Inleiding

Gevolg gevend aan de Apostolische exhortatie Evangelii Gaudium van Paus Franciscus, wil deze inleiding U deelgenoot maken aan de vreugde van het evangelie. Iedereen, niemand uitgezonderd, kan die vreugde ervaren door zijn hart open te stellen voor de genezende werking van Gods woord.

Het evangelie is eerst en vooral een uitnodiging om een antwoord te geven aan God die ons liefheeft en redt, door Hem te erkennen in de ander en door uit onszelf te treden om het goede te zoeken voor allen. Het evangelie reikt die eenheid en volheid van het menselijk leven aan, die de beste remedie is tegen alle vormen van kwaad.

Langs deze elektronische weg wordt U uitgenodigd om dagelijks het evangelie te lezen en even na te denken over de betekenis voor uw leven. Het is vanaf 8 uur ‘s morgens steeds ter beschikking.

Overweging

Omstreeks de 19de eeuw vóór Christus kreeg een vrome jood, Jezus ben Sirach een boek dat behoort tot de wijsheidsliteratuur. Hij is een vroom man die trouw is aan de joodse traditie. Hij staat ook open voor de woorden van de hellenistische beschaving. Zijn kleinzoon wijkt uit naar Egypte na 134 vóór Christus en vertaalt het boek van zijn grootvader in het Grieks en schrijft een voorwoord. Van de oorspronkelijke Hebreeuwse tekst is slechts een deel bewaard.

EERSTE LEZING                               Sir. 1, 1-10

Vóór al het andere is de wijsheid geschapen.

Begin van het Boek Ecclesiasticus

Alle wijsheid komt van de Heer
en is bij Hem in eeuwigheid.
Het zand van de zeeën, de druppels van de regen
en de dagen van de eeuwigheid – wie telt ze ?
De hoogte van de hemel en de breedte der aarde,
de afgrond en de wijsheid – wie speurt ze na ?
Vóór al het andere is de wijsheid geschapen ;
inzicht en verstand zijn van eeuwigheid.
(De bron van de wijsheid is het woord van God
in de hoogste hemelen ; haar wegen zijn eeuwige geboden.)
De wortel der wijsheid – voor wie werd hij blootgelegd ?
Haar oogmerken – wie kent ze ?
(De kennis van de wijsheid – aan wie is zij verschenen ?)
(Haar rijke ervaring – wie heeft ze begrepen ?)
Slechts Eén is wijs en zeer geducht :
Hij die zetelt op zijn troon.
De Heer zelf heeft de wijsheid geschapen ;
Hij heeft haar gezien en uitgedeeld
en haar uitgestort over al zijn werken ;
zij is met al wat leeft, naar gelang Hij ze schenkt ;
Hij verleent ze aan wie Hem liefhebben.
(Liefde tot God is eerbiedwaardige wijsheid 😉
(zij aan wie zij zich te zien geeft beminnen haar
bij het zien van haar grote werken.)

TUSSENZANG                           Ps. 93(92), 1ab, 1c-2,5

De Heer is koning, met luister omkleed.

De Heer is koning, met luister omkleed,
met macht heeft de Heer zich omgord.

Zo vast als de aarde, onwankelbaar,
zo vast staat uw troon door de eeuwen,
van eeuwigheid, God, zijt Gij !

Betrouwbaar is alles wat Gij betuigt,
uw huis zij heilig in lengte van dagen.

ALLELUIA                                       Ps. 119(118), 105

Alleluia.
Uw woord is een lamp voor mijn voeten, Heer,
het is een licht op mijn pad.
Alleluia

EVANGELIE                                                              Mc. 9, 14-29
Ik geloof, kom mijn ongeloof te hulp !

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Marcus

Toe Jezus, na de gedaanteverandering op de berg,
weer bij de leerlingen kwam
zag Hij een grote menigte om hen heen staan,
waaronder ook schriftgeleerden
die met de leerlingen redetwistten.
Zodra al die mensen Hem opmerkten
waren ze verrast en liepen Hem tegemoet om Hem te begroeten.
Hij vroeg hun :
“Waarom twist ge met hen ?”
Een uit de menigte gaf Hem ten antwoord :
“Meester, ik heb mijn zoon naar U toe gebracht
omdat hij in de macht is van een stomme geest.
“En waar deze hem overweldigt
werpt hij hem tegen de grond
en de jongen krijgt het schuim op de lippen,
knarsetandt en wordt helemaal stijf.
“Nu heb ik uw leerlingen gevraagd hem uit te drijven
maar die hadden er de kracht niet toe.”
Jezus gaf ten antwoord :
“O ongelovig geslacht,
hoe lang moet Ik nog bij u zijn,
hoe lang nog u verdragen ?
“Brengt de jongen bij Mij.”
Ze brachten hem naderbij,
maar zodra de geest Jezus zag
liet hij de jongen stuipen krijgen ;
deze viel neer en rolde over de grond
met schuim op de lippen.
Jezus vroeg aan de vader :
“Hoe lang heeft hij dit al ?”
Deze antwoordde :
“Van zijn kinderjaren af.
“De geest heeft hem ook al dikwijls
in het vuur en in het water geworpen om hem te doden.
“Maar als Gij iets kunt doen,
heb dan medelijden en help ons.”
Jezus antwoordde hem :
“Wat dat kunnen betreft : alles kan voor wie gelooft.”
Ogenblikkelijk riep de vader van de jongen uit :
“Ik geloof,
kom mijn ongeloof te hulp !”
Toe Jezus zag dat de mensen te hoop liepen
gebood Hij op strenge toon aan de onreine geest :
“Stomme en dove geest,
Ik gelast je,
ga uit hem weg en kom nooit meer in hem terug.”
Onder geschreeuw en hevige stuiptrekkingen
ging hij uit hem weg ;
de jongen zag er uit als een lijk
zodat de meesten dachten dat hij dood was.
Maar Jezus vatte hem bij de hand en richtte hem op ;
en hij kwam overeind.
Toen Jezus thuis gekomen was
en zijn leerlingen met Hem alleen waren, vroegen zij :
“Waarom hebben wij hem niet kunnen uitdrijven ?”
Hij antwoordde hun :
“Dit soort kan door niets anders uitgedreven worden
dan door bidden en vasten.”

De bijbeltekst in deze uitgave is ontleend aan De Nieuwe Bijbelvertaling, © Nederlands Bijbelgenootschap 2004/2007.
Overwegingen uit Liturgische suggesties voor de weekdagen.