Inleiding

Gevolg gevend aan de Apostolische exhortatie Evangelii Gaudium van Paus Franciscus, wil deze inleiding U deelgenoot maken aan de vreugde van het evangelie. Iedereen, niemand uitgezonderd, kan die vreugde ervaren door zijn hart open te stellen voor de genezende werking van Gods woord.

Het evangelie is eerst en vooral een uitnodiging om een antwoord te geven aan God die ons liefheeft en redt, door Hem te erkennen in de ander en door uit onszelf te treden om het goede te zoeken voor allen. Het evangelie reikt die eenheid en volheid van het menselijk leven aan, die de beste remedie is tegen alle vormen van kwaad.

Langs deze elektronische weg wordt U uitgenodigd om dagelijks het evangelie te lezen en even na te denken over de betekenis voor uw leven. Het is vanaf 8 uur ‘s morgens steeds ter beschikking.

Openingswoord
De veertigdagentijd vordert.
Onze tocht naar Pasen laat vandaag
een aantrekkelijk vergezicht zien:
‘Zie, iets nieuws zal Ik beginnen…
Het is al begonnen. Zie je het niet?’
Voor de vrouw in het evangelie wordt dat ‘nieuwe’
erg concreet en voelbaar duidelijk:
‘Ik veroordeel je niet’, zegt Jezus.
Ook wij worden uitgenodigd
om open te staan voor Gods aanwezigheid
die ons nieuw maakt:
Hij leidt ons op een weg ten leven
en vraagt dat wij helemaal meegaan op die weg.

EERSTE LEZING                                           Jes. 43, 16-21

Zie, Ik onderneem iets nieuws en Ik zal mijn volk te drinken geven.

Uit de profeet Jesaja

Zo spreekt de heer
die door de zee een weg legt,
een baan door de onstuimige golven;
en die wagen en paard daarover laat gaan,
leger en strijdmacht, gesloten aaneen;
– maar nu liggen zij neer, staan niet meer op,
uitgeblust zijn ze, uitgedoofd als een vlaspit.

“denk niet meer aan het verleden
en sla geen acht op wat reeds lang voorbij is:
Ik onderneem iets nieuws,
het begin is er al: ziet ge het niet?
“Een weg leg Ik door de steppe,
rivieren laat Ik stromen door de woestijn.
“De wilde dieren zullen ontzag voor Mij hebben,
de jakhalzen en de struisvogels;
want door de steppe laat Ik beken stromen,
rivieren door de woestijn,
zodat mijn uitverkoren volk zich kan laven:
en dit volk dat Ik Mij gevormd heb,
zal mijn lof verkondigen!”

Antwoordpsalm                                            Ps. 126(125) 1-2ab, 2cd-3,4-5, 6

Keervers
Geweldig was het wat de Heer ons deed.

De Heer bracht Sions ballingen terug:
het was alsof wij droomden.
Toen lachten alle monden
en juichte elke tong.

Toen zei men bij de volken:
geweldig is het wat de Heer hun deed.
Geweldig was het wat de Heer ons deed,
daarom zijn wij zo blij.

Keer nu ons lot ten goede, Heer,
zoals een beek doet in de Zuid-woestijn.
Die onder tranen zaaien,
zij oogsten met gejuich.

Vol zorgen gaan zij uit
met zaaizakken beladen;
Maar keren zingend weer,
beladen met hun schoven.

TWEEDE LEZING                                                      Fil. 3, 8-14

Om Christus heb ik alles prijsgegeven, meer op Hem lijkend in zijn sterven.

Uit de brief van de heilige apostel Paulus aan de christenen van
Filippi

Broeders en zusters,

Ik beschouw alles als verlies,
want mijn Heer Christus Jezus kennen,
gaat alles te boven.
Om Christus heb ik alles prijsgegeven
en houd ik alles voor afval
als het erom gaat Hem te winnen
en één te zijn met Hem.
Ik heb geen eigen gerechtigheid op grond van de wet;
mijn gerechtigheid komt door het geloof in Christus,
ze is een gave van God en steunt op het geloof.
Ik wil Christus kennen,
ik wil de kracht van zijn opstanding gewaarworden
en de gemeenschap met zijn lijden,
ik wil steeds meer op Hem lijken in zijn sterven
om eens te mogen komen tot de wederopstanding uit de doden.

Niet dat ik het al bereikt heb.
Ik ben nog niet volmaakt.
Maar ik streef er vurig naar het te grijpen,
gegrepen als ik ben door Christus Jezus.
Nee, vrienden, ik beeld mij niet in er al te zijn.
Alleen dit:
ik vergeet wat achter me ligt,
ik reik naar wat voor me ligt,
ik storm af op het doel:
de prijs van Gods heerlijke roeping.

Vers voor het evangelie                                  Joël 2, 12-13

Lof en eer zij U, Heer Jezus.
keert tot mij terug van ganser harte,
want Ik ben genadig en barmhartig.
Lof en eer zij U, Heer Jezus.

EVANGELIE                                                             Joh. 8, 1-11

Laat degene onder u die zonder zonden is, het eerst een steen op haar werpen.

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens
Johannes

In die tijd begaf Jezus zich naar de Olijfberg.
‘s Morgens vroeg verscheen Hij weer in de tempel
en al het volk kwam naar Hem toe.
Hij ging zitten en onderrichtte hen.
Toen brachten schriftgeleerden en Farizeeën Hem een vrouw
die op overspel was betrapt.
Zij plaatsten haar in het midden en zeiden tot Hem :
“Meester, deze vrouw
is op heterdaad betrapt terwijl ze overspel bedreef.
“Nu heeft Mozes ons in de Wet bevolen
zulke vrouwen te stenigen.
Maar Gij,
wat zegt Gij ervan?”
Dit bedoelden ze als een strikvraag
in de hoop Hem ergens van te kunnen beschuldigen.
jezus echter boog zich voorover
en schreef met zijn vinger op de grond.
Toen ze bij Hem aanhielden met vragen
richtte hij zich op en zei tot hen :
“Laat degene onder u die zonder zonden is,
het eerst een steen op haar werpen.”
Weer boog Hij zich voorover en schreef op de grond.
Toen zij dit hoorden
dropen zij een voor een af,
de oudsten het eerst,
totdat Jezus alleen achterbleef met de vrouw
die daar was blijven staan.
Nu richtte Jezus zich op en sprak tot haar :
“Vrouw, waar zijn ze gebleven ?
“Heeft niemand u veroordeeld ?”
Zij antwoordde :
“Niemand, Heer.”
Toen zei Jezus tot haar :
“Ook Ik veroordeel u niet ;
ga heen en zondig van nu af niet meer.”

De bijbeltekst in deze uitgave is ontleend aan De Nieuwe Bijbelvertaling, ©Nederlands Bijbelgenootschap 2004/2007.
Overwegingen uit Liturgische suggesties voor de weekdagen.