Inleiding

Gevolg gevend aan de Apostolische exhortatie Evangelii Gaudium van Paus Franciscus, wil deze inleiding U deelgenoot maken aan de vreugde van het evangelie. Iedereen, niemand uitgezonderd, kan die vreugde ervaren door zijn hart open te stellen voor de genezende werking van Gods woord.

Het evangelie is eerst en vooral een uitnodiging om een antwoord te geven aan God die ons liefheeft en redt, door Hem te erkennen in de ander en door uit onszelf te treden om het goede te zoeken voor allen. Het evangelie reikt die eenheid en volheid van het menselijk leven aan, die de beste remedie is tegen alle vormen van kwaad.

Langs deze elektronische weg wordt U uitgenodigd om dagelijks het evangelie te lezen en even na te denken over de betekenis voor uw leven. Het is vanaf 8 uur ‘s morgens steeds ter beschikking.

Overweging
De passage van het bezoek van de engel Gabriël aan Maria vertoont alle kenmerken van een roepingsverhaal. Het initiatief komt van Godswege; er is een begroeting met de belofte van Gods nabijheid; Maria krijgt eigenlijk een nieuwe naam die haar zending uitdrukt: “de Begenadigde”. In Christus zal God ons vrij maken van zonde, en zullen wij deel krijgen aan de heerlijkheid van zijn goddelijk leven. De echte vrijheid is het ja van Maria. Kunnen wij ons met eenzelfde ja overgeven aan de boodschap van Jezus ?

EERSTE LEZING                                            Jes. 7,10-14

Zie, de maagd zal ontvangen.

Uit de Profeet Jesaja

In die dagen sprak Jesaja tot Achaz :
“Vraag de Heer, uw God, om een teken,
hetzij hoog aan de hemel of diep in de hel.”
Maar Achaz antwoordde :
“Ik vraag niet om een teken ;
ik wil de Heer niet op de proef stellen.”
En Jesaja sprak :
“Luister dan, Huis van David,
is het u niet genoeg mensen te ergeren,
dat gij ook mijn God tot ergernis wilt zijn ?
“Daarom geeft de Heer u ook ongevraagd een teken :
Zie, de maagd zal ontvangen en een zoon baren,
en zij zal hem noemen ‘Immanuël’ : ‘God-met-ons’.”

TUSSENZANG                                    Ps. 40(39), 7-8, 9, 10, 11

Ja, ik kom, Heer, om uw wil te doen.

Geschenk en offerande hebt Gij nooit verlangd,
maar wel hebt Gij mijn oren voor uw stem geopend.
Gij vraagt geen brandoffer, geen zoenoffer van mij ;
dus zei ik : ja, ik kom, zoals van mij geschreven staat.

Uw wil te doen, mijn God, dat is mijn vreugde,
uw wet is in mijn hart gegrift.
In de bijeenkomsten heb ik gerechtigheid gepredikt,
mijn lippen niet gesloten, Heer, Gij weet het.

Ik hield uw weldaden niet in mijn hart verborgen,
uw trouw, uw bijstand maakte ik bekend.
Uw gunsten heb ik niet geheim gehouden,
noch uw getrouwheid, voor de mensen om mij heen.

TWEEDE LEZING                                                Hebr. 10, 4-10

In de boekrol staat er over mij geschreven :
Ik ben gekomen, o God, om uw wil te doen.

Uit de brief aan de Hebreeën

Broeders en zusters,

Het is uitgesloten
dat het bloed van stieren en bokken zonden zou wegnemen.
Daarom zegt Christus dan ook, als Hij in de wereld komt :
“Slachtoffers en gaven hebt Gij niet gewild,
maar Gij hebt voor mij een lichaam bereid.
“Brandoffers en zoenoffers konden U niet behagen.
“Toen zei ik :
Hier ben ik.
“Zoals er in de boekrol over mij geschreven staat :
Ik ben gekomen, o God, om uw wil te doen.”
Eerst zegt Hij :
“Slachtoffers en gaven,
brandoffers en zoenoffers hebt Gij niet gewild ;
die konden U niet behagen
hoewel de wet voorschrijft dat ze gebracht moeten worden.”
En dan zegt Hij :
“Hier ben ik,
ik ben gekomen om uw wil te doen.”
Hij schaft dus het eerste af om het tweede te laten gelden.
Door die wil zijn wij geheiligd, eens voor al,
door het offer van het lichaam van Jezus Christus.

VERS VOOR HET EVANGELIE                                Joh. 1, 14ab

(Alleluia.)
Het Woord is vlees geworden
en het heeft onder ons gewoond.
En wij hebben zijn heerlijkheid aanschouwd.
(Alleluia.)

EVANGELIE                                                       Lc. 1, 26-38

Gij zult zwanger worden en een zoon ter wereld brengen.

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Lucas

In die tijd
werd de engel Gabriël van Godswege gezonden
naar een stad in Galilea, Nazaret,
tot een maagd die verloofd was met een man die Jozef heette,
uit het huis van David ;
de naam van de maagd was Maria.
Hij trad bij haar binnen en sprak :
“Verrheug u, Begenadigde, de Heer is met u,
Gij zijt de gezegende onder de vrouwen.”
Zij schrok van dat woord
en vroeg zich af wat die groet toch wel kon betekenen.
Maar de engel zei tot haar :
“Vrees niet, Maria, want gij hebt genade gevonden bij God.
“Zie, gij zult zwanger worden en een zoon ter wereld brengen
en gij moet Hem de naam Jezus geven.
“Hij zal groot zijn
en Zoon van de Allerhoogste genoemd worden.
“God de Heer zal Hem de troon van zijn vader David schenken
en Hij zal in eeuwigheid koning zijn over het huis van Jakob
en aan zijn koningschap zal nooit een einde komen.”
Maria echter sprak tot de engel :
“Hoe zal dit geschieden daar ik geen man beken ?”
Hierop gaf de engel haar ten antwoord :
“De heilige Geest zal over u komen
en de kracht van de Allerhoogste zal u overschaduwen ;
daarom ook zal wat ter wereld wordt gebracht,
heilig genoemd worden, Zoon van God.
“Weet dat zelfs Elisabeth, uw bloedverwante,
in haarouderdom een zoon heeft ontvangen
en, ofschoon zij onvruchtbaar heette,
is zij nu in haar zesde maand ;
want voor God is niets onmogelijk.”
Nu zei Maria :
“Zie de dienstmaagd des Heren ;
mij geschiede naar uw woord.”
En de engel ging van haar heen.

De bijbeltekst in deze uitgave is ontleend aan De Nieuwe Bijbelvertaling, © Nederlands Bijbelgenootschap 2004/2007.
Overwegingen uit Liturgische suggesties voor de weekdagen.