Inleiding

Gevolg gevend aan de Apostolische exhortatie Evangelii Gaudium van Paus Franciscus, wil deze inleiding U deelgenoot maken aan de vreugde van het evangelie. Iedereen, niemand uitgezonderd, kan die vreugde ervaren door zijn hart open te stellen voor de genezende werking van Gods woord.

Het evangelie is eerst en vooral een uitnodiging om een antwoord te geven aan God die ons liefheeft en redt, door Hem te erkennen in de ander en door uit onszelf te treden om het goede te zoeken voor allen. Het evangelie reikt die eenheid en volheid van het menselijk leven aan, die de beste remedie is tegen alle vormen van kwaad.

Langs deze elektronische weg wordt U uitgenodigd om dagelijks het evangelie te lezen en even na te denken over de betekenis voor uw leven. Het is vanaf 8 uur ‘s morgens steeds ter beschikking.

Overweging

De eerste cyclus uit Genesis wordt besloten met een lezing uit de Hebreeënbrief, waar het geloof der ouden wordt geprezen. De reeks loopt verder door dan de lezing. Een groot deel namen uit het oude Verbond worden genoemd. Allen hebben uitgekeken naar een betere toekomst en naar vervulling. Ook de christen leeft elke dag van die verwachting.

EERSTE LEZING                              Hebr. 11, 1-7

Geloof doet ons zien
dat het heelal tot stand is gekomen door Gods woord.

Uit de brief aan de Hebreeën

Broeders en zusters,

Wat is het geloof?
Het geloof is een vaste grond van wat wij hopen,
het overtuigt ons van de werkelijkheid van onzichtbare dingen.
Om hun geloof zijn de ouden met ere vermeld.
Geloof doet ons zien
dat het heelal tot stand is gekomen door Gods woord,
en dat het zichtbare ontstaan is uit het onzichtbare.
Door het geloof was Abels offer zoveel beter dan dat van Kaïn ;
door het geloof
ontving hij het getuigenis van zijn rechtvaardigheid
want God zelf aanvaardde zijn gaven ;
door het geloof blijft hij spreken, ook na zijn dood.
Door het geloof werd Henoch zonder te sterven
naar een ander leven overgebracht ;
hij was er niet meer, want God had hem opgenomen.
Want de Schrift getuigt dat hij, voor hij werd weggenomen,
aan God had behaagd ;
en zonder het geloof is het onmogelijk aan God te behagen ;
wie bij God wil komen, moet geloven dat Hij bestaat
en dat Hij allen die Hem zoeken beloont.
Door het geloof heeft Noach,
na door God te zijn gewaarschuwd voor wat nog niet te zien was,
met grote zorg de ark gebouwd
om zijn huisgezin te redden.
Door zijn geloof heeft hij de wereld veroordeeld
en zelf de gerechtigheid van het geloof verworven.

TUSSENZANG                        Ps.145(144), 2-3, 4-5, 10-11

U wil ik loven, mijn God en Koning,
uw Naam verheerlijken voor altijd.

U wil ik prijzen iedere dag,
uw Naam verheerlijken voor altijd.
De Heer is groot en alle lof waardig,
zijn grootheid is niet te doorgronden.

Uw daden verhaalt geslacht aan geslacht,
uw macht wordt alom verkondigd.
Men spreekt van uw luister en majesteit,
verspreidt de faam van uw wonderdaden.

Uw werken zullen U prijzen, Heer,
uw vromen zullen U loven.
Zij roemen de glorie van uw heerschappij,
uw macht verkondigen zij.

ALLELUIA                           Hebr. 4, 12

Alleluia.
Het woord van God is levend en krachtig,
en het dringt door
tot het raakpunt van ziel en geest.
Alleluia.

EVANGELIE                                                Mc. 9, 2-13

Jezus werd voor hun ogen van gedaante veranderd.

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens
Marcus

In die tijd
nam Jezus Petrus, Jakobus en Johannes met zich mee
en bracht hen boven op een hoge berg
waar zij geheel alleen waren.
Hij werd voor hun ogen van gedaante veranderd :
zijn kleed werd glanzend
en zó wit als geen volder ter wereld maken kan.
Elia verscheen hun samen met Mozes
en zij onderhielden zich met Jezus.
Petrus nam het woord en zei tot Jezus :
“Rabbi, het is goed dat wij hier zijn.
“Laten we drie tenten bouwen,
een voor U, een voor Mozes en een voor Elia.”
Hij wist niet goed wat hij zei,
want ze waren geheel verbluft.
Een wolk kwam hen overschaduwen
en uit die wolk klonk een stem :
“Dit is mijn Zoon,
de Welbeminde,
luistert naar Hem.”
Toen ze rondkeken,
zagen ze plotseling niemand anders bij hen dan alleen Jezus.

Onder het afdalen van de berg
verbood Jezus hun aan iemand te vertellen wat ze gezien hadden,
voordat de Mensenzoon uit de doden zou zijn opgestaan.
Zij hielden het inderdaad voor zich,
al vroegen zij zich onder elkaar af
wat dat opstaan uit de doden mocht betekenen.
Aan Jezus stelden zij de vraag :
“Waarom zeggen de schriftgeleerden toch
dat eerst Elia moet komen ?”
Hij antwoordde hun :
“Elia komt eerst om alles te herstellen.
“Maar wat staat er geschreven over de Mensenzoon ?
“Dat Hij veel zal lijden en veracht zal worden.
“Maar Ik zeg u : Elia is al gekomen
en zij hebben naar willekeur met hem gehandeld
zoals over hem geschreven staat.”

De bijbeltekst in deze uitgave is ontleend aan De Nieuwe Bijbelvertaling, ©Nederlands Bijbelgenootschap 2004/2007.
Overwegingen uit Liturgische suggesties voor de weekdagen.