Inleiding

Gevolg gevend aan de Apostolische exhortatie Evangelii Gaudium van Paus Franciscus, wil deze inleiding U deelgenoot maken aan de vreugde van het evangelie. Iedereen, niemand uitgezonderd, kan die vreugde ervaren door zijn hart open te stellen voor de genezende werking van Gods woord.

Het evangelie is eerst en vooral een uitnodiging om een antwoord te geven aan God die ons liefheeft en redt, door Hem te erkennen in de ander en door uit onszelf te treden om het goede te zoeken voor allen. Het evangelie reikt die eenheid en volheid van het menselijk leven aan, die de beste remedie is tegen alle vormen van kwaad.

Langs deze elektronische weg wordt U uitgenodigd om dagelijks het evangelie te lezen en even na te denken over de betekenis voor uw leven. Het is vanaf 8 uur ‘s morgens steeds ter beschikking.

Overweging
In het eerste deel van Genesis ontgoddelijkt de schrijver de kosmos. Zon en maan, de goden die in Babylon aanbeden worden, maken plaats voor een eeuwige God die een bondgenoot van de mens is. Achter deze wereld, boven deze wereld staat de éne God, die de chaos, de dood, het donker, de wildernis overwint. Uiteindelijk maakt God de mens en Hij zegent hem. Hij roept de mens om er voor Hem, zijn Schepper, te zijn, in dienst van zijn schepping. Opmerkelijk: de dag waarop God de schepping voltooid heeft en rust – de zevende dag, de sabbat – is een dag die eigenlijk niet eindigt. Er staat niet geschreven, zoals bij andere dagen het geval is: ‘En het was avond geweest en ochtend, de zevende dag’. De zevende dag is een oneindige dag, de dag die de voorbode is van de eeuwige rust, van het eeuwige licht dat God beloofd heeft.

EERSTE LEZING                                                Gen. 1, 20-2, 4a

Nu gaan wij de mens maken, als beeld van ons, op ons gelijkend.

Uit het Boek Genesis

God sprak:
“Het water moet wemelen van dieren, en boven het land
moeten de vogels vliegen langs het hemelgewelf.”
Toen schiep God de grote gedrochten van de zee
en al de krioelende dieren, waar het water van wemelt,
soort na soort,
en al de gevleugelde dieren, soort na soort.
En God zag dat het goed was.
God zegende ze en Hij sprak :
“Weest vruchtbaar en wordt talrijk ;
gij moet het water van de zee bevolken,
en de vogeld moeten talrijk worden op het land.”
Het werd avond en het werd ochtend ;
dat was de vijfde dag.

God sprak :
“Het land moet levende wezens voortbrengen van allerlei soort :
tamme dieren, kruipende dieren
en wilde beesten van allerlei soort.”
Zo gebeurde het.
God maakte de wilde beesten, soort na soort,
de tamme dieren, soort na soort,
en alles wat over de grond kruipt, soort na soort.
En God zag dat het goed was.

God sprak :
“Nu gaan wij de mens maken,
als beeld van Ons, op Ons gelijkend ;
hij zal heersen over de vissen van de zee,
over de vogels van de lucht,
over de tamme dieren, over alle wilde beesten
en over al het gedierte dat over de grond kruipt.”
En god schiep de mens als zijn beeld ;
als het beeld van God schiep Hij hem ;
man en vrouw schiep Hij hen.
God zegende hen en sprak tot hen :
Weest vruchtbaar en wordt talrijk ;
bevolkt de aarde en onderwerpt haar ;
heerst over de vissen van de zee,
over de vogels van de lucht,
en over al het gedierte dat over de grond kruipt.”
En God sprak :
“Hierbij geeff Ik alle zaadvormende gewassen
op de hele aardbodem aan u,
en alle bomen met zaaddragende vruchten :
zij zullen u tot voedsel dienen.
“Maar aan alle wilde beesten,
aan alle vogels in de lucht
en aan alles wat over de grond kruipt,
aan al wat dierlijk leven heeft,
geef Ik al het groene gewas als voedsel.”
Zo gebeurde het.
God bezag alles wat Hij gemaakt had,
en Hij zag dat het heel goed was.
Het werd avond en het werd ochtend ;
dat was de zesde dag.

