Inleiding

Gevolg gevend aan de Apostolische exhortatie Evangelii Gaudium van Paus Franciscus, wil deze inleiding U deelgenoot maken aan de vreugde van het evangelie. Iedereen, niemand uitgezonderd, kan die vreugde ervaren door zijn hart open te stellen voor de genezende werking van Gods woord.

Het evangelie is eerst en vooral een uitnodiging om een antwoord te geven aan God die ons liefheeft en redt, door Hem te erkennen in de ander en door uit onszelf te treden om het goede te zoeken voor allen. Het evangelie reikt die eenheid en volheid van het menselijk leven aan, die de beste remedie is tegen alle vormen van kwaad.

Langs deze elektronische weg wordt U uitgenodigd om dagelijks het evangelie te lezen en even na te denken over de betekenis voor uw leven. Het is vanaf 8 uur ‘s morgens steeds ter beschikking.

Overweging
De apostelen laten in hun gemeenschappen de zaken niet betijen. In gezamenlijk overleg nemen zij hun verantwoordelijkheid op. Een levendig overleg kan zoveel goeds doen om tot overeenstemming te komen. Leiders van geloofsgemeenschappen mogen zich door de Heilige Geest gedragen weten als zij met elkaar overleggen, naar elkaar luisteren, oplossingen zoeken die de eenheid bewerken en verdeeldheid voorkomen. Het is niet altijd gemakkelijk om dat waar te maken. Als wij de eerste geloofsgemeenschappen tot voorbeeld willen nemen blijft het toch de moeite waard er telkens weer op in te zetten!

EERSTE LEZING            Hand. 15, 22-31

De heilige Geest en wij hebben besloten u geen zwaardere last op te leggen dan het noodzakelijke.

Uit de Handelingen van de Apostelen

In die dagen besloten de apostelen en de oudsten
samen met de hele gemeente
enige mannen uit hun midden te kiezen
en met Paulus en Barnabas naar Antiochië te sturen :
Judas, bijgenaamd Barsabbas,
en Silas, mannen van aanzien onder de broeders,
en hun het volgende schrijven mee te geven :
“De apostelen en de oudsten zenden hun broederlijke groet
aan de broeders uit de heidenen in Antiochië,
Syrië en Cilicië.
“Daar wij gehoord hebben
dat sommige van ons
u door woorden in verwarring hebben gebracht
en uw gemoederen hebben verontrust,
zonder dat ze van ons enige opdracht hadden gekregen,
hebben wij eenstemmig besloten
enige mannen uit te kiezen en naar u toe te sturen,
in gezelschap van onze dierbare Barnabas en Paulus,
mensen die zich geheel en al hebben ingezet
voor de naam van onze Heer Jezus Christus.
“Wij hebben dus Judas en Silas afgevaardigd
die ook mondeling hetzelfde zullen overbrengen.
“De heilige Geest en wij hebben namelijk besloten
u geen zwaardere last op te leggen dan dit onvermijdelijke :
u te onthouden van spijzen die aan afgoden geofferd zijn,
van bloed, van wat verstikt is
en van ontucht.
“Als gij uzelf daarvoor in acht neemt
zal het u goed gaan.
“Vaarwel !”
Na afscheid genomen te hebben reisden zij naar Antochië.
Daar riepen ze de gemeente bijeen
en overhandigden de brief.
Zij lazen hem en waren blij over de troostvolle inhoud.

TUSSENZANG              Ps. 57(56), 8-9, 10-12

U wil ik loven, Heer, voor alle volken,
voor alle naties zing ik U ter eer.
of : Alleluia.

Op U vertrouw ik, God, op U vertrouw ik,
ik zing en speel voor U.
Ontwaak, mijn geest, wordt wakker, harp en citer
en wekt de dageraad.

U wil ik loven, Heer, voor alle volken,
voor alle naties zing ik u ter eer ;
omdat uw medelijden wijd is als de hemel,
uw trouw tot aan de wolken reikt.
Vertoon U in den hoge, God, in majesteit,
uw glorie strale over heel de aarde.

ALLELUIA                      Rom. 6, 9

Alleluia.
Christus, eenmaal van de doden verrezen
sterft niet meer ;
de dood heeft geen macht meer over Hem.
Alleluia.

EVANGELIE                Joh. 15, 12-17

Dit is mijn gebod, dat gij elkaar liefhebt.

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens
Johannes

In die tijd zei Jezus tot zijn leerlingen :
“Dit is mijn gebod,
dat gij elkaar liefhebt zoals Ik u heb liefgehad.
“Geen groter liefde kan iemand hebben dan deze,
dat hij zijn leven geeft voor zijn vrienden.
“Gij zijt mijn vrienden als gij doet wat Ik u gebied.
“Ik noem u geen dienaars meer
want de dienaar weet niet wat zijn heer doet,
maar u heb Ik vrienden genoemd
want Ik heb u alles meegedeeld wat Ik van de Vader heb gehoord.
“Niet gij hebt Mij uitgekozen maar Ik u,
en Ik heb u de taak gegeven op tocht te gaan
en vruchten voort te brengen die blijvend mogen zijn.
“Dan zal de Vader u geven
al wat gij Hem in mijn Naam vraagt.
“Dit is mijn gebod,
dat gij elkaar liefhebt.”

De bijbeltekst in deze uitgave is ontleend aan De Nieuwe Bijbelvertaling, © Nederlands Bijbelgenootschap 2004/2007.
Overwegingen uit Liturgische suggesties voor de weekdagen.