Inleiding

Gevolg gevend aan de Apostolische exhortatie Evangelii Gaudium van Paus Franciscus, wil deze inleiding U deelgenoot maken aan de vreugde van het evangelie. Iedereen, niemand uitgezonderd, kan die vreugde ervaren door zijn hart open te stellen voor de genezende werking van Gods woord.

Het evangelie is eerst en vooral een uitnodiging om een antwoord te geven aan God die ons liefheeft en redt, door Hem te erkennen in de ander en door uit onszelf te treden om het goede te zoeken voor allen. Het evangelie reikt die eenheid en volheid van het menselijk leven aan, die de beste remedie is tegen alle vormen van kwaad.

Langs deze elektronische weg wordt U uitgenodigd om dagelijks het evangelie te lezen en even na te denken over de betekenis voor uw leven. Het is vanaf 8 uur ‘s morgens steeds ter beschikking.

Overweging

Jezus’ rede loopt door. Men kan zich openstellen voor Jezus’ boodschap. Men kan er zich ook voor afsluiten. Vanuit louter menselijk standpunt heeft het getuigenis van Jezus over zichzelf geen enkele waarde. Toch is het normaal dat een profeet of een Messias gelegitimeerd wordt. Dit gebeurt dan ook door verschillende getuigen: er is het getuigenis van Johannes, er is het getuigenis van de werken – dat nog veel groter is – en,  het belangrijkst, waarin de Vader zelf spreekt.  Ten slotte is er ook het getuigenis van Mozes in de Schrift.

EERSTE LEZING                                           Ex. 32, 7-14
Zie af, Heer, van het onheil waarmee Gij uw volk bedreigt.

Uit het Boek Exodus

In die tijd sprak de Heer tot Mozes :
“Ga naar beneden, want het volk dat gij uit Egypte hebt geleid
is tot zonde vervallen.
“Ze zijn nu al afgeweken
van de weg die Ik hun had voorgeschreven :
ze hebben een stierebeeld gemaakt,
ze buigen zich daarvoor neer,
ze dragen er offers voor op en schreeuwen :
Israël, dit is de god die u uit Egypte heeft geleid.”
Ook sprak de Heer tot Mozes :
“Ik zie nu hoe halsstarrig dit volk is.
“Laat Mij begaan,
dan kan Ik hen in mijn brandende toorn vernietigen.
“Maar van u zal Ik een groot volk maken.”
Mozes trachtte de Heer, zijn God, gunstig te stemmen en vroeg:
“Waarom Heer, uw toorn laten woeden tegen het volk
dat Gij met grote kracht en sterke hand uit Egypte hebt geleid ?
“Waarom de Egyptenaren laten honen :
Hij heeft ze laten gaan
met de boze opzet ze in de bergen te laten omkomen
en ze van de aarde weg te vagen ?
“Laat toch uw toorn niet langer tegen hen woeden.
“Zie af van het onheil waarmee Gij uw volk bedreigt.
“Denk aan uw dienaren Abraham, Isaäk en Israël,
aan wie Gij onder ede beloofd hebt :
Ik zal uw nageslacht talrijk maken als sterren aan de hemel,
en heel het land waarover Ik heb gesproken,
zal Ik uw nakomelingen voor altijd in bezit geven.
“Het zal voor eeuwig hun erfdeel zijn.”
Toen zag de Heer af
van het onheil waarmee Hij zijn volk had bedreigd.

TUSSENZANG                                       Ps. 106(105), 19-20, 21-22, 23

Vergeet mij niet, Heer, die uw volk welgezind zijt.

Zij maakten een heilig kalf bij de Horeb
en wierpen zich neer voor een gietsel van goud.
Hun Glorie ruilden zij tegen een afgod,
het beeld van een grasetend rund.

Zij waren vergeten dat God hen gered had,
Hij die in Egypte zijn macht had getoond ;
die wonderdaden verricht had in Cham
en bij de Rietzee verbazende dingen.

Hij dacht er al aan hen los te laten
toen Mozes, zijn vriend, tussenbeide kwam.
Die pleitte voor hen om hen niet te verdelgen
en wendde Gods toorn van hen af.

VERS VOOR HET EVANGELIE                              Mt. 4,17

Bekeert u, zegt de Heer,
want het Rijk der hemelen is nabij.

EVANGELIE                       Joh. 5, 31-47

Mozes, op wie gij uw hoop hebt gesteld, is het die u aanklaagt.

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Johannes

In die tijd sprak Jezus tot de Joden :
“Als Ik over Mijzelf getuig,
dan heeft mijn getuigenis geen waarde.
“Er is een Ander die over Mij getuigt,
en Ik weet
dat de getuigenis die Hij over Mij aflegt geloofwaardig is.
“Gij hebt een gezantschap naar Johannes gestuurd
en deze heeft getuigd voor de waarheid.
“Weliswaar behoef Ik de getuigenis van een mens niet,
maar Ik zeg dit
opdat gij gered zult worden.
“Hij was de lamp, ontstoken om te verlichten,
en een korte tijd hebt gij u in zijn licht willen verheugen.
“De getuigenis echter die Ik bezit
is waardevoller dan die van Johannes :
want het zijn juist de werken
die de Vader Mij gegeven heeft om te volbrengen
en die Ik ook volbreng,
die van Mij getuigen, dat Ik door de Vader gezonden ben.
“Ook de Vader zelf die Mij zond
heeft getuigenis over Mij afgelegd.
“Zijn stem hebt gij nimmer gehoord noch zijn gestalte gezien,
en zijn woord hebt gij niet blijvend in u
omdat gij Degene die Hij zond niet gelooft.
“Gij onderzoekt de Schriften
in de mening daarin eeuwig leven te vinden,
maar juist deze getuigen over Mij.
“En toch wilt gij niet tot Mij komen
om het leven te vinden.
“Ik zoek niet door de mensen geëerd te worden,
maar Ik weet
dat gij in uw hart geen liefde tot God hebt.
“Ik ben gekomen in de naam van mijn Vader
en toch aanvaardt gij Mij niet.
“Komt een ander in zijn eigen naam
dan zult gij hem wel aanvaarden.
“Maar hoe zoudt gij ook kunnen geloven
als gij van elkaar eer tracht te verwerven,
terwijl gij de eer die van de enige God komt niet zoekt ?
“Meent niet, dat Ik u bij de Vader zal aanklagen.
“Er is al iemand die u aanklaagt :
Mozes, op wie gij uw hoop hebt gesteld.
“Want als ge Mozes zoudt geloven
zoudt ge ook Mij geloven,
want juist over Mij heeft hij geschreven.
“Als ge niet gelooft wat hij schreef
hoe zoudt ge dan geloven wat Ik spreek ?”

De bijbeltekst in deze uitgave is ontleend aan De Nieuwe Bijbelvertaling, © Nederlands Bijbelgenootschap 2004/2007.
Overwegingen uit Liturgische suggesties voor de weekdagen.