheid en volheid van het menselijk leven aan, die de beste remedie is tegen alle vormen van kwaad.

Langs deze elektronische weg wordt U uitgenodigd om dagelijks het evangelie te lezen en even na te denken over de betekenis voor uw leven. Het is vanaf 8 uur ‘s morgens steeds ter beschikking.

Overweging
Paulus legde een hele weg af: van onvermoeibaar vervolger van christenen tot vurig verkondiger van de verrezen Heer. Enerzijds is het een van de grootste bekeringen of zelfs de grootste die we kennen en die de evolutie van het wereldchristendom heeft bepaald. Anderzijds kan men het moeilijk een bekering noemen. Paulus heeft het zelf zo aangevoeld alsof hij zich af-keerde van een zondig leven: het vervolgen en doden van christenen. Maar dit was in elk geval onwetendheid, en geïnspireerd door een farizeïsche volmaaktheidsijver die trouw wilde zijn aan de Wet, de Thora van God. Wij kunnen het eerder zien als een toe-kering. Hij heeft zich naar Christus toegewend en dit met een onvoorwaardelijkheid die haar gelijke niet kent. In dit soort be-kering gaat Paulus elke christen voor. Zich dagelijks naar Christus toe-keren, is het enige zoeken waar het werkelijk op aankomt.

Paulus’ weg is een weg die we herkennen: geloven in de Christus betekent ook voor ons op de cruciale momenten in ons leven vallen en opstaan, aarzelen en ons overgeven aan Gods liefde. Een weg waarop wij op het eerste gezicht vastlopen, kan een weg zijn waarop God ons tegemoet komt. Laten we niet bang zijn om te gaan waar Hij ons vraagt te gaan.

EERSTE LEZING                              Hand. 22, 3-16

Sta op, laat u dopen en uw zonden afwassen
onder aanroeping van de naam Jezus.

Uit de Handelingen van de Apostelen

In die dagen zei Paulus tot het volk :
“Ik ben een Jood,
geboren te Tarsus in Cilicië,
maar hier in deze stad grootgebracht
en aan de voeten van Gamaliël opgevoed
volgens de strenge opvattingen van de voorvaderlijke Wet.
“Ik was een ijveraar voor God
zoals gij allen heden zijt
en ik heb deze weg vervolgd ten dode toe,
mannen en vrouwen in boeien geslagen
en in de gevangenis geworpen,
zoals trouwens de hogepriester en de hele raad der oudsten
van mij kunnen getuigen.
“Met brieven van hen trok ik naar de broeders in Damascus
om ook de mensen daar
geboeid naar Jeruzalem te voeren en te laten bestraffen.
“maar onderweg, toenik al dicht bij Damascus was
omstraalde mij rond het middaguur
plotseling een fel licht uit de hemel.
“Ik viel ter aarde
en ik hoorde een stem tot mij zeggen :
Saul, Saul, waarom vervolgt gij Mij ?
“Ik antwoordde :
Wie zijt gij, Heer ?
“Hij hernam :
Ik ben Jezus van Nazaret die gij vervolgt.
“Mijn metgezellen zagen wel het licht
maar hoorden niet de stem van Hem die mij toesprak.
“Ik zei : Wat moet ik doen, Heer ?
“En de Heer weer tot mij : Sta op
en vervolg uw reis naar Damascus ;
daar zal men u alles zeggen wat gij te doen hebt.
“omdat ik echter niet zien kon
tengevolge van de schittering van het licht,
werd ik door mijn gezellen bij de hand geleid
en zo kwam ik in Damascus aan.
“Een zekere Ananias, een wetgetrouw man
die om zijn goede naam en faam bekend staat
bij alle Joodse ingezetenen,
kwam mij bezoeken,
ging voor mij staan en sprak :
Saul, broeder, word weer ziende !
“Op hetzelfde ogenblik zag ik hem staan.
“Toen zei hij :
De God van onze vaderen heeft u voorbestemd
om zijn wil te leren kennen,
de Rechtvaardige te zien
en een stem uit diens mond te horen,
omdat gij voor Hem bij alle mensen zult moeten getuigen
van wat ge gezien en gehoord hebt.
“Wat aarzelt gij dan nog ?
“Sta op, laat u dopen
en uw zonden afwassen onder aanroeping van zijn Naam.”

TUSSENZANG                  Ps. 117(116)

Gaat uit over de hele wereld
en verkondigt het evangelie aan heel de schepping;
(Mc. 16,15)

Alleluia.

Looft nu de Heer, alle naties der aarde,
huldigt de Heer, alle volken rondom.

Omdat Hij bij ons zijn goedheid getoond heeft ;
de trouw van de Heer houdt in eeuwigheid stand.

ALLELUIA                Joh. 15, 16

Alleluia.
Ik heb u uitgekozen
en ik heb u de taak gegeven op tocht te gaan
en vruchten voort te brengen die blijvend mogen zijn.
Alleluia.

EVANGELIE                   Mc. 16, 15-18

Gaat uit over de hele wereld en verkondigt het evangelie.

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Marcus

In die tijd verscheen Jezus aan de elf en zei :
“Gaat uit over de hele wereld
en verkondigt  het evangelie aan heel de schepping.
“Wie gelooft en gedoopt is zal gered worden,
maar wie niet gelooft zal veroordeeld worden.
“En deze tekenen zullen de gelovigen vergezellen :
in mijn Naam zullen ze duivels uitdrijven,
nieuwe talen spreken,
slangen opnemen ;
zelfs als ze dodelijk vergif drinken zal het hun geen kwaad doen ;
en als ze aan zieken de handen opleggen
zullen dezen genezen zijn.”

De bijbeltekst in deze uitgave is ontleend aan De Nieuwe Bijbelvertaling, ©Nederlands Bijbelgenootschap 2004/2007.
Overwegingen uit Liturgische suggesties voor de weekdagen.