Maandag in de vierde week

Inleiding

Gevolg gevend aan de Apostolische exhortatie Evangelii Gaudium van Paus Franciscus, wil deze inleiding U deelgenoot maken aan de vreugde van het evangelie. Iedereen, niemand uitgezonderd, kan die vreugde ervaren door zijn hart open te stellen voor de genezende werking van Gods woord.

Het evangelie is eerst en vooral een uitnodiging om een antwoord te geven aan God die ons liefheeft en redt, door Hem te erkennen in de ander en door uit onszelf te treden om het goede te zoeken voor allen. Het evangelie reikt die eenheid en volheid van het menselijk leven aan, die de beste remedie is tegen alle vormen van kwaad.

Langs deze elektronische weg wordt U uitgenodigd om dagelijks het evangelie te lezen en even na te denken over de betekenis voor uw leven. Het is vanaf 8 uur ‘s morgens steeds ter beschikking.

Overweging

Geloof wordt in de Hebreeënbrief in één adem genoemd met beproeving, en volharding in de beproeving. Diegenen die ons daarin al zijn voorgegaan waren gewone mensen van vlees en bloed, die van Godswege krachten kregen die het menselijke ver te boven gingen. Er wordt ons niet gevraagd hun daden en leven te kopiëren: God heeft ons talenten en gaven geschonken die ons helpen om in ons leven, in de omstandigheden waarmee wij geconfronteerd worden, te volharden in ons geloof. En wanneer die omstandigheden erg zwaar om dragen worden, wanneer onze wensen en dromen door ongeluk, kwaad of ziekte in elkaar storten, dan zal de Heer ons bijstaan en ons de kracht schenken om te volharden in de beproeving. Hij verhoort allen die Hem aanroepen.

EERSTE LEZING                       Hebr.  11, 32-40

Door het geloof
hebben onze voorvaderen koninkrijken omvergeworpen.
God heeft met ons iets beters voor.

Uit de brief aan de Hebreeën

Broeders en zusters,

Wat zal ik nog meer zeggen ?
De tijd ontbreekt me om te verhalen van Gideon,
Barak, Simson en Jefta, van David en Samuël en de profeten.
Door het geloof hebben zij koninkrijken omvergeworpen,
gerechtigheid uitgeoefend,
de vervulling van beloften afgedwongen.
Zij hebben leeuwen de muil gesloten,
de gloed van vuur gedoofd,
ze ontsnapten aan het scherp van het zwaard.
Hun zwakheid werd kracht,
ze werden machtig in de oorlog,
en dreven vijandelijke legers op de vlucht.
Vrouwen kregen hun doden terug door opstanding uit de dood.
Anderen werden ten dode gefolterd
en wezen hun vrijlating af
om een betere opstanding te verwerven.
Weer anderen hadden spot en slagen te verduren
en boeien en opsluiting.
Zij werden gestenigd,
doormidden gezaagd,
terechtgesteld met het zwaard.
Zij zwierven rond in schapevachten en geitevellen,
ten prooi aan ontbering, vervolging, mishandeling.
Zij waren te goed voor deze wereld.
Ze vluchtten in woestijnen en op de bergen,
ze verborgen zich in spelonken en holen in de grond.
Ook zij hebben zich allen
een naam verworven door hun geloof.
Toch heeft geen van hen de belofte in vervulling zien gaan.
God had met ons iets beters voor en wilde niet
dat zij hun voleinding zouden bereiken zonder ons.

TUSSENZANG                                                    Ps. 31(30), 20, 21, 22, 23, 24

Schept moed en weest onverschrokken
gij allen die hoopt op de Heer.

Hoe groot zijn uw weldaden, Heer,
die Gij hebt bestemd voor hen die U vrezen.
Gij schenkt ze aan ieder die tot U  komt,
voor alle mensen waarneembaar.

De glans van uw Aanschijn beschermt hem altijd
als mensen zich tegen hem keren.
Gij neemt hem op in uw tent,
beschut tegen kwade tongen.

