Inleiding

Gevolg gevend aan de Apostolische exhortatie Evangelii Gaudium van Paus Franciscus, wil deze inleiding U deelgenoot maken aan de vreugde van het evangelie. Iedereen, niemand uitgezonderd, kan die vreugde ervaren door zijn hart open te stellen voor de genezende werking van Gods woord.

Het evangelie is eerst en vooral een uitnodiging om een antwoord te geven aan God die ons liefheeft en redt, door Hem te erkennen in de ander en door uit onszelf te treden om het goede te zoeken voor allen. Het evangelie reikt die eenheid en volheid van het menselijk leven aan, die de beste remedie is tegen alle vormen van kwaad.

Langs deze elektronische weg wordt U uitgenodigd om dagelijks het evangelie te lezen en even na te denken over de betekenis voor uw leven. Het is vanaf 8 uur ‘s morgens steeds ter beschikking.

Overweging
Jezus zal ongetwijfeld Judas voor ogen hebben, die weldra de groep zal verlaten. Hij zal misschien ook denken aan allen die zullen weigeren om de weg zonder Hem verder af te leggen. Hij wil zijn leerlingen waarschuwen en wapenen: ze zullen vervolgd worden, en ze zullen moeten standhouden in die vervolging. De Heer wil dus niet dat zijn volgelingen een gedweeë kudde schapen is met een naïef-kinderlijke gehechtheid aan hun meester; ze moeten integendeel doorgaan, en zich niet laten meeslepen door degenen die op de vlucht slaan wanneer moeilijke tijden aanbreken. Hoe ver willen wij gaan voor het Evangelie?

EERSTE LEZING                   Hand. 13, 13-25

Uit het nakomelingschap van David heeft God Jezus de Verlosser doen voortkomen.

Uit de Handelingen van de Apostelen

Het gezelschap van Paulus voer nu weg uit Pafos
en begaf zich naar Perge in Pamfylië ;
daar scheidde Johannes zich van hen afen keerde naar Jeruzalem terug.
Van Perge reisden ze verder
en ze bereikten Antiochië in Pisidië,
waar zij op de sabbat de synagoge binnengingen
en plaats namen.
Na de voorlezing van de Wet en de Profeten
lieten de oversten van de synagoge hun zeggen :
“Mannen broeders,
indien ge een opwekkend woord tot het volk te zeggen hebt
spreekt dan.”
Paulus stond op, wenkte met de hand en zei :
“Mannen van Israël en godvrezenden,
luistert.
“De God van dit volk Israël heeft onze vaderen uitverkoren,
en het volk groot gemaakt tijdens het verblijf in Egypte
en met machtige hand daaruit weggevoerd.
“Ongeveer veertig jaar
heeft Hij hen in de woestijn met zorgen omringd;
waarna Hij zeven volkeren in Kanaän vernietigde
en hun het land in bezit gaf.
“Dit omvatte ongeveer vierhonderdvijftig jaren.
“Daarna gaf Hij hun rechters :
dit duurde tot aan de profeet Samuel.
“Hierna vroegen zij om een koning
en God gaf hun Saul, de zoon van Kis,
een man uit de stam Bejamin :
veertig jaar lang.
“Nadat Hij hem verworpen had
verhief Hij David tot hun koning.
“Van deze gaf Hij het getuigenis :
Ik heb David gevonden, de zoon van Isai,
een man naar mijn hart
die mijn wil in alles zal volbrengen.
“Uit zijn nakomelingen heeft God
vogens belofte
voor Israël een Verlosser doen voortkomen,
Jezus ;
nadat reeds Johannes voor zijn optreden
een doopsel van bekering had gepredikt
aan heel het volk van Israël.
“Toen Johannes aan het einde van zijn loopbaan was zei hij :
Wat ge meent dat ik ben
ben ik niet ;
maar na mij komt iemand
wiens schoeisel ik niet waard ben los te maken.”

TUSSENZANG                        Ps. 89(88), 2-3, 21-22, 25, 27

Uw gunsten, Heer, wil ik bezingen,
uw trouw verkondigen aan elk geslacht.

Uw gunsten, Heer, wil ik bezingen,
uw trouw verkondigen aan elk geslacht.
Gij hebt gezegd : mijn gunst blijft eeuwig duren,
de hemel is de grondslag van mijn trouw.

Mijn dienaar David heb Ik opgezocht
en hem gezalfd met mijn gewijde olie;
als teken dat mijn hand hem steeds zal steunen
en dat mijn arm hem kracht verlenen zal.

Mijn trouw en mijn genade leiden hem,
mijn Naam zal hem de zege schenken.
Hij zal Mij aanroepen: Gij zijt mijn Vader,
mijn God, de steenrots van mijn heil.

ALLELUIA                        Rom. 6, 9

Alleluia
Christus, eenmaal van de doden verrezen
sterft niet meer ;
de dood heeft geen macht meer over Hem.
Alleluia.

EVANGELIE                          Joh. 13, 16-20

Wie Hem opneemt die Ik zal zenden, neemt Mij op.

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens
Johannes

Nadat Jezus de voeten van zijn leerlingen had gewassen
zei Hij tot hen :
“Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u :
een dienaar staat niet boven zijn heer
en een gezant niet boven degene die hem gezonden heeft.
“Wanneer gij dit beseft :
zalig gij als gij er naar handelt.
“Ik kan dit niet van u allen zeggen.
“Ik weet wie Ik heb uitgekozen
maar het Schriftwoord moet vervuld worden :
Die mijn brood eet heft zijn hiel tegen Mij op,
“Nu reeds zeg Ik het u, voordat het gebeurt,
opdat gij, wanneer het gebeurt, zult geloven dat Ik ben.
“Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u :wie Hem aanvaardt die Ik zal zenden
aanvaardt Mij,
en wie Mij aanvaardt
aanvaardt Hem die Mij gezonden heeft.”

De bijbeltekst in deze uitgave is ontleend aan De Nieuwe Bijbelvertaling, © Nederlands Bijbelgenootschap 2004/2007.
Overwegingen uit Liturgische suggesties bij de weekdagen.