Inleiding

Gevolg gevend aan de Apostolische exhortatie Evangelii Gaudium van Paus Franciscus, wil deze inleiding U deelgenoot maken aan de vreugde van het evangelie. Iedereen, niemand uitgezonderd, kan die vreugde ervaren door zijn hart open te stellen voor de genezende werking van Gods woord.

Het evangelie is eerst en vooral een uitnodiging om een antwoord te geven aan God die ons liefheeft en redt, door Hem te erkennen in de ander en door uit onszelf te treden om het goede te zoeken voor allen. Het evangelie reikt die eenheid en volheid van het menselijk leven aan, die de beste remedie is tegen alle vormen van kwaad.

Langs deze elektronische weg wordt U uitgenodigd om dagelijks het evangelie te lezen en even na te denken over de betekenis voor uw leven. Het is vanaf 8 uur ‘s morgens steeds ter beschikking.

Overweging

De auteur vertrekt vaak van één gezegde en werkt het voor de mensen van zijn tijd uit in een aantal verzen (1-6). Beproeving is een test voor de mens. Zijn standpunt is zonder twijfel traditioneel. In dit leven wordt het goede beloond en het kwade gestraft. In de onderwereld is er geen hoop meer en zijn allen gelijk. Toch is de auteur zich als scherp waarnemer bewust van het feit dat het niet altijd klopt, en vaak weet hij er geen raad mee (zie 11, 26-28)

EERSTE LEZING                                           Sir. 2, 1-11

Bereid u voor op verzoeking

Uit het Boek Ecclesiasticus.

Mijn kind, indien ge nadert om God de Heer te dienen,
bereid u dan voor op verzoeking.
Ga recht door zee, wees standvastig,
en wees niet overijld in tijd van tegenspoed.
Houd u vast aan Hem en val niet af,
dan wordt ge tenslotte verheven.
Aanvaard alles wat u overkomt;
wees lankmoedig in de wisselvalligheid van uw nederig bestaan.
Want goud wordt beproefd in vuur,
en hij die bij God welgevallig is, in de oven der vernedering;
(in ziekte en armoede verlaat u op God).
Vertrouw op Hem en Hij zal u helpen,
bewandel de rechte weg en hoop op Hem.
Gij die de Heer vreest, wacht op zijn erbarmen,
wijk niet af, ge zoudt kunnen vallen.
Gij die de Heer vreest, vertrouw op Hem,
en uw loon zal u zeker niet ontgaan.
Gij die de Heer vreest, hoop op het goede,
op eeuwige blijdschap en erbarmen;
(zijn vergelding is een eeuwige gave verbonden met vreugde).
Let op de geslachten van vroeger en ziet:
Wie vertrouwde op de Heer en werd beschaamd?
Wie volhardde in de vrees voor Hem en werd in de steek gelaten?
Of wie riep hem aan en werd niet verhoord?
Daarom: barmhartig en genadig is de Heer;
Hij vergeeft de zonden en redt ten tijde der verdrukking.

Tussenzang                               Ps. 37(36), 3-4, 18-19, 27-28,39-40

Vertrouw aan de Heer uw levensweg toe,
verlaat u op Hem, Hij zal er voor zorgen.

Vertrouw op de Heer en doe wat goed is,
dan zult gij veilig uw land bewonen.
Zoek uw geluk bij de Heer,
Hij geeft wat uw hart begeert.

De Heer draagt zorg voor het leven der vromen,
hun erfdeel blijft voor altijd bijeen.
Zij staan niet verlegen in tijden van rampspoed,
maar worden verzadigd bij hongersnood.

Blijf ver van het kwaad en doe wat goed is,
dan moogt ge voor eeuwig hier wonen;
want God bemint de gerechtigheid,
verlaat zijn getrouwen niet.

Het heil van de vromen komt van de Heer ;
Hij is hun toevlucht in tijden van kwelling.
De Heer staat hen bij en bevrijdt hen,
Hij redt die zich tot Hem wenden.

Alleluia                                                        Jak. 1, 21

Alleluia.
Neemt met zachtmoedigheid het woord van God aan
dat in u werd geplant,
en de kracht bezit
uw zielen te redden.
Alleluia.

EVANGELIE                                              Mc. 9, 30-37

De Mensenzoon wordt overgeleverd.
Als iemand de eerste wil zijn,
moet hij de laatste van allen zijn.

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Marcus
.

Na de gedaanteverandering op de berg
gingen Jezus en zijn leerlingen daar weg
en trokken Galilea door;
maar Hij wilde niet dat iemand het te weten kwam,
want Hij was bezig zijn leerlingen te onderrichten.
Hij zeide hun:
“De Mensenzoon wordt overgeleverd in de handen der mensen
en ze zullen Hem doden;
maar drie dagen na zijn dood zal Hij weer opstaan.”
Zij begrepen die woorden wel niet
maar schrokken ervoor terug Hem te ondervragen.
Zij kwamen in Kafarnaüm
en, eenmaal thuis, ondervroeg Hij hen:
“Waar hebt ge onderweg over getwist?”
Maar zij zwegen, want zij hadden onderweg
een woordenwisseling gehad over de vraag
wie de grootste was.
Toen zette Hij zich neer,
riep de twaalf bij zich en zei tot hen:
“Als iemand de eerste wil zijn,
moet hij de laatste van allen
en de dienaar van allen zijn.”
Hij nam een kind en zette het in hun midden;
Hij omarmde het en sprak tot hen:
“Wie een kind als dit opneemt in mijn Naam
neemt Mij op; en wie Mij opneemt
neemt niet Mij op, maar Hem die Mij gezonden heeft.”

De bijbeltekst in deze uitgave is ontleend aan De Nieuwe Bijbelvertaling, ©Nederlands Bijbelgenootschap 2004/2007.
Overwegingen uit Liturgische suggesties voor de weekdagen.