Donderdag van de tweede week in de veertigdagentijd

Inleiding

Gevolg gevend aan de Apostolische exhortatie Evangelii Gaudium van Paus Franciscus, wil deze inleiding U deelgenoot maken aan de vreugde van het evangelie. Iedereen, niemand uitgezonderd, kan die vreugde ervaren door zijn hart open te stellen voor de genezende werking van Gods woord.

Het evangelie is eerst en vooral een uitnodiging om een antwoord te geven aan God die ons liefheeft en redt, door Hem te erkennen in de ander en door uit onszelf te treden om het goede te zoeken voor allen. Het evangelie reikt die eenheid en volheid van het menselijk leven aan, die de beste remedie is tegen alle vormen van kwaad.

Langs deze elektronische weg wordt U uitgenodigd om dagelijks het evangelie te lezen en even na te denken over de betekenis voor uw leven. Het is vanaf 8 uur ‘s morgens steeds ter beschikking.

Overweging
Zowel de eerste lezing, de tussenzang als het evangelie spreekt over twee wegen. Jeremia vergelijkt de dorre woestijnboom met de groene boom aan het water. Zo staat de mens die alles verwacht van aardse rijkdom, tegenover de mens die op God vertrouwt. Psalm 1 gebruikt analoge beelden, en het evangelie draagt die tegenstelling over op de rijke vrek en de arme Lazarus. Ook daar is het volledig vertrouwen op aardse rijkdom een vorm van zelfbedrog: het is schijngeluk en biedt valse zekerheid. Hebben wij voldoende aandacht – niet alleen voor de kloof tussen rijk en arm – maar voor de arme vlak bij onze deur ? Die aandacht komt automatisch wanneer we in het gelaat van wie wij ontmoeten, de Christus herkennen. Waar hebben wij Hem ontmoet, de laatste dagen?

EERSTE LEZING                  Jer. 17, 5-10

Vervloekt is hij die op mensen vertrouwt ; gezegend is hij die op de Heer vertrouwt.

Uit de Profeet Jeremia

Dit zegt God de Heer :
“Vervloekt is hij die op mensen vertrouwt,
die steunt op een schepsel en zich afkeert van de Heer.
“Hij is een kale struik in de steppe,
nooit krijgt hij regen.
“Hij staat op dorre woestijngrond,
in een onvruchtbaar, verlaten gebied.
“Gezegent is hij die op de Heer vertrouwt,
en zich veilig weet bij Hem.
“Hij is een boom aan een rivier,
de wortels tot in het water.
“Hij heeft geen last van de hitte,
zijn bladeren blijven groen.
“Een tijd van droogte deert hem niet,
hij blijft altijd vrucht dragen.
“Niets is zo onbetrouwbaar als het hart,
onverbeterlijk is het, wie kan het peilen ?
“Ik, God de Heer, doorgrond hart en nieren,
Ik vergeld ieder naar zijn gedrag,
naar de vrucht van zijn werk.”

TUSSENZANG                      Ps. 1, 1-2, 3, 4, 6

Gelukkig is de man,
die op de Heer zijn hoop stelt (Ps. 40 (39), 5a)

Gelukkig de man die weigert te doen
wat goddelozen hem raden ;
die niet de wegen der zondaars gaat,
niet zit te midden der spotters.

Hij is als een boom, aan het water geplant,
die vruchten draagt op zijn tijd ;
des zomers verdorren zijn bladeren niet,
maar al wat hij doet brengt hem voorspoed.

De goddelozen vergaat het zo niet :
de wind blaast hen weg als kaf.
De Heer immers let opde weg der gerechten,
de weg van de zondaars loopt dood.

VERS VOOR HET EVANGELIE        Ps. 130(129), 5 en 7

Op de Heer stel ik mijn hoop,
op zijn woord vertrouw ik ;
want de Heer is steeds barmhartig,
zijn genade onbeperkt.

EVANGELIE                             Lc. 16, 19-31
Gij hebt uw deel van het goede gekregen en Lazarus viel het kwade ten deel.
Nu ondervindt hij vertroosting en wordt gij gefolterd.

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Lucas

In die tijd zei Jezus tot de Farizeeën :
“Er was eens een rijk man
die in purper en fijn linnen gekleed ging
en iedere dag uitbundig feest vierde,
terwijl een arme, die Lazarus heette,
met zweren overdekt voor de poort lag.
“Hij verlangde er naar zijn honger te stillen
met wat bij de rijkaard van de tafel viel.
“maar er kwamen alleen honden die zijn zweren likten.
“Nu gebeurde het dat de arme stierf
en door de engelen in de schoot van Abraham werd gedragen.
“De rijke stierf ook en kreeg een eervolle begrafenis.
sloeg hij zijn ogen op en zag van verre Abraham
en Lazarus in diens schoot.
“Toen riep hij uit :
Vader Abraham, ontferm u over mij
en geef Lazarus opdracht de top van zijn vinger in water te dopen
en mijn tong daarmee te komen verfrissen,
want ik word door de vlammen hier gefolterd.
“Maar Abraham antwoordde :
Mijn zoon, herinner u hoe gij tijdens uw leven
uw deel van het goede hebt gekregen
en hoe op gelijke manier aan Lazarus het kwade ten deel viel ;
daarom ondervindt hij nu hier de vertroosting
maar wordt gij gefolterd.
Daarenboven gaapt er tussen ons en u voorgoed een wijde kloof,
zodat er geen mogelijkheid bestaat,
– zelfs als men het zou willen –
van hier naar u te gaan noch van daar naar ons te komen.
“De rijke zei :
Dan vraag ik u, vader Abraham,
dat gij hem naar het huis van mijn vader wilt sturen,
want ik heb nog vijf broers ;
laat hij hen waarschuwen
opdat zij niet eveneens
in deze plaats van pijniging terecht komen.
“Maar Abraham sprak :
Zij hebben Mozes en de profeten ; laat ze naar hen luisteren.
“Maar hij zei : Och neen, vader Abraham !
Maar als er een uit de doden naar hen toegaat,
zullen ze zich bekeren.
“Hij echter sprak tot hem :
Als ze naar Mozes en de profeten niet luisteren,
zullen ze zich ook niet laten overreden
als er iemand uit de doden opstaat.”

De bijbeltekst in deze uitgave is ontleend aan De Nieuwe Bijbelvertaling,©Nederlands Bijbelgenootschap 2004/2007.
Overwegingen uit Liturgische suggesties voor de weekdagen.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s