Inleiding

Gevolg gevend aan de Apostolische exhortatie Evangelii Gaudium van Paus Franciscus, wil deze inleiding U deelgenoot maken aan de vreugde van het evangelie. Iedereen, niemand uitgezonderd, kan die vreugde ervaren door zijn hart open te stellen voor de genezende werking van Gods woord.

Het evangelie is eerst en vooral een uitnodiging om een antwoord te geven aan God die ons liefheeft en redt, door Hem te erkennen in de ander en door uit onszelf te treden om het goede te zoeken voor allen. Het evangelie reikt die eenheid en volheid van het menselijk leven aan, die de beste remedie is tegen alle vormen van kwaad.

Langs deze elektronische weg wordt U uitgenodigd om dagelijks het evangelie te lezen en even na te denken over de betekenis voor uw leven. Het is vanaf 7 uur ‘s morgens steeds ter beschikking.

Overweging
De leerlingen kunnen denken dat zij Jezus reeds door en door kennen. Maar kan dat wel? We houden niet op met telkens een nieuw facet van Jezus te ontdekken. De totale kennis van wie Jezus is, leidt naar de ontdekking van zijn goddelijke identiteit, en van zijn intieme relatie met zijn Vader. Daarop ligt vandaag de nadruk. Staan wij dicht genoeg bij Jezus om Hem ten diepste te leren kennen? Staan wij werkelijk open voor het mysterie van zijn leven, van zijn dood en verrijzenis? Wat kunnen we in ons persoonlijk leven doen om Hem ten volle te leren kennen?

EERSTE LEZING                   Hand. 13, 44-52

Wij richten ons voortaan tot de heidenen.

Uit de Handelingen van de Apostelen

De volgende sabbat kwam bijna de hele stad bijeen
om naar het woord van God te luisteren.
Bij het zien van die grote menigte
werden de Joden zeer afgunstig
en beantwoordden de uiteenzetting van Paulus
met beschimpingen.
Toen verklaarden Paulus en Barnabas in alle vrijmoedigheid :
“Tot u moest wel het eerst het woord van God gesproken worden,
maar omdat gij het afwijst en uzelf het eeuwige leven niet waardig keurt,
daarom richten wij ons voortaan tot de heidenen.
“Want aldus luidt de opdracht van de Heer tot ons :
Ik heb u geplaatst als een licht voor de heidenen,
opdat gij tot redding zoudt strekken tot aan het uiteinde van de aarde.”
Toen de heidenen dit hoorden
waren zij verheugd en verheerlijkten het woord van God,
en allen die tot het eeuwig leven waren voorbestemd
namen het geloof aan.
Het woord des Heren verbreidde zich door heel die streek,
maar de Joden hitsten de godvrezende vrouwen op
die uit de toonaangevende kringen kwamen
en ook de voornaamste burgers uit de stad ;
zij veroorzaakten een vervolging tegen Paulus en Barnabas
en verjoegen hen uit hun gebied
Dezen schudden het stof van hun voeten
ten teken dat zij met hen gebroken hadden
en gingen naar Ikonium.
De leerlingen echter waren vervuld van vreugde
en van de heilige Geest.

TUSSENZANG           Ps. 98(97), 1, 2-3ab, 3cd-4

Geheel de aarde aanschouwde
wat onze God voor ons deed.

Zingt voor de Heer een nieuw gezang
omdat Hij wonderen deed.
Zijn hand deed zich krachtig gelden,
de macht van zijn heilige arm

Zijn weldaden deed Hij ons kennen,
de volkeren zijn gerechtigheid.
Opnieuw bleek zijn goedheid en trouw
tengunste van Israëls huis.

Geheel de aarde aanschouwde
wat onze God voor ons deed.
Verheerlijkt de Heer, alle landen,
weest blij, verheugt u en zingt.

ALLELUIA

Alleluia.
Hij die alles riep in het bestaan
en zich ontfermde over ons, zijn mensen,
Hij is verrezen, Christus de Heer !
Alleluia.

EVANGELIE                      Joh. 14, 7-14

Wie Mij ziet, ziet de Vader.

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens
Johannes

In die tijd zei Jezus tot zijn leerlingen :
“Als ge Mij zoudt kennen zoudt gij ook mijn Vader kennen.
“Nu reeds kent gij Hem en ziet gij Hem.”
Hierop zei Filippus :
“Heer, toon ons de vader ;
dat is ons genoeg.”En Jezus weer :
“Ik ben al zo lang bij u en gij kent Mij nog niet Filippus ?
“Wie Mij ziet, ziet de Vader.
“Hoe kunt ge dan zeggen :
Toon ons de Vader ?
“Gelooft ge niet dat Ik in de Vader ben en de Vader in Mij is ?
“De woorden die Ik u zeg, spreek Ik niet uit Mijzelf,
maar het is de Vader die,
blijvend in Mij, zijn werk verricht.
“Gelooft Mij :
Ik ben in de Vader en de Vader is in Mij.
“Of gelooft het anders omwille van de werken.
“Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u :
wie in Mij gelooft
zal ook zelf de werken doen die Ik doe.
“Ja, grotere dan die zal hij doen
omdat Ik naar de Vader ga.
“En wat gij ook zult vragen in mijn Naam,
Ik zal het doen
opdat de Vader moge verheerlijkt worden in de Zoon.
“Als gij Mij iets zult vragen in mijn Naam
zal Ik het doen.”

De bijbeltekst in deze uitgave is ontleend aan De Nieuwe Bijbelvertaling, © Nederlands Bijbelgenootschap 2004/2007.
Overwegingen uit Liturgische suggesties voor de weekdagen.