Inleiding

Gevolg gevend aan de Apostolische exhortatie Evangelii Gaudium van Paus Franciscus, wil deze inleiding U deelgenoot maken aan de vreugde van het evangelie. Iedereen, niemand uitgezonderd, kan die vreugde ervaren door zijn hart open te stellen voor de genezende werking van Gods woord.

Het evangelie is eerst en vooral een uitnodiging om een antwoord te geven aan God die ons liefheeft en redt, door Hem te erkennen in de ander en door uit onszelf te treden om het goede te zoeken voor allen. Het evangelie reikt die eenheid en volheid van het menselijk leven aan, die de beste remedie is tegen alle vormen van kwaad.

Langs deze elektronische weg wordt U uitgenodigd om dagelijks het evangelie te lezen en even na te denken over de betekenis voor uw leven. Het is vanaf 8 uur ‘s morgens steeds ter beschikking.

Openingswoord
Op Aswoensdag zijn we begonnen aan de veertigdagentijd,
een tijd van bidden, delen en vasten.
Het Middelnederlandse woord ‘vasten’ betekent:
‘vastmaken, vasthouden’;
voor ons misschien wel: ‘opnieuw vastmaken’.
Veertig dagen worden ons gegeven
om ons terug ‘vast te maken’ aan Jezus
en om te groeien in vrijheid
ten aanzien van wat niet levensvervullend is.
Een ‘ja’ aan God impliceert dat we ‘neen’ zeggen aan andere dingen,
net zoals Jezus doet in het evangelie.
In de woestijn wordt duidelijk waarvoor Hij wil kiezen.

Laten we de komende weken ook ons ‘ja’ aan Hem vernieuwen,
niet als een prestatie of krachttoer van onszelf, maar als een genade.
Want voor wij ons naar Hem keren,
heeft Hij zich reeds lang naar ons gekeerd.
Laten we ons hart openen voor wat Hij ons wil geven.

EERSTE LEZING                                        Deut. 26, 4-10

Heloofsbelijdenis van het uitverkoren volk.

Uit het boek Deuteronomium

In die dagen sprak Mozes tot het volk:

“De priester zal de korf met de eerste veldvruchten
van u aannemen
en hem plaatsen voor het altaar van de Heer, uw God.
Dan moet gij staande voor de Heer, uw God, zeggen:
“Mijn vader was een zwervende Arameeër.
“Hij is met een klein aantal mensen naar Egypte gegaan.
“Maar terwijl hij daar als vreemdeling verbleef,
is hij een groot, machtig en talrijk volk geworden.
“Toen de Egyptenaren ons slecht behandelden,
ons verdrukten en ons harde slavenarbeid oplegden,
hebben wij tot de Heer, de God van onze vaderen, geroepen.
“En de Heer heeft ons verhoord en zich onze vernedering,
ons zwoegen en onze verdrukking aangetrokken.
“Hij heeft ons uit Egypte geleid met sterke hand,
met opgeheven arm,
onder grote verschrikkingen, tekenen en wonderen.
“Hij heeft ons naar deze plaats gebracht
en ons dit land geschonken,
een land van melk en honing.
“Daarom breng ik nu de eerste vruchten van de grond,
die Gij, de Heer, mij hebt geschonken.”

En Mozes voegde er aan toe:
“Dan moet ge die voor de Heer uw God neerleggen
en u voor Hem neerbuigen”.

Antwoordpsalm                                                 Ps. 91(90) 1-2, 10-11,12-13, 14-15

Keervers
Sta mij bij, Heer, in iedere nood.

Hij die de bescherming geniet van de Allerhoogste
en die in de schaduw van de Almachtige woont,
Hij zegt tot de Heer: “Mijn toevlucht, mijn burcht,
mijn God, op wie ik vertrouw”.

Het kwaad zal u niet bereiken,
de ramp blijft ver van uw tent.
Hij heeft zijn engelen last gegeven,
op al uw wegen u te bewaken.

