Inleiding

Gevolg gevend aan de Apostolische exhortatie Evangelii Gaudium van Paus Franciscus, wil deze inleiding U deelgenoot maken aan de vreugde van het evangelie. Iedereen, niemand uitgezonderd, kan die vreugde ervaren door zijn hart open te stellen voor de genezende werking van Gods woord.

Het evangelie is eerst en vooral een uitnodiging om een antwoord te geven aan God die ons liefheeft en redt, door Hem te erkennen in de ander en door uit onszelf te treden om het goede te zoeken voor allen. Het evangelie reikt die eenheid en volheid van het menselijk leven aan, die de beste remedie is tegen alle vormen van kwaad.

Langs deze elektronische weg wordt U uitgenodigd om dagelijks het evangelie te lezen en even na te denken over de betekenis voor uw leven. Het is vanaf 8 uur ‘s morgens steeds ter beschikking.

Openingswoord
Vandaag zetten we, samen met Mozes en Jezus,
onze tocht naar Pasen verder.
We zijn ook verbonden met de heilige Oscar Romero,
aartsbisschop van El Salvador,
die vandaag 39 jaar geleden werd doodgeschoten
omdat hij deelde in Gods zorg voor zijn onderdrukte volk.
Laten we zoals Romero luisteren naar God
die ons in zijn barmhartigheid bij onze naam roept
en vraagt om zijn ambitie te delen.
Laten we onszelf toevertrouwen aan zijn barmhartigheid.

EERSTE LEZING                                            Ex. 3, 1-8a.13-15

Hij die is, zendt mij tot u.

Uit het boek Exodus

In die dagen
hoedde mozes de kudde van zijn schoonvader Jitro,
de priester van Midjan.
Eens dreef hij de kudde tot ver in de woestijn
en kwam bij de berg van God, de Horeb.
Toen verscheen hem de engel van de Heer
in een vuur dat opvlamde uit een doornstruik.
Mozes keek toe
en zag dat de doornstruik in lichterlaaie stond
en toch niet verbrandde.
Hij dacht:
Ik ga eropaf om dat vreemde verschijnsel te onderzoeken.
Hoe komt het dat die doornstruik niet verbrandt?
De Heer zag hem naderbij komen om te kijken.
En vanuit de doornstruik riep God hem toe:
“Mozes.”

“Hier ben ik”, antwoordde hij.

Toen sprak de heer:
“Kom niet dichterbij, doe uw sandalen uit,
want de plaats waar gij staat, is heilige grond.”
En Hij vervolgde: “Ik ben de God van uw vader,
de God van Abraham, de God van Isaäk en de God van Jakob.”

Toen bedekte Mozes zijn gezicht
want hij durfde niet naar God op te zien.

De Heer sprak:
“Ik heb de ellende van mijn volk in Egypte gezien,
de jammerklachten om zijn onderdrukkers gehoord;
ja, Ik ken zijn lijden.
“Ik daal af om mijn volk te bevrijden uit de macht van Egypte.”
Maar Mozes sprak opnieuw tot God:
“Als ik nu bij de israëlieten kom en hun zeg:
De God van uw vaderen zendt mij tot u,
en zij vragen: Hoe is zijn naam?
wat moet ik dan antwoorden?”

Toen sprak God tot Mozes:
“Ik ben die is.”
En ook: “Dit moet gij de Israëlieten zeggen:
Hij die is, zendt mij tot u.”
Bovendien zei God tot Mozes:
“Dit moet ge de Israëlieten zeggen:
de Heer, de God van uw vaderen,
de God van Abraham, de God van Isaäk en de God van Jakob,
zendt mij tot u.
“Dit is mijn naam voor altijd.
“Zo moet men Mij aanspreken, alle geslachten door.”

Antwoordpsalm                                       Ps. 103(102), 1-2, 3-4, 6-7, 8en 11

Keervers
De Heer is barmhartig en welgezind.

Verheerlijk, mijn ziel, de Heer,
zijn heilige Naam uit het diepst van uw wezen!
Verheerlijk, mijn ziel, de Heer,
vergeet zijn weldaden niet!

