Maandag van de vierde week in de veertigdagentijd

Inleiding

Gevolg gevend aan de Apostolische exhortatie Evangelii Gaudium van Paus Franciscus, wil deze inleiding U deelgenoot maken aan de vreugde van het evangelie. Iedereen, niemand uitgezonderd, kan die vreugde ervaren door zijn hart open te stellen voor de genezende werking van Gods woord.

Het evangelie is eerst en vooral een uitnodiging om een antwoord te geven aan God die ons liefheeft en redt, door Hem te erkennen in de ander en door uit onszelf te treden om het goede te zoeken voor allen. Het evangelie reikt die eenheid en volheid van het menselijk leven aan, die de beste remedie is tegen alle vormen van kwaad.

Langs deze elektronische weg wordt U uitgenodigd om dagelijks het evangelie te lezen en even na te denken over de betekenis voor uw leven. Het is vanaf 8 uur ‘s morgens steeds ter beschikking.

Overweging
Vandaag breekt de tijd van Johannes aan, voor vele weken. we beluisteren een typisch Johanneïsch verhaal met een dubbele bodem: de genezing van een zieke. De fysische genezing verwijst naar het diepere, het geestelijke. Geloof wekt leven, maar niet alleen lichamelijk, ook geestelijk: het schenkt het onvergankelijke leven. In vers 48 wordt duidelijk dat Jezus elke sensatie rond zijn optreden afwijst. Sensatie leidt niet tot geloof. Zucht naar wonderen is niet gezond. Echt geloof schouwt doorheen het teken naar het diepste niveau: wie is Jezus ten diepste? Het gelovig antwoord luidt: de gezondene, de Zoon van de Vader.
Wie is Hij ten diepste voor mij?

EERSTE LEZING                                            Jes. 65, 17-21

Het geluid van geween, het geluid van geschrei worden nooit meer gehoord.

Uit de Profeet Jesaja

Zo spreekt de Heer :
“In die dagen ga Ik scheppen
een nieuwe hemel
en een nieuwe aarde.
“Aan wat vroeger geweest is
wordt dan niet meer gedacht
en het komt in het hart niet meer op,
maar gij zult verrukt zijn en juichen,
altijd door, om wat Ik dan schep.
“Want Ik maak van Jeruzalem een verrukking
en een heerlijkheid van zijn volk.
“Ik zal om Jeruzalem verrukt zijn
en opgetogen over mijn volk.
“Het geluid van geween, het geluid van geschrei
worden daar nooit meer gehoord.
“Daar zal geen kind meer zijn,
dat na weinige dagen sterft,
en er zal geen grijsaard meer zijn,
die zijn dagen niet vol zal maken.
“Want men sterft daar jong,
ook al wordt met honderd jaar,
en wie er de honderd niet haalt,
hij zal een vervloekte zijn.
“Dan bouwen zij huizen en gaan erin wonen,
zij planten wijnstokken en eten hun vruchten.”
Zo spreekt de almachtige Heer.

TUSSENZANG                                Ps. 30(29), 2, 4, 5-6, 11-12a, 13b

U zal ik loven, Heer, want Gij hebt mij bevrijd,
Gij hebt mijn vijanden niet laten zegevieren.
Heer, uit het dodenrijk hebt Gij mijn ziel verlost,
Gij hebt mij losgemaakt van die ten grave dalen.

Bezingt de Heer dan met mij, al zijn vromen,
en dankt zijn Naam die hoogverheven is.
Zijn toorn duurt kort, maar zijn genade levenslang,
de avond brengt geween, de ochtend blijdschap.

Heer, luister en ontferm U over mij,
mijn God, sta mij terzijde met uw hulp.
Gij hebt mijn rouwklacht in een vreugdedans veranderd,
U zal ik loven, Heer mijn God, in eeuwigheid.

VERS VOOR HET EVANGELIE                                         Joh. 3, 16

Zozeer heeft God de wereld liefgehad
dat Hij zijn eniggeboren Zoon heeft gegeven,
opdat alwie in Hem gelooft niet verloren zal gaan.

EVANGELIE                                                            Joh. 4, 43-54

Ga, uw zoon leeft.

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens
Johannes

In die tijd verliet Jezus Samaria en ging naar Galilea.
Hijzelf had verklaard
dat een profeet in zijn eigen vaderstad niet in aanzien is.
Toen Hij nu in Galilea kwam,
ontvingen de Galileeërs Hem welwillend,
omdat zij alles hadden gezien
wat Hij te Jeruzalem op het feest had gedaan.
Zij waren immers zelf ook op het feest geweest.
Zo kwam Hij dan wederom te Kana in Galilea
waar Hij van het water wijn had gemaakt.
Daar bevond zich een koninklijke beambte
wiens zoon te Kafárnaüm ziek lag.
Toen hij hoorde dat Jezus uit Judea naar Galilea was gekomen
ging hij naar Hem toe en verzocht Hem
dat Hij mee zou komen om zijn zoon te genezen,
want deze lag op sterven.
“Als gij geen wondertekenen ziet,
– zei Jezus tot hem –
dan gelooft gij niet.”
Daarop zei de hofbeambte :
“Heer, kom toch
eer mijn kind sterft !”
Jezus antwoordde :
“Ga maar, uw zoon leeft.”
De man geloofde wat Jezus hem zei en ging heen.
Zijn dienaars kwamen hem onderweg reeds tegemoet
met de boodschap dat zijn kind leefde.
Hij vroeg hun naar het uur waarop de beterschap was ingetreden
en zij zeiden hem :
“Gisteren, op het zevende uur is de koorts van hem geweken.”
Toen besefte de vader
dat het gebeurd was juist op het uur waarop Jezus gezegd had :
Uw zoon leeft.
Hijzelf en heel zijn gezin geloofden.

Dit tweede teken deed Jezus
nadat Hij uit Judea naar Galilea gekomen was.

De bijbeltekst in deze uitgave is ontleend aan De Nieuwe Bijbelvertaling, ©Nederlands Bijbelgenootschap 2004/2007.
Overwegingen uit Liturgische suggesties voor de weekdagen.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s