Inleiding

Gevolg gevend aan de Apostolische exhortatie Evangelii Gaudium van Paus Franciscus, wil deze inleiding U deelgenoot maken aan de vreugde van het evangelie. Iedereen, niemand uitgezonderd, kan die vreugde ervaren door zijn hart open te stellen voor de genezende werking van Gods woord.

Het evangelie is eerst en vooral een uitnodiging om een antwoord te geven aan God die ons liefheeft en redt, door Hem te erkennen in de ander en door uit onszelf te treden om het goede te zoeken voor allen. Het evangelie reikt die eenheid en volheid van het menselijk leven aan, die de beste remedie is tegen alle vormen van kwaad.

Langs deze elektronische weg wordt U uitgenodigd om dagelijks het evangelie te lezen en even na te denken over de betekenis voor uw leven. Het is vanaf 8 uur ‘s morgens steeds ter beschikking.

Overweging
God kreeg spijt dat Hij de mens maakte. We vinden ook nu steeds weer mensen die overtuigd zijn dat het zo niet verder kan; dat zonde en kwaad tot zo’n  climax gekomen zijn dat er geen uitweg meer is. Uitdrukkingen als: ‘alles gaat kapot’; in wat voor een wereld leven we?’, enz …heeft ieder van ons gehoord. In feite zijn dat uitdrukkingen  van elke tijd. Ook het verhaal van Noah schildert zo’n situatie en legt God de gedachten van dergelijke mensen in de mond. ‘Alles herbeginnen van vooraf aan.’ Het is een steeds weerkerende illusie. Tenzij misschien voor onszelf? Is herbeginnen ooit vergeefs?

EERSTE LEZING                                            Gen. 6, 5-8 ; 7, 1-5.10

Ik ga de mens, die Ik geschapen heb, van de aardbodem wegvagen.

Uit het Boek Genesis

Toen God de Heer zag hoezeer op de aarde
de boosheid van de mensen was toegenomen
en hoezeer de begeerte van hun hart
de hele dag naar het kwade uitging,
kreeg Hij spijt dat Hij de mens op de aarde gemaakt had,
en Hij was er zeer verdrietig om.
En God zei :
“Ik ga de mens, die Ik geschapen heb,
van de aardbodem wegvagen,
zowel de mens als het vee
en de kruipende dieren en de vogels in de lucht,
want het spijt Mij dat Ik ze gemaakt heb.”
Alleen Noach vond genade in de ogen van de Heer.
God de Heer zei tot Noach :
“Ga in de ark die gij gemaakt hebt,
gij met heel uw gezin,
want van dit geslacht zijt gij de enige
die in mijn ogen rechtschapen is.
“Neem van alle reine dieren zeven paar,
telkens een mannetje en een wijfje ;
maar van de onreine dieren één paar,
telkens een mannetje en een wijfje;
ook van de vogels in de lucht zeven paar,
telkens een mannetje en een wijfje.
“Zo zult gij hun soort in stand houden
op de gehele aarde.
“Want over zeven dagen laat Ik het regenen op de aarde,
veertig dagen en veertig nachten,
en Ik ga alles wat bestaat,
alles wat Ik gemaakt heb, van de aardbodem wegvagen.”
En Noach deed alles wat de Heer hem geboden had.
En op de zevende dag
stortte het water van de vloed over de aarde neer.

TUSSENZANG                                 Ps. 29(28), 1a, 2, 3ac-4, 3b, 9b-10

De Heer zegent zijn volk met vrede.

Huldigt de Heer, alle zonen van God,
huldigt de Heer om zijn glorie en macht.
Huldigt de Heer om de roem van zijn Naam,
knielt voor Hem neer om zijn heilige luister.

De stem van de Heer schalt over het water,
Gods majesteit roept van over de zee.
De stem van de Heer met dreunend geweld,
de stem van de Heer, ontzagwekkend !

De stem van de Heer schudt de kruinen der eiken,
ontbladert de trots van het woud.
De Heer troont boven het firmament,
daar zetelt Hij eeuwig als koning.

ALLELUIA                                                      Kol. 3, 16a, 17c

Alleluia.
Het woord van Christus
moge in volle rijkdom onder u wonen ;
dankt God de Vader door Hem.
Alleluia.

EVANGELIE                                                       Mc. 8, 14-21

Wacht u voor het zuurdeeg van de Farizeeën
en het zuurdeeg van Herodes !

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens
Marcus

In die tijd hadden de leerlingen vergeten brood mee te nemen
zodat zij niet meer dan één brood bij zich in de boot hadden.
Toen gaf Jezus hun deze waarschuwing :
“Let op,
wacht u voor het zuurdeeg van de Farizeeën
en het zuurdeeg van Herodes!”
Zij spraken daarover onder elkaar :
“Dat zegt Hij omdat we geen brood hebben.”
Maar Hij bemerkte het en sprak :
“Wat bespreekt ge daar onderling ?
“Dat Ik dit gezegd heb, omdat ge geen brood hebt ?
“Begrijpt en verstaat ge het dan nog niet?
“Is uw geest zo verblind?
“Ge hebt toch ogen : ziet ge dan niets ?
“Ge hebt toch oren : hoort ge dan niets ?
“En herinnert ge u niet
hoeveel korven vol brokken gij hebt opgehaald,
toen Ik voor de vijfduizend die vijf broden heb gebroken?”
Zij antwoordden Hem :
“Twaalf.”
“En hoeveel manden vol brokken hebt gij opgehaald,
toen met die zeven voor de vierduizend?”
En zij antwoordden :
“Zeven.”
Daarop zei Hij hun :
“Begrijpt ge het dan nog niet ?”

De bijbeltekst in deze uitgave is ontleend aan De Nieuwe Bijbelvertaling, © Nederlands Bijbelgenootschap 2004/2007.
Overwegingen uit Liturgische suggesties voor de weekdagen.