Zij zullen u op hun handen dragen,
geen steen zal uw voeten kwetsen.
Gij kunt op slangen en adders trappen,
leeuwen en draken trotseren.

Wie op Mij rekent zal Ik verlossen,
beschermen zal Ik wie Mij erkent.
Wanneer hij Mij aanroept zal Ik hem horen,
hem bijstaan in iedere nood,
hem redden en aanzien schenken.

TWEEDE LEZING                                     Rom. 10, 8-13

De geloofsbelijdenis van wie in christus gelooft.

Uit de brief van de heilige apostel Paulus aan de christenen van
Rome

Broeders en zusters,

Dit zegt de Schrift:
“Het woord is vlakbij,
het is in uw mond,
het is in uw hart”,
het woord namelijk van het geloof dat wij verkondigen.
Want als uw mond belijdt dat jezus de Heer is,
en als uw hart gelooft
dat God Hem van de doden heeft opgewekt,
zult gij gered worden.
Het geloof van uw hart brengt de gerechtigheid
en de belijdenis van uw mond brengt het heil.
Zo zegt het de Schrift:
“Niemand die in Hem gelooft, zal worden teleurgesteld.”

Er bestaat geen verschil tussen jood en heiden.
Zij hebben allen dezelfde Heer,
rijk aan gaven voor allen die hem aanroepen.
Want al wie de naam van de Heer aanroept,
zal gered worden.

Vers voor het evangelie                                     Mt. 4, 4b

Lof en eer zij U, Heer Jezus.
Niet van brood alleen leeft de mens
maar van ieder woord dat uit de mond van God voortkomt.
Lof en eer zij U, Heer Jezus.

EVANGELIE                                                    Lc. 4, 1-13

Hij werd door de Geest naar de woestijn gevoerd en op de proef gesteld.

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens
Lucas

In die tijd ging Jezus vervuld van de heilige Geest,
weg van de Jordaan.
Hij werd door de Geest naar de woestijn gevoerd,
waar Hij veertig dagen verbleef
en door de duivel op de proef werd gesteld.
Gedurende die dagen at Hij niets
en toen ze voorbij waren, kreeg Hij honger.

De duivel nu zei tegen Hem:
“Als Gij de Zoon van God zijt,
beveel dan aan die steen daar dat hij in brood verandert.”
Jezus gaf hem ten antwoord:
“Er staat geschreven:
De mens leeft niet van brood alleen.”

Daarop voerde de duivel Hem omhoog
en toonde Hem in een oogwenk alle koninkrijken van de wereld.
En de duivel sprak tot Hem:
“Ik zal U alle macht geven over deze heerlijke gebieden
want ze zijn mij geschonken,
en ik geef ze aan wie ik wil.
“Als Gij dus in aanbidding voor mij neervalt,
zal dat alles van U zijn.”
Toen antwoordde Jezus hem:
“Er staat geschreven:
De Heer uw God zult gij aanbidden en Hem alleen dienen.”
Daarna bracht de duivel Hem naar Jeruzalem,
plaatste Hem op de bovenbouw van een tempelpoort
en sprak tot Hem:
“Als Gij de Zoon van God zijt,
werp U dan vanaf deze plaats naar beneden;
want er staat geschreven:
Aan zijn engelen zal Hij omtrent U het bevel geven
U te beschermen
en zij zullen U op de handen nemen
opdat Ge uw voet niet zult stoten aan een steen.”
Maar Jezus gaf hem ten antwoord:
“Er is gezegd:
Gij zult de Heer, uw God, niet op de proef stellen.”

Toen gaf de duivel al zijn pogingen om Hem te verleiden op
en hij verwijderde zich van Hem tot de vastgestelde tijd.

De bijbeltekst in deze uitgave is ontleend aan De Nieuwe Bijbelvertaling, © Nederlands Bijbelgenootschap 2004/2007.
Overwegingen uit Liturgische suggesties voor de zondagen.