Gezegend de Heer, want zijn wondere goedheid
heeft mij beschermd als een vestingstad.
Verslagen en moedeloos heb ik gezegd :
Gij hebt mij geheel uit het oog verloren.

Maar neen, Gij hebt mijn smeken gehoord,
mijn stem die luid tot U riep.

Bemint dan de Heer, al zijn vromen,
de Heer behoedt alwie trouw blijft aan Hem.
Maar wie zich in hoogmoed tegen Hem keert
betaalt Hij met woeker terug.

ALLELUIA                                                            cf. Lc. 8, 15

Alleluia;
Zalig zij die het Woord Gods dat zij hoorden
in een goed en edel hart bewaren
en vrucht voortbrengen door hun standvastigheid.
Alleluia.

EVANGELIE                                                                     Mc. 5, 1-20
Onreine geest, ga weg uit die man.

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Marcus

In die tijd kwamen Jezus en zijn leerlingen
aan de overkant van het meer
in het land van Gerasenen.
Nauwelijks was Hij uit de boot gestapt,
of daar liep Hem uit de grotspelonken een man tegemoet
die in de macht was van een onreine geest.
Hij huisde in de graven en niemand was meer in staat
hem zelfs met een ketting te boeien,
want al meermalen was hij
in voet- en handboeien geketend geweest,
maar de handboeien had hij uit elkaar getrokken
en de voetboeien verbrijzeld.
Niemand was dus bij machte hem te overweldigen.
Dag en nacht was hij onafgebroken
in de grafspelonken en in de bergen aan het schreeuwen
en beukte zichzelf met stenen.
Toen hij in de verte Jezus zag
snelde hij op Hem toe en viel Hem te voet.
Luid schreeuwend riep hij :
“Wat hebt Gij met mij te maken, Jezus,
Zoon van God, de Allerhoogste ?
“Ik bezweer U bij God, kwel mij niet !”
Want Jezus had hem gezegd :
“Onreine geest, ga weg uit die man.”
Daarop vroeg Jezus hem :
“Wat is uw naam ?”
Hij antwoordde :
“Mijn naam is Legioen
want wij zijn met velen.”
En hij smeekte Jezus met aandrang
dat Hij hen niet uit de streek zou wegjagen.

Nu was men daar tegen de berghelling
een grote kudde zwijnen aan het hoeden.
Zij smeekten Hem :
“Stuur ons in die zwijnen en laat ons daarin gaan.”
Hij stond het hun toe.
De onreine geesten gingen uit de bezetene,
voeren in de zwijnen
en de troep stortte zich van de steile oever in het meer,
ongeveer tweeduizend,
en ze verdronken.
De zwijnenhoeders namen de vlucht
en vertelden het in de stad en op het land.
Daarop kwamen de mensen kijken
wat er gebeurd was.
Zij kwamen naar Jezus toe en zagen de bezetene zitten,
gekleed en goed bij zijn verstand,
dezelfde die in de macht van Legioen geweest was ;
en ze werden door vrees bevangen.
Die het gezien hadden
verhaalden hun hoe het gegaan was met de bezetene,
en vertelden ook over de zwijnen.
Daarop begonnen ze bij Hem aan te dringen
hun streek te verlaten.
Maar toen Jezus in de boot stapte
verzocht de man die bezeten geweest was
bij Hem te mogen blijven.
Jezus stond dit echter niet toe,
maar zei hem :
“Ga naar huis,
naar de uwen
en vertel hun alles wat de Heer aan u gedaan heeft
en hoe Hij u barmhartigheid heeft bewezen.”
De man ging heen en begon in Dekapolis alles te verkondigen
wat Jezus aan hem gedaan had.
En allen stonden verbaasd.

De bijbeltekst in deze uitgave is ontleend aan De Nieuwe Bijbelvertaling, ©Nederlands Bijbelgenootschap 2004/2007. Overwegingen uit Liturgische suggesties voor de weekdagen.

Gepubliceerd door leopardoel

I am an 89-years old retired Johnson & Johnson researcher, who wants to spend the rest of his years to the spreading of the gospel in a daily blog.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: