Inleiding

Gevolg gevend aan de Apostolische exhortatie Evangelii Gaudium van Paus Franciscus, wil deze inleiding U deelgenoot maken aan de vreugde van het evangelie. Iedereen, niemand uitgezonderd, kan die vreugde ervaren door zijn hart open te stellen voor de genezende werking van Gods woord.

Het evangelie is eerst en vooral een uitnodiging om een antwoord te geven aan God die ons liefheeft en redt, door Hem te erkennen in de ander en door uit onszelf te treden om het goede te zoeken voor allen. Het evangelie reikt die eenheid en volheid van het menselijk leven aan, die de beste remedie is tegen alle vormen van kwaad.

Langs deze elektronische weg wordt U uitgenodigd om dagelijks het evangelie te lezen en even na te denken over de betekenis voor uw leven. Het is vanaf 8 uur ‘s morgens steeds ter beschikking.

Openingswoord

‘Vrees niet, Ik ben het, de Eerste en de Laatste’.
Zo spreekt de Heer tot ons in het boek Openbaring.
Het is een geruststelling, maar ook een vraag, een oproep.
Leven wij vanuit dat besef,
dat Christus begin en einde is van ons leven,
van alles wat er is?
‘Ik was dood, en zie, Ik leef in de eeuwen der eeuwen’,
zo klinkt het verder.
Wij zijn opnieuw samengekomen op de eerste dag.
Laten wij met vreugde vieren
dat de Levende Heer ons hier laat delen
in zijn barmhartigheid en zijn vrede.

Eerste lezing                                                                   Hand. 5, 12-16

Steeds meer mensen geloofden in de Heer.

Uit de Handelingen der Apostelen 

Door de handen van de apostelen  geschiedden er vele wondertekenen onder het volk.  Allen waren eensgezind  en kwamen tezamen in de Zuilengang van Salomo.  Van de overigen durfde niemand zich bij hen te voegen,  hoezeer het volk hen ook prees.  Steeds meer geloofden er in de Heer;  mannen zowel als vrouwen  sloten zich in grote groepen bij hen aan.  Men bracht zelfs de zieken op straat;  ze werden neergelegd, de een op een bed,  de ander op een draagbaar,  in de hoop dat als Petrus voorbijging  tenminste zijn schaduw op een van hen zou vallen.  Zelfs uit de steden rondom Jeruzalem stroomden de mensen toe.  Zij brachten zieken mee  en mensen die van onreine geesten te lijden hadden,  en allen werden genezen.

Antwoordpsalm                             Ps. 118(117), 2-4, 22-24,25-27a

Keervers
Brengt dank aan de Heer, want Hij is genadig.

Alleluia, alleluia, alleluia.

Herhaalt het, stammen van Israël:
eindeloos is zijn erbarmen!
Herhaalt het, zonen van Aäron:
eindeloos is zijn erbarmen!
Herhaalt het, dienaren van de Heer,
eindeloos is zijn erbarmen!

De steen die de bouwers hebben versmaad,
die is tot hoeksteen geworden.
Het is de Heer, die dit heeft gedaan,
een wonder voor onze ogen.
Dit is de dag die de Heer heeft gemaakt,
wij zullen hem vieren in blijdschap.

Ach Heer, geef Gij ons uw heil,
ach Heer, geef Gij ons voorspoed.
Gezegend die komt met de naam van de Heer;
wij zegenen u uit het huis des Heren;
de Heer is God, Hij verlicht ons.

Tweede Lezing                                Apok.  1, 9-11a.12-13.17-19

Ik was dood, en zie, Ik leef in de eeuwen der eeuwen.

Uit het boek Openbaring van de heilige apostel Johannes

Ik, Johannes,  uw broeder en uw deelgenoot in de verdrukking  en in het koninkrijk en de verwachting van Jezus,  ik bevond mij op het eiland Patmos  omwille van het woord Gods en het getuigenis over Jezus.  Ik raakte in geestvervoering op de dag des Heren  en hoorde achter mij een stem, luid als een trompet, die riep: “Schrijf op in een boek wat gij ziet  en stuur het aan de zeven kerken.”

Ik keerde mij om om te zien wie mij had aangesproken.  En toen ik mij omkeerde zag ik zeven gouden luchters,  en tussen de luchters iemand als een Mensenzoon,  gekleed in een gewaad dat tot de voeten reikte,  het middel omgord met een gouden gordel.

Toen ik Hem zag viel ik als dood voor zijn voeten.  Maar Hij legde zijn rechterhand op mij en sprak:  “Vrees niet.  Ik ben het,  de Eerste en de Laatste,  de Levende.  Ik was dood, en zie  Ik leef in de eeuwen der eeuwen.  En Ik heb de sleutels van de dood en het dodenrijk.  Schrijft dan op wat gij gezien hebt,  én wat nu is én wat hierna geschieden zal.”

Vers voor het evangelie                                          Joh. 20,29

Alleluia
Omdat gij Mij gezien hebt, Tomas, gelooft ge,
zegt de Heer,
zalig die niet gezien en toch geloofd hebben.
Alleluia

Evangelie                                                            Joh. 20,19-31
Acht dagen later kwam Jezus.

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Johannes

Op de avond van de eerste dag van de week,  toen de deuren van de verblijfplaats der leerlingen  gesloten waren uit vrees voor de Joden,  kwam Jezus binnen,  ging in hun midden staan en zei:  “Vrede zij u.”  Na dit gezegd te hebben toonde Hij hun zijn handen en zijn zijde.  De leerlingen  waren vervuld van vreugde toen zij de Heer zagen.  Nogmaals zei Jezus tot hen:  “Vrede zij u.  Zoals de Vader Mij gezonden heeft  zo zend Ik u.”  Na deze woorden blies Hij over hen en zei:  “Ontvangt de heilige Geest.  Als gij iemand zonden vergeeft,  dan zijn ze vergeven,  en als gij ze niet vergeeft,  zijn ze niet vergeven.”

Tomas, een van de twaalf, ook Dídymus genaamd,  was echter niet bij hen toen Jezus kwam.  De andere leerlingen vertelden hem:  “Wij hebben de Heer gezien.”  Maar hij antwoordde:  “Zolang ik in zijn handen niet het teken van de nagelen zie,  en mijn vinger in de plaats van de nagelen kan steken,  en mijn hand in zijn zijde kan leggen,  zal ik zeker niet geloven.”

Acht dagen later waren zijn leerlingen weer in het huis bijeen,  en nu was Tomas erbij.  Hoewel de deuren gesloten waren kwam Jezus binnen,  ging in hun midden staan en zei:  “Vrede zij u.”  Vervolgens zei Hij tot Tomas:  “Kom hier met uw vinger en bezie mijn handen.  Steek uw hand uit en leg die in mijn zijde  en wees niet langer ongelovig maar gelovig.”  Toen riep Tomas uit:  “Mijn Heer en mijn God!”  Toen zei Jezus tot hem:  “Omdat ge Mij gezien hebt gelooft ge?Zalig die niet gezien en toch geloofd hebben.”

In het bijzijn van zijn leerlingen  heeft Jezus nog vele andere tekenen gedaan,  welke niet in dit boek zijn opgetekend,  Maar deze hier zijn opgetekend opdat gij moogt geloven  dat Jezus de Christus is,  de Zoon van God,  en opdat gij door te geloven  leven moogt in zijn Naam.

De bijbeltekst in deze uitgave is ontleend aan De Nieuwe Bijbelvertaling, © Nederlands Bijbelgenootschap 2004/2007.