Hij is het die u uw schulden vergeeft,
die u geneest van uw kwalen.
Hij is het die u van de ondergang redt,
die u omringt met zijn gunst en erbarmen.

De Heer is rechtvaardig in al wat Hij doet,
Hij laat de verdrukten recht wedervaren.
Hij maakte aan Mozes zijn wegen bekend,
Hij toonde zijn werken aan Israëls volk.

De Heer is barmhartig en welgezind,
lankmoedig en goedertieren.
Zo wijd als de hemel de aarde omspant,
zo alomvattend is zijn erbarmen.

TWEEDE LEZING                                                 1 Kor. 10, 1-6.10-12

De gebeurtenissen met Mozes en het volk in de woestijn zijn opgeschreven als een les voor ons.

Uit de eerste brief van de heilige apostel Paulus aan de christenen
van Korinte

Broeders en zusters,

Gij moet weten
dat onze vaderen wel allen onder de wolk zijn geweest,
allen door de Zee zijn getrokken,
allen zijn zij door wolk en zee in Mozes gedoopt,
allen aten zij hetzelfde geestelijk voedsel,
allen dronken dezelfde geestelijke drank
– want zij dronken uit de geestelijke rots die met hen meeging
en die rots was Christus –
maar in de meesten van hen heeft God geen welbehagen gehad;
immers: zij werden neergeveld in de woestijn.

Deze gebeurtenissen zijn een les voor ons
opdat wij niet zoals zij slechte dingen zouden begeren.
Mort ook niet tegen god, zoals sommigen onder hen:
zij zijn gedood door de verderver.
Wat hun overkwam, had een diepe zin
en het werd te boek gesteld als een waarschuwing voor ons,
tot wie het einde der tijden gekomen is.
Daarom, wie meent te staan,
moet oppassen dat hij niet valt.

Vers voor het evangelie                                                Mt. 4,17

lof en eer zij U, Heer Jezus.
Bekeert u, zegt de Heer,
want het Rijk der hemelen is nabij.
Lof en eer zij U, Heer Jezus.

EVANGELIE                                                Lc. 13, 1-9

Als gij u niet bekeert, 
zult ge allen op een dergelijke manier omkomen.

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens
Lucas

In die tijd waren er bij Jezus enkele mensen
die Hem vertelden wat er gebeurd was met de Galileeërs,
van wie Pilatus het bloed
met dat van hun offerdieren vermengd had.
Daarop zei Jezus :
“Denkt ge, dat onder alle Galileeërs
alleen deze mensen zondaars waren,
omdat zij dat lot ondergaan hebben?
“Volstrekt niet, zeg Ik u.
“Maar als gij u niet bekeert,
zult ge allen op een dergelijke manier omkomen.
“Of de achttien die gedood werden
doordat de toren bij de Silóam op hen viel :
denkt ge dat die alleen schuldig waren
onder alle mensen die in Jeruzalem woonden ?
“Volstrekt niet, zeg Ik u.
“Maar als gij niet tot bekering komt
zult ge allen op eenzelfde wijze omkomen.”

Toen vertelde Hij deze gelijkenis :
“Iemand had een vijgeboom die in zijn wijngaard geplant stond ;
hij kwam zoeken of er vrucht aan zat, maar vond niets.
“Toen zei hij tot de wijngaardenier :
Al sinds drie jaar kom ik aan deze vijgeboom vruchten zoeken
maar ik vind er geen.
“Hak hem om ! Waartoe put hij nog de grond uit ?
“Maar de man gaf hem ten antwoord :
Heer, laat hem dit jaar nog staan ;
laat mij eerst de grond er omheen omspitten
en er mest op brengen.
“Misschien draagt hij het volgend jaar vrucht ;
zo niet, dan kunt ge hem omhakken.”

De bijbeltekst in deze uitgave is ontleend aan De Nieuwe Bijbelvertaling, ©Nederlands Bijbelgenootschap 2004/2007.
Overwegingen uit Liturgische suggesties voor de weekdagen.