Inleiding

Gevolg gevend aan de Apostolische exhortatie Evangelii Gaudium van Paus Franciscus, wil deze inleiding U deelgenoot maken aan de vreugde van het evangelie. Iedereen, niemand uitgezonderd, kan die vreugde ervaren door zijn hart open te stellen voor de genezende werking van Gods woord.

Het evangelie is eerst en vooral een uitnodiging om een antwoord te geven aan God die ons liefheeft en redt, door Hem te erkennen in de ander en door uit onszelf te treden om het goede te zoeken voor allen. Het evangelie reikt die eenheid en volheid van het menselijk leven aan, die de beste remedie is tegen alle vormen van kwaad.

Langs deze elektronische weg wordt U uitgenodigd om dagelijks het evangelie te lezen en even na te denken over de betekenis voor uw leven. Het is vanaf 7 uur ‘s morgens steeds ter beschikking.

Overweging
Veel fragmenten uit het Bijbelse verhaal over Stefanus doen sterk denken aan Jezus Christus. Over zowel Stefanus als Jezus wordt in de Bijbel gezegd dat ze vervuld waren van de Heilige Geest, en dat ze wonderen verrichten dankzij Gods genade en kracht. En net zoals bij Christus komen groepen Joden daartegen in opstand, redetwisten ze over zijn handelen, leggen ze valse verklaringen af en drijven ze Stefanus tenslotte de stad uit, waar hij zal worden terechtgesteld. Het lijkt alsof met Stefanus een ‘andere Christus’ naar voren treedt. Een martelaar is iemand in wie Jezus opnieuw sterft en verrijst: in Stefanus komt Christus met zijn liefde en verlossing naar de mensen. Hoe reageren we wanneer mensen in onze omgeving zich ‘verzetten’ tegen Gods liefde?

EERSTE LEZING                                                       Hand. 6, 8-15

Zijn tegenstanders konden niet op tegen de wijsheid en tegen de geest waarmee Stefanus sprak.

Uit de Handelingen van de Apostelen

In die dagen deed Stefanus,
vol genade en kracht,
grote wondertekenen onder het volk.
Sommige leden echter
van de zogenaamde synagoge der Vrijgelatenen,
Cyreneeërs en Alexandrijnen
en sommige mensen uit Cilicië en Asia
begonnen met Stefanus te redetwisten,
maar ze konden niet op tegen de wijsheid
en tegen de geest waarmee hij sprak.
Toen stookten zij heimelijk mannen op om te verklaren :
“Wij hebben hem lastertaal horen spreken
tegen Mozes en tegen God.”
Tegelijkertijd ruiden zij zowel het volk
als de oudsten en schriftgeleerden op.
Onverhoeds maakten zij zich van hem meester
en brachten hem voor het Sanhedrin,
waar men valse getuigen liet optreden die beweerden :
“Die man houdt niet op
te spreken tegen de heilige plaats en tegen de Wet.
“Want wij hebben hem horen zeggen
dat die Nazoreeër Jezus deze plaats zal afbreken,
en de voorschriften zal veranderen,
die Mozes ons heeft overgeleverd.”
Alle leden van het Sanhedrin vestigden hun blik op hem
en zagen dat zijn gelaat leek op dat van een engel.

TUSSENZANG                              Ps. 119(118), 23-24, 26-27, 29-30

Gelukkig degenen wier levensweg rein is.
of : Alleluia.

Al spannen ook vorsten tegen mij samen,
uw dienaar geeft acht op wat Gij beschikt.
Ik neem uw verordeningen ter harte,
zij geven mij goede raad.

Mijn wegen kent Gij, Ge hoort mijn gebeden ;
leer mij wat Gij hebt beschikt.
Leid mij op de weg van uw bevelen,
dan zal ik uw daden indachtig zijn.

Gedoog niet dat ik een dwaalweg insla,
maar geef mij uw wet als gids.
Ik heb de weg van de trouw gekozen,
ik houd mij aan wat Gij bepaalt.

ALLELUIA

Alleluia.
Wij weten
dat Christus waarlijk is opgestaan uit de doden.
Ontferm U over ons, Gij koning en overwinnaar.
Alleluia.

EVANGELIE                                                 Joh. 6, 22-29

Werkt niet voor het voedsel dat vergaat maar voor het voedsel dat blijft ten eeuwigen leven.

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens
Johannes

Het volk dat aan de ene kant van het meer was gebleven
na de wonderbare broodvermenigvuldiging,
had gezien dat daar maar één bootje gelegen had,
dat Jezus niet met zijn leerlingen was scheep gegaan
maar dat zijn leerlingen alleen waren vertrokken.
De volgende dag echter kwamen er bootjes uit Tiberias
dicht bij de plaats waar men het brood had gegeten
na het dankgebed van de Heer.
Toen de mensen bemerkten
dat noch Jezus noch zijn leerlingen daar waren,
gingen zij in de boten
en voeren in de richting van Kafarnaüm
op zoek naar Jezus.
Zij vonden Hem aan de overkant van het meer en zeiden :
“Rabbi, wanneer zijt Gij hier gekomen ?”
Jezus nam het woord en zeide :
“Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u:
“Niet omdat gij tekenen gezien hebt zoekt ge Mij,
maar omdat gij van de broden hebt gegeten
tot uw honger was gestild.
“Werkt niet voor het voedsel dat vergaat
maar voor het voedsel dat blijft ten eeuwigen leven
en dat de Mensenzoon u zal geven.
“Op Hem immers heeft de Vader, God zelf, zijn zegel gedrukt.”
Daarop zeiden zij tot Hem :
“Welke werken moeten wij voor God verrichten?”
Jezus gaf hun ten antwoord :
“Dit is het werk dat God van u vraagt :
te geloven in Degene die Hij gezonden heeft.”

De bijbeltekst in deze uitgave is ontleend aan De Nieuwe Bijbelvertaling, © Nederlands Bijbelgenootschap 2004/2007.
Overwegingen uit Liturgische suggesties voor de weekdagen.