Inleiding

Gevolg gevend aan de Apostolische exhortatie Evangelii Gaudium van Paus Franciscus, wil deze inleiding U deelgenoot maken aan de vreugde van het evangelie. Iedereen, niemand uitgezonderd, kan die vreugde ervaren door zijn hart open te stellen voor de genezende werking van Gods woord.

Het evangelie is eerst en vooral een uitnodiging om een antwoord te geven aan God die ons liefheeft en redt, door Hem te erkennen in de ander en door uit onszelf te treden om het goede te zoeken voor allen. Het evangelie reikt die eenheid en volheid van het menselijk leven aan, die de beste remedie is tegen alle vormen van kwaad.

Langs deze elektronische weg wordt U uitgenodigd om dagelijks het evangelie te lezen en even na te denken over de betekenis voor uw leven. Het is vanaf 8 uur ‘s morgens steeds ter beschikking.

Overweging 

Het moet voor Maria een bijzondere ervaring geweest zijn mee te maken dat haar zoon aangevochten werd. Er doen vele verhalen over Hem de ronde. Wat is er allemaal aan het gebeuren? Zoals elke moeder probeert Maria in dergelijke omstandigheden haar zoon te benaderen. Ze heeft er zelfs wat familie voor meegebracht. De vraag en het antwoord van Jezus is niet bedoeld om Maria te kwetsen. Integendeel, het wil een compliment zijn want Maria hoort bij de grootsten die Gods Woord volbracht hebben! De familie van Jezus zijn niet allereerst zijn bloedverwanten, maar vooral al degenen die Gods Woord beluisteren en het volbrengen.

EERSTE LEZING                                                   Hebr. 10, 1-10

“Ik ben gekomen, o God, om uw wil te doen.”

Uit de brief aan de Hebreeën

Broeders en zusters,

De wet laat van de goede dingen die komen moesten
slechts een schaduw zien, niet hun ware gedaante.
Daarom kan zij onmogelijk
door het jaarlijks opdragen van steeds weer dezelfde offers
de deelnemers aan haar cultus tot volmaaktheid brengen.
Anders had men die offerdienst wel gestaakt :
men zou zich immers eens voor al gereinigd weten
en bevrijd van schuldgevoel.
Maar deze offers moeten juist ieder jaar opnieuw
de gedachte aan de zonden levendig houden ;
het is ook uitgesloten
dat het bloed van stieren en bokken zonden zouden wegnemen.
Daarom zegt Christus dan ook, als Hij in de wereld komt :
“Slachtoffers en gaven hebt Gij niet gewild,
maar Gij hebt voor mij een lichaam bereid.
“Brandoffers en zoenoffers konden U niet behagen.
“Toen zei ik :
Hier ben ik.
“Zoals er in de boekrol over mij geschreven staat,
Ik ben gekomen, o God, om uw wil te doen.”
Eerst zegt Hij :
Slachtoffers en gaven,
brandoffers en zoenoffers hebt Gij niet gewild,
die konden U niet behagen
hoewel de wet voorschrijft dat ze gebracht moeten worden.
En dan zegt Hij :
Hier ben ik,
ik ben gekomen om uw wil te doen.

Hij schaft dus het eerste af om het tweede te laten gelden.
Door die wil zijn wij geheiligd, eens voor al,
door het offer van het lichaam van Jezus christus.

TUSSENZANG                                 Ps. 40(39), 2, 4 ab, 7-8a, 10, 11

Ik kom, Heer, om uw wil te doen.

Met groot vertrouwen heb ik op de Heer gehoopt,
Hij heeft zich tot mij neergebogen,
mijn geroep verhoord.
Hij legde in mijn mond een nieuw gezang,
een lied voor onze God.

Geschenk en offerande hebt Gij nooit verlangd,
maar wel hebt Gij mijn oren voor uw stem geopend.
Gij vraagt geen brandoffer, geen zoenoffer van mij ;
dus zei ik : ja, ik kom.

In de bijeenkomsten heb ik gerechtigheid gepredikt,
mijn lippen niet gesloten, Heer, Gij weet het.
Ik hield uw weldaden niet in mijn hart verborgen,
uw trouw, uw bijstand maakte ik bekend.

ALLELUIA                                                  Ps. 130(129), 5

Alleluia.
Op de Heer stel ik mijn hoop,
op zijn woord vertrouw ik.
Alleluia.

EVANGELIE                                                Mc. 3, 31-35

Mijn broeder en mijn zuster en mijn moeder
zijn zij die de wil van God volbrengen.

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens
Marcus

Eens kwamen Jezus’ moeder en zijn broeders,
en terwijl zij buiten bleven staan,
stuurden ze iemand naar Hem toe om Hem te roepen.
Er zat veel volk om Hem heen, dat het bericht doorgaf :
“Uw moeder en uw broeders daarbuiten vragen naar U.”
Hij gaf hun ten antwoord :
“Wie is mijn moeder,
wie zijn mijn broeders ?”
En terwijl Hij zijn blik liet gaan
over de mensen die in een kring om Hem heen zaten zei Hij :
“Ziehier mijn moeder en mijn broeders.
“Want mijn broeder en mijn zuster en mijn moeder zijn zij
die de wil van God volbrengen.”

De bijbeltekst in deze uitgave is ontleend aan De Nieuwe Bijbelvertaling, © Nederlands Bijbelgenootschap 2004/2007.
Overwegingen uit Liturgische suggesties voor de weekdagen.