Vierde Paaszondag

 Inleiding

Gevolg gevend aan de Apostolische exhortatie Evangelii Gaudium van Paus Franciscus, wil deze inleiding U deelgenoot maken aan de vreugde van het evangelie. Iedereen, niemand uitgezonderd, kan die vreugde ervaren door zijn hart open te stellen voor de genezende werking van Gods woord.

Het evangelie is eerst en vooral een uitnodiging om een antwoord te geven aan God die ons liefheeft en redt, door Hem te erkennen in de ander en door uit onszelf te treden om het goede te zoeken voor allen. Het evangelie reikt die eenheid en volheid van het menselijk leven aan, die de beste remedie is tegen alle vormen van kwaad.

Langs deze elektronische weg wordt U uitgenodigd om dagelijks het evangelie te lezen en even na te denken over de betekenis voor uw leven. Het is vanaf 8 uur ‘s morgens steeds ter beschikking.

Openingswoord

De Heer Jezus is verrezen en leeft.
In feite is Hij het die ons hier welkom heet.
Vandaag zien wij naar Jezus op als naar ‘de goede Herder’.
‘De goede Herder’ is Jezus voor ons,
omdat Hij de bron is waaruit w ij leven
en omdat Hij bij ons is en ons voorgaat.

Deze zondag is ook roepingenzondag.
Moge God ons en onze geloofsgemeenschappen de mensen geven
die ons in naam van Jezus kunnen begeleiden.

Eerste Lezing
Hand. 13, 14.43-52

Voortaan richten wij ons tot de heidenen.

Uit de Handelingen van de Apostelen
 

In die dagen reisden Paulus en Barnabas  langs Perge naar Antiochië in Pisidië,  waar zij op de sabbat de synagoge binnengingen.  Na afloop van de dienst in de synagoge  liepen vele Joden en godvrezende proselieten  met Paulus en Barnabas mee;  dezen spraken hen toe en drongen er bij hen op aan  in de genade van God te volharden.  De volgende sabbat kwam bijna de hele stad bijeen  om naar het woord van God te luisteren.  Bij het zien van die grote menigte  werden de Joden zeer afgunstig  en beantwoordden de uiteenzetting van Paulus  met beschimpingen.  Toen verklaarden Paulus en Barnabas in alle vrijmoedigheid:  “Tot u moest wel het eerst het woord van God gesproken worden,  maar omdat gij het afwijst  en uzelf het eeuwige leven niet waardig keurt,  daarom richten wij ons voortaan tot de heidenen.  Want aldus luidt de opdracht van de Heer tot ons:  Ik heb u bestemd als een licht voor de heidenen,  opdat gij redding zoudt brengen  tot aan het uiteinde van de aarde.”  Toen de heidenen dit hoorden  waren zij verheugd en verheerlijkten het woord van God,  en allen die tot het eeuwig leven waren voorbestemd  namen het geloof aan.  Het woord des Heren verbreidde zich door heel die streek,  maar de Joden hitsten de godvrezende vrouwen op  die uit de toonaangevende kringen kwamen  en ook de voornaamste burgers uit de stad;  zij veroorzaakten een vervolging tegen Paulus en Barnabas  en verjoegen hen uit hun gebied.  Dezen schudden het stof van hun voeten  ten teken dat zij met hen gebroken hadden  en gingen naar Ikonium.  De leerlingen waren echter vervuld van vreugde  en van de heilige Geest.

Antwoordpsalm                                                               Ps. 100(99), 2, 3, 5

Keervers
Wij zijn zijn kudde en zijn volk.

Juicht voor de Heer, alle landen,
dient met blijdschap de Heer,
treedt voor zijn aanschijn met jubel.

Waarlijk, de Heer is God,
Hij is de Schepper en Meester,
wij zijn kudde, zijn volk.

Hij is ons goed gezind,
eindeloos is zijn erbarmen,
zijn trouw van geslacht op geslacht.

Tweede lezing                                                          Apok. 7, 9.14b-17

Het Lam zal hen weiden en voeren naar de waterbronnen van het leven.

Uit de Openbaring van de heilige apostel Johannes
 

Ik, Johannes, zag een geweldige menigte, die niemand tellen kon,  uit alle rassen en stammen en volken en talen.  Zij stonden voor de troon en voor het Lam,  gekleed in witte gewaden en met palmtakken in de hand.  Toen zei een van de oudsten tot mij:  “Dat zijn degenen die komen uit de grote verdrukking,  die hun gewaden hebben wit gewassen in het bloed van het Lam.  Daarom staan zij voor de troon van God  en dienen Hem dag en nacht in zijn tempel,  en Hij die op de troon is gezeten  zal zijn tent over hen uitspreiden.  Zij zullen nooit meer honger of dorst lijden,  geen zonnesteek of woestijngloed zal hen treffen,  want het Lam in het midden van de troon  zal hen weiden en voeren naar de waterbronnen van het leven  en God zal alle tranen van hun ogen afwissen.”

Vers voor het evangelie                                                   Joh. 10, 14

Alleluia.
Ik ben de goede Herder, zegt de Heer.
Ik ken de mijnen en de mijnen kennen Mij.
Alleluia

Evangelie                                                                         Joh. 10,27-30

Ik geef mijn schapen eeuwig leven.

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Johannes
 

In die tijd zei Jezus tot zijn leerlingen:  “Mijn schapen luisteren naar mijn stem  en Ik ken ze  en ze volgen Mij.  Ik geef hun eeuwig leven;  zij zullen in eeuwigheid niet verloren gaan  en niemand zal ze van Mij wegroven.  Mijn Vader immers die ze Mij gegeven heeft  is groter dan allen;  en niemand kan iets uit de hand van mijn Vader roven.  Ik en de Vader, Wij zijn één.”

De bijbeltekst in deze uitgave is ontleend aan De Nieuwe Bijbelvertaling, © Nederlands Bijbelgenootschap 2004/2007.
Overwegingen uit Liturgische suggesties voor de weekdagen.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s