Zo werden de hemel en de aarde voltooid,
en alles waarmee ze toegerust zijn.
Op de zevende dag
bracht God het wek dat Hij verricht had
tot voltooiing.

Hij rustte op de zevende dag
van al het werk dat Hij verricht had.
God zegende de zevende dag en maakte hem heilig,
want op die dag rustte God van al het werk
dat Hij scheppend tot stand had gebracht.
Dit is de geschiedenis van het ontstaan
van hemel en de aarde, zoals ze geschapen zijn.

TUSSENZANG                                       Ps. 8, 4-5, 6-7, 8-9

Heer, onze Heer,
hoe ontzagwekkend is uw Naam op aarde.

Als ik naar de hemel kijk,
het kunstwerk van uw vingers,
als ik maan en sterren zie, die Gij daar hebt gezet :
ach, wat is de mens dan, dat Gij naar hem omziet,
’t mensenkind, dat Gij zo voor hem zorgt ?

Niet veel minder dan een engel hebt Gij hem geschapen,
hem omkleed met schoonheid en met pracht ;
heel uw schepping aan hem onderworpen,
alles aan zijn voeten neergelegd :

Runderen en schapen overal,
ook de wilde dieren op de velden ;
vogels in de lucht en vissen in de zee,
al wat wemelt in de oceanen.

ALLELUIA                                                Joh. 17, 17b, a

Alleluia.
Uw word is waarheid, Heer,
wijd ons U toe in de waarheid.
Alleluia.

EVANGELIE                                                 Mc. 7, 1-13

Gij laat het gebod van God varen
en houdt vast aan de overlevering van mensen.

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens
Marcus

Eens kwamen de Farizeeën
en enkele schriftgeleerden uit Jeruzalem bij Jeus te zamen,
en ze zagen dat sommige van zijn leerlingen met onreine,
dat wil zeggen, ongewassen handen aten.
De Farizeeën immers en al de Joden eten niet
zonder eerst de vingertoppen gewassen te hebben,
daar ze vasthouden aan de overlevering van de voorvaderen ;
komen ze van de markt,
dan eten ze niet voordat zij zich gereinigd hebben;
zo zijn er nog vele andere dingen
waaraan ze bij overlevering vasthouden :
het afwassen van bekers, kruiken en koperen vaatwerk.

Daarom
stelden de Farizeeën en schriftgeleerden Hem de vraag :
“Waarom gedragen uw leerlingen zich niet
volgens de overlevering van de voorvaderen,
maar eten zij met onreine handen ?”
Hij antwoordde hun :
“Hoe juist heeft Jesaja over u, huichelaars geprofeteerd !
“Zo toch staat er geschreven :
Dit volk eert Mij met de lippen
maar hun hart is ver van Mij.
Zij eren Mij, maar zonder zin,
en mensenwet is wat zij leren.
“Gij laat het gebod van God varen
en houdt vast aan de overlevering van mensen :
kruiken en bekers afwassen
en meer van dergelijke dingen doet ge.
“Het is fraai,
-vervolgde Hij –
dat gij het gebod van God buiten werking stelt
om uw overlevering te handhaven !
“Mozes heeft immers gezegd :
Eer uw vader en uw moeder, en
Wie zijn vader of moeder vervloekt moet sterven.
“En toch leert gij :
Als iemand tot zijn vader of moeder zegt :
alles waarmee ik u zou kunnen helpen, is Korban,
-dat betekent : offergave –
dan staat ge hem niet meer toe
iets voor zijn vader of moeder te doen.
“Zo maakt ge het woord Godds krachteloos
ten gunste van uw overlevering die gij doorgeeft.
“En ge doet meer van dergelijke dingen.”

De bijbeltekst in deze uitgave is ontleend aan De Nieuwe Bijbelvertaling, © Nederlands Bijbelgenootschap 2004/2007.
Overwegingen uit Liturgische suggesties voor de weekdagen.